Home » Navigatie » Routes plannen » Informatiebronnen

Informatiebronnen

Voor het plannen van een tocht zijn er vaak ideeën voldoende. Stukjes van de tocht zijn misschien al bekend of in de één of andere vorm voorhanden. Informatie over een tocht verkrijg je door middel van:

Kaarten

Voor het globale overzicht zijn de 1 op 100.000 en de 1 op 50.000 kaarten geschikt. Voor een goede bestudering van de trajecten komen alleen de 1 op 50.000 en de 1 op 25.000 kaarten in aanmerking. Vooral de kaarten in Zwitserland (Landeskarte der Schweiz) en Oostenrijk (de Alpenvereinskarte) zijn uitstekend. Italiaanse en Spaanse kaarten daarentegen kunnen van twijfelachtige kwaliteit zijn. In sommige landen zijn er geen 1:25.000 kaarten beschikbaar. Trajecten door ongebaand terrein zijn op de 1:50.000 moeilijk te plannen, o.a. omdat deze kaarten geen goede inschatting van de steilheid toelaten. Maar dit is ook afhankelijk van het detail van de kartering. Een Zwitserse 1:50.000 kaart is beter dan menig Italiaanse kaart met de schaal 1:25.000. Zorg dat je weet wat de kaartsignaturen betekenen.

De Koten, het Zwitsers voor hoogtepunten, zijn in het terrein duidelijk terug te vinden punten, waarvan de hoogte precies is bepaald. Het zijn cartografische hoogte-punten of hoogte-aanduidingen. Ook hier zijn er echter verschillen. In Zwitserland zijn de 1:25.000 kaart en de 1:50.000 kaart op verschillende karteringsmethoden gebaseerd. De ene is op fotogrammetrische kartering vanaf de bodem gebaseerd, de andere op fotogrammetrische vanuit de lucht. Een andere reden dat de Koten vaak niet overeenkomen is, dat bij een nieuwe verkenning (en dat gebeurt om de paar jaar) nieuwe cijfers gemeten worden. Zo zal men, wanneer in het gidsje verwezen wordt naar punt 2260 op de kaart, iets vinden als P. 2258. Complicaties kunnen ook optreden als het gidsje gebaseerd is op een in de praktijk zelden gebruikte kaart. Helaas komt dit een enkele keer voor.

Gidsen

In gidsjes zou een beschrijving van wandelroutes de volgende gegevens moeten bevatten:

  • de naam van de route of het begin en eindpunt;
  • geeft een overzicht van de toestand van de route en de te verwachten moeilijkheden: geëxponeerdheid, oriënteringsmoeilijkheden;
  • de totale lengte van de route;
  • looptijd;
  • eventuele bivakplaatsen;
  • beschrijving van de route t.o.v. markante punten;
  • een algemene beoordeling;
  • de eventuele moeilijkheidswaardering volgens de gehanteerde schaal (Zwitserland).

Lees de inleiding van een gidsje (of boek) zodat je op de hoogte bent van een eventueel gehanteerde classificatie methode en welke op- en aanmerkingen er bij gemaakt worden t.a.v. de beschrijving van de tochten.

Terminologie
De in de gidsjes gehanteerde terminologie moet natuurlijk bekend zijn bij de gebruiker. Begrippen als Schrofen, chûte de pièrre (steenslag), cairn (steenman) en destra (rechts) moeten niet alleen vertaald kunnen worden naar het Nederlandse equivalent, maar ook op hun betekenis voor het wandelen geïnterpreteerd worden. Zo kan een blokkenveld behoorlijk lastig zijn voor een groep beginners, indien deze nat en dus glibberig is.

Richtingsaanduidingen
Richtingsaanduidingen zijn veelal in de looprichting aangegeven. Dit wordt vooraf in het gidsje toegelicht. Bij uitzonderingen wordt dit vaak expliciet aangegeven. Sommige richtingsaanduidingen zijn orografisch. Dat wil zeggen, in de richting van stromend water of in de afdaalrichting.

Afkortingen
Voor het kunnen lezen van een tekst in een gidsje is het uiteraard noodzakelijk om de gebruikte afkortingen te kennen.

De windrichtingen worden vaak tot een letter afgekort en deze wordt soms bekend verondersteld. Hieronder is voor de verschillende talen de windrichting aangegeven.

FransDuitsItaliaansSchwyzerdütsch
NoordNNNN
OostEOEE
ZuidSSSS
WestW/OWOW

Een lijstje met afkortingen vinden we meestal in de inleiding van een gidsje. Per gidsje en per uitgave treden er verschillen op.

Gidsje en de bijbehorenden kaart
Topografische aanduidingen in de tekst van een gidsje zijn gebaseerd op een topografische kaart. Zoals de namen van bergen, plaatsen, hoogtepunten en bijzondere plaatsaanduidingen. Er zijn echter verschillende topografische kaarten van één gebied: van diverse uitgevers op diverse schalen. Het is dan ook belangrijk om te weten welke kaart de uitgeverij van het gidsje gebruikt heeft.

Een voorbeeld van het gebruik van verschillende topografische kaarten is het volgende. De gidsjes van de Zwitserse alpenvereniging (SAC) van de Berner Alpen en de Walliser Alpen zijn gebaseerd op de Landeskarte 1:50.000. Ieder kaartblad van deze 1:50.000 kaart is opgesplitst in vier 1:25.000 bladen. Het zijn deze 1:25.000 bladen, die we bij voorkeur in alpiene terrein gebruiken. Nou doet zich het merkwaardige feit voor dat de Zwitsers op de 1:50.000 kaart alle namen volgens de officiële spelling schrijven, die dientengevolge ook in het gidsje gebruikt wordt, maar op de 1:25.000 kaart de dialectische spelling gebruiken. Voorbeeld: Op de 1:50.000 staat de Klein maar op de 1:25.000 staat Chli, evenzo is er äussere (1:50.000) en üsseri (1:25.000).

Er zijn veel verschillende gidsen te krijgen voor gewone hikes. Deze zijn vaak ook makkelijk te begrijpen voor iedereen met een beetje gevoel voor richting en voorstellingsvermogen. Anders is het gesteld met berggidsen. Deze zijn vaak moeilijker te begrijpen voor de beginneling en daarnaast ook niet altijd even goed. Hier vind je daarom wat meer informatie over berggidsen.

Reacties op deze pagina: