foto In het schrijfblok komt telkens een nieuw (reis)verhaal over de belevenissen van bezoekers van de site. Ook jij kunt jouw verhaal insturen voor publicatie.

2000: Frankrijk - Pyreneeën – GR 10 - St.Jean Pied de Port – Hendaye

Voor zover ik het kan onderscheiden in het schemerige licht van het nachtlampje boven de deur, staar ik naar een metalen dak op ongeveer zestig centimeter boven me.
Gaan zitten kan alleen met gebogen hoofd en als ik me in het bovenste bed van de couchette wurm heb ik het gevoel nog levend in een doodkist te gaan liggen. Het dak rammelt bij de minste aanraking.
Ik heb het over de nachttrein van Rotterdam naar Parijs. Slapen op een zitplaats levert vaak een aantal stijve spieren op en het zijn meer tukjes die je doet dan echt slapen, dus hebben we voor veel te veel geld twee slaapplaatsen in een couchette besproken. Weggegooid geld, want we slapen nog slechter.

Duf en gebroken staan we op 23 juni om zeven uur in de ochtend op het station Paris-du-Nord waar de boel nog een beetje op gang moet komen. Het voelt er verlaten en luguber, vooral als iemand langs rent die waarschijnlijk wat heeft gejat. Een achtervolger doet een vruchteloze poging hem in te halen.
We gaan op zoek naar een toilet. Gesloten! Let wel ik heb het hier over het station van een zogenoemde wereldstad. Om zeven uur zijn er geen toiletten open! Dan maar koffie gaan drinken want ook die behoefte dient zich aan en daar naar de wc. Als de koffie op het tafeltje staat, blijkt er op de wc-deur een muntslot te zitten. We hebben geen munten en aan de bar kunnen ze niet wisselen.
Ja hoor, het avontuur is weer begonnen. Waarom gaan we ook niet gewoon met een chartervlucht twee weken in een appartement aan de Costa del Sol zitten? Daar hoef je maar met je vingers te knippen of er komt al een slaafje aanrennen met een pispot.
Inmiddels is het acht uur en krampachtig onze sluitspieren bedwingend dalen we de trappen af, het metrolabyrint in. Gelukkig vinden we daar wel een te gebruiken toilet.
Een 'vriendelijke' Frans biedt zijn hulp aan om kaartjes te kopen, maar die ervaring heb ik al achter de rug. Blijkbaar lukt het na twaalf jaren nog steeds om mensen op die manier op te lichten. Je zou het regelmatig moeten omroepen 'Stink er niet in, ga gewoon in de rij bij een loket staan en wijs alle hulpaanbiedingen resoluut van de hand'.
De wirwar van gangen en trappen in deze onderwereld bezorgt me altijd een vibratie in de buurt van mijn ruggengraat. Ik geloof niet in een hemel of hel na de dood, dat soort beeldspraak is tijdens je leven op aarde al werkelijkheid. Het Parijse metrostelsel moet wel ontworpen zijn door iemand met een ziekelijke hang naar Dante's Inferno (Het deel uit La divina commedia waarin Vergilius Dante meeneemt op een tocht door de hel).
Als je niet tevoren goed uitzoekt welke metro je moet hebben om te komen waar je wilt zijn en niet nauwgezet de bordjes volgt, die verloren dreigen te gaan in tientallen andere (reclame)bordjes, raak je hopeloos verdwaald in de sinistere tunnelbuizen.
De wanden zijn bekleed met posters die je trachten te verleiden je ziel te verkopen. Jonge jongens en meestal meisjes staren je aan met een zwoele blik alsof de hoogste genieting bestaat uit het kopen van het aangeprezen product, vaak dure auto's, proefdiercosmetica of de eerder genoemde chartervluchten naar de Costa del Sol.
Tegen de muur, onder deze verlokkingen zit af en toe iemand die z'n ziel al heeft verkocht. Duidelijk verslaafd aan het één of ander zitten deze menselijke wrakken met een stukje karton, waarop staat dat er thuis hongerige kinderen wachten, tot iemand hen het muntje geeft waarmee ze Charon moeten betalen voor de overtocht over de Styx .
Het dagelijks ervaren van deze twee uitersten laat massa's mensen zichzelf elke dag weer door de buizen persen. Met een lege, ongelukkige blik in hun ogen (bijna nergens zie ik iemand lachen) spoeden ze zich naar hun saaie banen omdat ze denken ooit gelukkig te kunnen worden met een toilettafel vol cosmetica, een duurdere auto dan de buren en natuurlijk Viagra voor de wekelijkse snelle wip en een grootverpakking condooms om veilig vreemd te gaan. Pas dan ben je eeuwig jong, mooi en snel. Het alternatief is immers een stuk karton om je nek? Ik weet dat er nog een mogelijkheid is.
Rammelend, piepend en knarsend stopt de metro langs het perron. Mensen dringen zich in de overvolle coupés zonder zich te bekommeren of er misschien iemand uit moet. Als de duw en trekstrijd geluwd is klinkt een belletje en de deuren schuiven dicht. Ook hier zitten de meeste mensen mistroostig de nieuwe dag te begroeten. Na een paar haltes staat de metro stil in de donkere tunnelbuis. Storing!
Dat kunnen we niet hebben. Een uur bezig geweest met die toiletten, voor het hele metrogebeuren moet je ook een uur rekenen en onze trein wacht. Langzaam gaan we achteruit naar het vorige station. Er wordt wat omgeroepen, maar dat verstaan we niet. Bijna iedereen blijft zitten dus het zal wel goed komen. Er persen zich nog wat meer mensen in het nu toch wel erg volle, benauwde voertuig.
Dan komt er weer beweging in, langzaam maar we gaan vooruit. Het volgende perron staat overvol doordat er een tijdje geen metro meer is gekomen en de chaos wordt nu wel erg compleet. Als er echt niemand meer bij kan rijden we weer verder en… staan halverwege de tunnel weer stil. Heel lang nu.
Weer klinkt de stem uit de luidsprekertjes. We gaan weer terug en moeten verder met de bus. Dat wordt puinhoop. Als ik bij een loket probeer te weten te komen waar we die bus kunnen vinden volgt een wat onbestemd 'boven, bij de uitgang'.
Als Nederlander verwacht je in zo'n geval speciaal ingezette bussen, maar het blijkt de bedoeling te zijn dat je gewoon verder gaat met een lijnbus. Boven, bij de uitgang vinden we wel een bushalte, maar geen bus naar station Austerlitz. Speuren op de lijnenkaart in het bushokje levert op dat ergens verderop de gezochte bus moet stoppen.
De tijd dringt nu wel heel erg, het is heet, toeterende auto's stinken de straten vol smog. Ondanks mijn nonchalante houding van 'dan pakken we gewoon de volgende TGV' loopt Bertie zich op te winden dat we de trein niet halen. Alles zorgt er bij elkaar voor dat ze het steeds benauwder krijgt. De laatste tijd krijgt ze steeds meer moeite met haar ademhaling.
Maar dan vinden we de bushalte die de paniek nog wat vergroot. Weliswaar is het de goede bus, maar in de verkeerde richting. De bus in de goede richting rijdt ergens een paar straten verder achterlangs en we rennen met hobbelende rugzakken daar naar toe. Dat halen we nooit meer.
We springen in de overvolle bus en een paar minuten voordat de trein vertrekt komen we op Austerlitz. We vliegen de trappen op en op het moment dat de fluit klinkt springen we de trein in. Het grootste deel van de reis zitten we uit te puffen en ons tekort aan slaap een beetje in te halen.
In Bayonne hebben we veertien minuten om een kaartje naar St.Jean Pied de Port te kopen en het juiste perron te vinden, maar onze TGV komt zeven minuten te laat binnen en weer halen we het niet. Vier uur wachten (gelukkig gaat er nog een trein). Koffie drinken en we halen een paar boodschappen. Rustig nu, we hebben ruim drie weken de tijd aan ons zelf.
Het blijkt een klein dieseltreintje te zijn wat zich steunend een weg zoekt door de beginnende bergen van de Pyreneeën. Hier kijken we onze ogen uit. Dat kan ook want de gemiddelde snelheid ligt op zo'n dertig kilometer per uur, beleefsnelheid dus.
Volgens mij is dat de maximale snelheid waarbij je als mens van de dingen die je ziet kunt genieten. Oude bruggetjes over woest stromende beken, tunneltjes door bergen, gehakt in vervlogen tijden. De mooiste beleefsnelheid is natuurlijk wandelen.
We stoppen ergens bij een spoorovergang, waarop de weg een man en een paar kinderen staan te wachten, niets wijst op een station. Een jonge man stapt uit en wordt hartelijk begroet, wij gaan weer verder. In St.Jean Pied de Port is wel een stationnetje. Tenminste een gebouwtje wat daar voor door moet gaan. Geen perrons of andere poespas. Je springt de trein uit en loopt gewoon over de rails naar de uitgang. Je waant je in een spaghettiwestern. Dit alles vergoedt in één klap alle Parijse ellende.
Achter het station is een kleine en goedkope camping waar we voor die nacht naar toe gaan.

Als we de volgende morgen onze rugzakken pakken klinkt applaus. Een echtpaar van middelbare leeftijd die in een vouwcaravan kamperen vindt ons blijkbaar erg heldhaftig. We halen in het dorp nog wat eten voor onderweg en zoeken de eerste wit*rood markeringen van de GR10. Eerst nog een flink stuk langs redelijk bebouwd gebied, maar dan komen we aan de voet van een 1000 meter hoge berg die we op moeten en laten de huizen achter ons.
Een stukje verder is een prachtig plekje met stromend water, dus genoeg voor vandaag. Koken op een kampvuurtje en Bertie groeit bijna aan haar verrekijker vast. Ze heeft besloten deze reis op zoek te gaan naar beren (wel in de verte, graag). Waarschijnlijk zal ze tevreden moeten zijn met heel veel andere dieren, roofvogels, herten, berggeiten enzovoorts.

Als we opstaan, wat later dan voorgenomen omdat we toch wel wat slaap in te halen hadden, is het al veel te heet om met de klim te beginnen en we wachten tot het eind van de middag. Het pad gaat zigzaggend stijl omhoog en telkens denken we op de top te zijn als na de bocht toch weer blijkt dat het nog hoger gaat.
Op een wat groter plat vlak is een waterput, een kraan en drinkbakken voor vee. We hebben dus voor niets drie kilo water de berg op gezeuld. In de drinkbakken zitten allemaal kleine kikkervisjes en we snappen niet hoe die daar komen op deze hoogte. Padden, die trekken grote afstanden over land, ja het zijn natuurlijk paddenvisjes. Later bedenken we ons dat het waarschijnlijk gewoon kleine salamandertjes waren.

Wijs geworden door de vorige dag hebben we de wekker op zes uur gezet en worden wakker boven een wolkendeken. Het dal wat gisteren nog duidelijk te zien was, is verdwenen onder de wolken en dit zijn de momenten waarvoor je het doet!
Daar zit je dan met je tentje op een berg, waarvan de top in de zon ligt die als een onbewoond eiland drijft in een wolkenzee. Uitzicht op bergtoppen om je heen, de wereld daaronder bestaat niet meer. Een stilte die bijna onvoorstelbaar is, een gevoel alsof je samenwoont met de Griekse goden op de Olympus en dat gefriemel daar beneden eigenlijk maar belachelijk is.
Een aparte sfeer ervaring, zegt Bertie en ja hoe anders kun je de emoties omschrijven die dit moment opslaat op een plekje van je harde schijf waar het nooit meer gewist kan worden.
Het pad gaat hoger, we waren er nog niet en het laatste stukje is de helling zo stijl dat Bertie op handen en voeten omhoog kruipt. Ik ben boven als zij nog maar halverwege is en ik ga terug om haar rugzak te dragen. Het gaat fout met haar ademhaling. Telkens na een klein stukje klimmen moet ze flink uitpuffen om weer een paar stappen te kunnen doen.
Op de top houden we een tijdje pauze en verbazen ons over de uitzichten rondom. Welke richting je ook kijkt, alleen maar bergtoppen in de verte, beboste hellingen die lijken op velden met boerenkool en zwevende silhouetvogels die tegen de blauwe hemel geplakt zitten.
We willen wat eten, hier midden tussen de schapenkeutels, maar het twee dagen oude stokbrood is zo taai geworden dat kauwgom daarbij vergeleken lekker knapperig is. We strooien het uit voor de vogels en de schapen en eten een paar beverkaken met kaas.
Het is al weer fiks warm aan het worden als we beginnen aan de afdaling, een zandpad door een kaal terrein met geen enkele schaduw beschutting. Een eind verder komen we bij een paar rotsblokken en bezweet maar dankbaar spreiden we de slaapzakken uit voor een siësta. Een joekel van een roofvogel vliegt vlak boven ons langs, dat is het laatste wat ik zie.
Ik word wakker van een vleug wind, die mijn haren mijn gezicht laat kriebelen. Donkere wolken in de verte voorspellen niet veel goeds en snel gaan we verder om erachter te komen dat we onze wit*rood markering kwijt zijn. Wel zien we groen*witte en die volgen we maar.
Waarschijnlijk zit hier veel wild want om de paar meter staat een groen geverfd betonnen schuttinkje als schuilplaats voor jagers.
De lucht wordt donkerder, er klinkt gerommel en een harde wind steekt op. Het duurt niet lang of enorm dikke regendruppels plenzen naar beneden. Met het stuk plastic, dat normaal als bescherming voor het grondzeil onder de tent ligt boven ons hoofd schuilen we stijf tegen een steile bergwand aangedrukt. Dan wordt de regen minder, het blijft onweren en waaien en snel zoeken we een tentplek.

Vlakbij een schaapskooi is een vlak stuk en terwijl overal om ons heen de flitsen door de hemel bliksemen maken we ons bivak.

Zes uur wakker. Naast onze tent staat een auto, een vrouw haalt er melkflessen uit en brengt ze naar de schaapskooi. Even later verschijnt de hele kudde om gemolken te worden. Het waait nog steeds behoorlijk hard. Geen ideale omstandigheden voor een ontbijt en we breken de tent af.
Het oude tentje wat we bij ons hebben is thuis door Bertie zorgvuldig gerepareerd. Er zaten scheuren in het muskietengaas en de bevestigingspunten van de haringen waren uitgescheurd. Dat is allemaal goed gekomen.
We hebben hiervoor gekozen omdat de piramide tent toch wel groot (en zwaar) was voor ons. Hier passen we net in met z'n tweeën en het weegt maar 2 kilo.
Nu blijkt echter dat het tentdoek zelf niet waterdicht meer is en de slaapzakken zijn bij het voeteinde en een zijkant flink nat. Een plotselinge harde rukwind grijpt een slaapmatje inclusief slaapzak en blaast het tegen het ijzeren hek van de kooi. Een flinke scheur in de Therm-a-rest mat is het gevolg. Gelukkig hebben we lijm en plakkers bij ons en het lukt om de winkelhaak te repareren.
Als we het dal inlopen, valt de wind weg. De beschutting of weersverandering? Het lijkt op het laatste want ook de zon klimt hoger. Het lopen wil bij Bertie voor geen meter en ook als we langs het pad wat eten en een kop koffie maken komt daar niet veel verbetering in.
Onderweg passeert ons, al zwaaiend de schaapsherder die in zijn huis verdwijnt. Over de omheining van een tuin hangen lekkere dikke aalbessen. Daar mogen we er vast wel een paar van plukken om ons vitaminepeil wat op te krikken.
In het dal aangekomen vinden we een mooi plekje bij een beek met waterval. Wassen, eten en een poosje rusten. Bertie is kapot, het klimmen en zelfs het lopen valt haar erg zwaar. Het hoeft allemaal geen prestatieloop te zijn, dus rustig aan, maar ik maak me zorgen om haar steeds moeilijker wordende ademhaling.
We lopen licht stijgend het dal weer uit zoekend naar een pad wat ons weer op de GR10 brengt. Inmiddels zijn we er wel van overtuigd dat we ergens een afslag hebben gemist. Volgens de kaart moet de GR ergens boven op de berg lopen langs een kapelletje wat we een stuk hoger zien liggen. We voelen er niet veel voor om hier omhoog te klimmen en hopen dat we een stuk verder de route wel weer oppikken.

Na een goede nachtrust lukt het allemaal weer een stuk beter en we vinden even later ook de wit*rood markeringen weer. Twee tegemoet komende wandelaars vragen of alles goed is en weten te vertellen dat St.Eugiënne niet ver meer is. We denken er het onze van omdat het tempo van de twee nogal hoog ligt, als we nog een keer omkijken zijn ze al bijna niet meer te zien.
Er volgt een stevige afdaling. Zo één waarbij je enkels, kuiten en knieën het zwaar te verduren krijgen, maar onder de middag lopen we het dorp binnen. Net voor de winkel sluit kunnen we nog een stokbrood bemachtigen en op een bankje bij de kerk smullen we hiervan.
Op een terras drinken we koffie. Bertie verdwijnt een paar minuten naar het toilet om de tanden weer eens grondig te borstelen en even rustig op een echte wc te zitten. De winkel gaat pas weer om half drie open dus strekken we ons nog een poosje uit aan de oever van een riviertje.
In de winkel worden we aangesproken door, alweer een Nederlands stel. Of wij daarheen gaan waar zij net vandaan komen. Ze bedoelen hiermee de bergkam wat ons volgende deel van de route is. Volgens hen is dat een vrij pittig stuk. Dat hadden we op de kaart ook al ontdekt, drie á vier dagen lopen zonder iets tegen te komen en behoorlijke klimpartijen.
Maar hier kunnen we onze voorraad aanvullen en welgemoed klimmen we alvast een stuk helling op en planten onze tent in een weiland voor de nacht.

Achteraf gezien was de astma aanval van Bertie, zo'n zes weken geleden al een signaal voor wat er nu gebeurt. Ze heeft slecht geslapen, zit zwaar te hijgen en bij het denken aan verder lopen alleen al krijgt ze het flink benauwd. Na een paar uur wachten is er geen verbetering, het lijkt zelfs erger te worden en ik besluit dat we het pad weer moeten afzakken en de tent gaan neerzetten op de boerderijcamping vlakbij St.Eugiënne.
Zelfs dit stukje zakken kost haar te veel moeite. Ik loop vooruit met mijn rugzak en dump die op de camping, dan klim ik weer omhoog om haar rugzak te halen, ze is nog maar een paar meter gevorderd.
Als ik voor de derde keer omhoog klim om haar te helpen, zit ze nog steeds op hetzelfde plekje te hijgen en met veel moeite en ondersteuning gaan we naar beneden.
Weer zitten we het een paar uur aan te kijken, maar ze besluit dat ze zo de nacht niet in kan en wil en er een arts moet komen. Ik trek haar schoenen aan, zelfs daar kan ze de energie niet meer voor opbrengen en we lopen meter voor meter naar de boerderij. Soms heeft ze het gevoel te stikken. Ik kan het verzoek duidelijk maken of ze een dokter willen bellen. Als het goed is zal hij er over tien minuten zijn.
We wachten twee uur op een bankje, terwijl ons telkens vertelt wordt dat de dokter ergens bezig is, maar dat het niet lang meer duurt. Als hij dan eindelijk arriveert volgt na een kort onderzoek de mededeling dat we mee moeten naar zijn praktijk.
Het blijkt een behoorlijk vergaande aanval te zijn en Bertie krijgt een aantal puffen (inhaler), een injectie en pillen in water opgelost. Na verloop van tijd wordt de boel wat rustiger en met een recept op zak gaan we naar buiten. Daar staat de campingbeheerder op ons te wachten in zijn auto (ja, aardige mensen bestaan echt nog) die ons naar de apotheek brengt en tolk speelt. Met een plastic zak vol medicamenten rijden we terug.
Het dorp wemelt van lallende, half bezopen militairen die hier oefenen in het vangen van ETA bommengooiers. We hebben aan geen van twee behoefte en kruipen snel in de slaapzak. Wat een dag.

Er moet nog maar een rustdag ingesteld worden om op adem te komen (haha). Als Bertie onder de douche gaat heeft ze nog wel even last van de benauwd vochtige lucht, maar het lukt verder wel. Een grote verademing.
Twee dagen geleden hebben we al in het dorp geïnformeerd bij een café annex eethuis of ze vegetarische maaltijden serveren. Dat blijkt het geval te zijn en na het boodschappen doen verheugen we ons op de heerlijke maaltijd die we onszelf twee dagen geleden beloofd hebben.
Helaas, het eethuis gaat pas om acht uur open, het is middag dus wordt het een pizzapunt.
Terug op de camping vermaken we ons een tijdje met het kijken naar de kippen. Als er één iets heeft gevonden rent ze snel weg en heeft geen tijd om het op te eten met alle anderen er achteraan, net een rugby wedstrijd.

We zijn vroeg opgestaan en trekken weer verder. De voor ons liggende bergkam slaan we over. We schatten in dat we dan zo'n vier dagen onderweg zijn zonder een dorp tegen te komen en durven dit niet goed aan gezien de zwaarte hiervan en de aanval van Bertie.
Dus stappen we op de bus naar Eynacce om daar over te stappen op de trein naar Bidarray waar we de GR10 weer willen oppakken.
Bij het station in Eynacce vertellen een groepje jongeren ons dat er een treinstaking is. Ze zijn naar een festival geweest en wachten op een bus die is ingezet en volgens het bericht over tien minuten komt.
Ja, dat kennen we. Na een shagje en een nieuwe mededeling dat over tien minuten de bus echt komt, besluiten we te gaan lopen.
Een mooie route langs een stil landweggetje brengt ons in Bidarray en daar vinden we de vertrouwde wit*rood markering weer.
Een zeer steil weggetje door het piepkleine dorpje leidt ons naar boven waar een uit de Romeinse tijd stammend kerkje staat en een café. Halverwege verschijnt uit het niets een enorm grote oude langharige hond, een soort bejaarde schaapshond, die met ons mee sjokt het steile pad op en hij deelt ons leed tijdens de korte op adem kom pauzes om vervolgens weer samen verder te sjokken.
Zittend onder een horizontaal geleide plataan smaakt de koffie, geserveerd in de grootste koppen die ze kunnen vinden opperbest. We gaan ook nog even het kerkje bekijken. Het ziet er aan de buitenkant mooi uit, we kunnen echter niet naar binnen, op slot.
Als we een stuk verder lopen zien we aan de overkant van een wild stromende beek een prachtige plek. Schoenen uit en we hoppen van steen op steen naar onze kampeerplek.
Dat wordt een dag genieten. Vuur, ijskoud helder water naast de deur en de meegesjouwde Tibetaanse pot van Bever smaakt uitstekend.

We zijn vergeten dat het zondag is en dit blijkt een favoriete uitstapjes plek te zijn. We tellen vijf gezinnen met kleine kinderen als we aan ons ontbijt zitten. Ze gaan een stukje verderop op een klein stenen strandje zitten en blijken net zoveel van rust te houden als wij, het valt dus allemaal wel mee. Bertie knoopt een bandje voor mij omdat ik morgen mijn 58e levensjaar in ga.

Zoals gewoonlijk een verjaardag om nooit te vergeten. Ik word wakker met piepkleine papieren vlaggetjes boven mijn hoofd. Die lieve creatieve heeft thuis een slingertje in elkaar zitten plakken en dat mee genomen.
Wat een prachtig cadeau. Het slingertje gaat achter op de rugzak.
Een klim naar 876 meter is natuurlijk niet erg hoog. Eerst een stuk over een zigzaggende weg, maar na de allerlaatste boerderij gaan we een geitenpad op wat ons een paar kilometer langs de flank van de berg leidt.
Dan gaat het pad over in een ruig rotsblokkenpad waarbij je jezelf en je rugzak van rots naar rots moet ophijsen. Het wemelt van de roofvogels, het pad is nauwelijks breed genoeg om op te lopen en links van ons ligt een peilloze afgrond.
Het is heet, ik drink te weinig en met mijn halve hoogtevrees heb ik het af en toe erg moeilijk. Een tijdje zit ik wat bij te komen in een spleet in de bergwand waar wat water naar beneden druppelt. Lukt me dit of moeten we dat hele eind weer terug?
Dit zijn de moeilijke momenten, je weet niet wat je nog te wachten staat en terug wordt ook steeds moeilijker. Nou ja, verder maar.
Dan staan we ineens voor een deel van het pad wat is weggeslagen, een steile helling met losse rotsblokken ligt voor ons. Ik denk een mogelijkheid te zien om hogerop de helling te passeren en dat lukt ook enigszins, maar Bertie die lager probeert de oversteek te maken hangt op een gegeven moment in een nogal gevaarlijke situatie. Met haar schoenpunten in de aarde geschopt en een, hopelijk stevige graspol als houvast hangt ze, niet in staat verder te gaan. Een gier vliegt rakelings over haar hoofd en denkt alvast aan een lekker maaltje.

Ik doe mijn rugzak af en haal er de twaalf meter lange parachutelijn uit en dat extra beetje houvast is net genoeg om haar verder te helpen. Het zweet breekt me uit omdat ik nu wel naar beneden moet kijken.

Als ze weer een beetje ruimte heeft zeg ik haar de rugzak af te doen en de lijn daaraan vast te maken. Ik hijs de rugzak op en zonder deze ballast bereikt ze het pad. Pffff.
We zijn nu ook snel op de top van de Col de Méhatché, een groot vlak grasland waar we ons uitgeput laten vallen. Ik voel me misselijk door het geitenpad avontuur. De zon brandt meedogenloos op deze kale vlakte en met behulp van de rugzakken en onze lakenzak maken we een afdakje waaronder we in slaap vallen nadat Bertie eerst nog wordt opgeschrikt door een groepje vrij rond galopperende paarden die even hard van ons schrikken.
Als ze wat later weer wakker wordt ziet ze dat de zon is verdwenen en donkere stapelwolken aan het opkomen zijn. Snel maakt ze me wakker. We lopen verder om iets lager op de berg, voor het onweer losbarst een plek voor de tent te vinden.
Nu zijn er grote groepen paarden, een prachtig gezicht te zien dat ze hier zo vrij rond rennen. Het lopen valt ons zwaar na de uitputtingsslag maar we vinden al snel een mooi vlak plekje na nog een kleine kam over geklauterd te zijn en wat Spaanse grenspalen te zijn gepasseerd vlak voor de Col des Veaux.
Als ik de tent heb opgezet en Bertie op een steen langs het pad zit komt er een groep koeien aansjokken met de boer in een gammel Citroentje er achteraan. Bertie blijft rustig zitten, het zijn maar koeien. Wel groot zo die beesten vlak langs je heen.
Ik zie dat tussen de groep een enorme stier loopt, maar hou me stil om haar niet te laten schrikken. Aan haar reactie merk ik dat ze het nu ook ziet. Ze vraagt zich af wat te doen, weg rennen of rustig blijven zitten. Ze besluit tot het laatste en ook de stier loopt rustig verder.
Intussen wordt de lucht steeds dreigender en het rommelt af en toe. Snel een maaltijd maken en ook een kop koffie zetten lukt nog net voor het onweer losbarst en we droog de tent inkruipen en diep in slaap vallen.

Na een nacht met regen en onweer lopen we verder naar Ainhoa. De route leidt ons verder langs een boerderij waar de stier gewoon los rustig staat te knabbelen aan een baal hooi. Toch zijn we wel blij dat we niet het pad op hoeven waar dat beest staat.
Er staan nu meer bomen, eerst een aantal enorm dikke oude eiken, erg mooi en later grote vlakten met jonge aanplant. Ook hier weer een soort schuilschotten voor jagers gemaakt van takken, aarde en beplanting. Als bouwsel leuk, maar de functie is minder prettig.
Vanaf dit punt kijken we uit over de voet van de Pyreneeën en een glooiend landschap met veel bebouwing. Bertie krijgt het gevoel de Pyreneeën al uit te zijn en denkt 'nee, nu nog niet', ze wil bergen, bergen en nog meer bergen met continu een schitterend uitzicht om je heen.
Maar we zijn er gelukkig nog niet, wel is merkbaar dat het inmiddels juli is geworden, de vakantiedrukte neemt toe en we passeren regelmatig tegemoet komende wandelaars.
Wat verder komen we een grote groep schoolkinderen tegen die aan het picknicken zijn bij een beeldengroep. Enorme kruizen inclusief Jezus en kapelletje en we vervolgen onze route over een zigzag bedevaartsweg met in elke bocht een monsterlijk wit betonnen kruis en nog één authentiek Mariabeeld in een huisje.
Al snel gaan we Ainhoa binnen, een plaatsje met prachtige oude huizen, veel eetgelegenheden en op toerisme gerichte winkeltjes, maar geen levensmiddelen. We hadden gehoopt hier onze voorraden te kunnen aanvullen.
Zittend op een terras met een kop koffie zie we een gezin het ene heerlijke, peperdure stokbroodje na het andere verslinden. Na de (kersen)toetjes houden we deze aanblik niet langer vol en gaan op zoek naar een goedkoper uitziende gelegenheid, kijken of die iets te eten hebben. Ja! Pizza! Dit keer een rondje van ongeveer dertien centimeter, half warm uit de magnetron en als we het op hebben kunnen we voorlopig geen pizza meer zien. We lopen Ainhoa maar uit richting Sare, in de hoop dat daar wat is.
De route leidt ons eerst langs een forellenkwekerij en een soort verwildert stadspark waar we een plekje vinden voor de tent.

Bertie begint de dag kwijt te raken. Als je loopt wordt tijd een relatief begrip. Licht en donker worden steeds meer bepalend en de dagen vergeet je, ze zijn niet belangrijk tot je voor een gesloten winkel staat dus probeer je er toch achter te komen.
Het lopen gaat vandaag moeizaam, allebei voelen we ons nog moe van de klimpartij eergisteren en we besluiten op de camping, die we zo'n 2,5 km voor Sare tegenkomen en die er rustig en schoon uitziet onze tent neer te zetten.
De rugzakken worden geleegd en zonder bepakking lopen we verder naar het plaatsje. Vlak voor we Sare binnen lopen is er een enorm lange trap van rotskeien gemaakt. Het loopt erg rot met die 'luie' treden, je moet steeds verschillende stappen doen voor de volgende trede. Het ziet er wel mooi uit en ik herinner me de trap van mijn vorige Pyreneeën reis in 1988.
Het is middagpauze als we in Sare zijn en we verkennen vast of en welke winkels er zijn. Gelukkig, een piepklein kruideniertje. Eerst maar lekker eten en koffie op een terras. De hele middag zitten we zo het dorpsplein te bekijken en wachten tot de winkel opengaat.
Omdat we nu geen vuur kunnen maken en onze benzine voor de brander bijna op is proberen we ook nog een litertje brandstof te vinden. Informatie leert dat de eerstvolgende benzinepomp 20 kilometer verderop is. Gelukkig doet mijn brander het ook op petroleum en na veel gevraag vinden we in het winkeltje een fles. Prima, even de sproeier verwisselen en we kunnen weer koken. Met een volle, zware rugzak lopen we terug.
Nu de trap op, maar we zijn een beetje uitgerust en hebben het vooruitzicht op een (hopelijk) hete douche, een heerlijk avondmaal en een fles wijn die we al een tijd niet meer hebben gedronken en lekker uitslapen.

Al snel komen we er achter waarom deze camping bij onze inspectie gisteren zo schoon overkwam. De beheerster schijnt zich beslist ten doel te stellen de slechte naam van Frankrijk (met de Franse slag) op het gebied van schoonmaken te veranderen. Ze is, op een ruime middagpauze na van 9 tot 21 uur aanwezig. Alleen dan is er warm water en kun je gebruik maken van de douche waarvan ze een sleutel heeft.
Als ik met mijn handdoekje verschijn zit ze al in de aanslag met emmertjes sop, dweilstok, lappen en boenders. Vriendelijk doet ze de douchedeur open en een blinkende ruimte straalt je tegemoet.
Als ik de douchecel verlaat, na eerst nog grondig te hebben gekeken of de bak goed is uitgespoeld en geen haren in het putje zijn achter gebleven duikt ze wellustig naar binnen en leeft zich uit met de dweil en het sop. De volgende die er staat is verplicht te wachten tot dit ritueel is uitgevoerd.
Met dit beeld voor ogen kun je misschien bedenken hoe we ons voelen als het goedje wat ons als petroleum was verkocht nauwelijks hitte geeft, maar wel een vette, pikzwarte roet die zich onmiddellijk aan de pannen vast hecht en dat na 21 uur met koud afwaswater.
Toch doet Bertie een poging. Ha, de etensresten gaan er aardig af, maar nu is het sponsje vet zwart geworden en daarmee behalve de buitenkant van de pannen ook de binnenkanten. Haar handen zijn vet zwart en …
De spoelbak!
Wat een zooitje. Alles in een krant en morgen verder zien. We stellen ons de twee mogelijkheden voor als de beheerster morgenvroeg haar wasbakken ziet. Of ze krijgt een beroerte of stort zich handenwrijvend op het probleem.

Vandaag gaan we weer eens verder. Schuin loeren we naar de wasbakken. Blinkend schoon en geen ambulance te zien.
De route voert ons door Sare, dus voor de derde keer de stenen trap. We gaan klimmen naar 625 meter. Onderweg passeert ons een groep frisse toeristen onder aanvoering van een Amerikaanse reisleidster, zonder rugzakken en keurig op tijd lopend, dus al snel weer uit het zicht. Zeker met de flinke voorsprong die we hen ruimhartig geven.
Het wordt kouder en vochtig. We nemen een uitgebreide pauze bij de ruïne van een huisje. Als we binnen de muurtjes willen stappen voor wat windbeschutting blijkt er al die tijd dat wij er zitten, zo'n 20 minuten, iemand te zitten. Een rare gewaarwording waarbij je afvraagt waar je over hebt gepraat.
Vanuit hier hebben we volop uitzicht over het toeristentreintje wat af en aan rijdt naar de top van de 1000 meter hoge La Rhune. Camera's flitsen naar alle kanten.
Na het middagdutje lopen we over een vlakte waar Les Trois Fontaines moet zijn, niets te zien. Droog in dit jaargetijde? Er komen een aantal toeristen uit één van de treintjes aangelopen zich afvragend waar die drie bronnen nu zijn en vergapen zich aan twee 'echte rugzaktrekkers'.
Aan de andere kant van de vlakte gaan we de berg weer af en plotseling, na de zoveelste bocht ligt de zee diep beneden voor ons. Bertie haar eerste reactie is 'o nee, we hebben nog een week en nu zijn we er al'. Dat gevoel laat haar niet meer los. Weliswaar is het nog een flink stuk lopen, maar ook ik heb plotseling het gevoel dat we er al veel te snel zijn.
Als we op een klein weitje met uitzicht op de oceaan de tent hebben opgezet en we na een snelle hap –het is slecht weer, regen en harde wind in de tent zitten, beginnen we uitvoerig de kaart te bestuderen op zoek naar alternatieve routes voor de komende week.
Uit een paar verschillende mogelijkheden kiezen we voor het Spaanse avontuur. Bij Col d'Ibardin de grens over, via een stuk weg Spanje intrekken om de GR11 op te pakken die met een grote bocht door de Spaanse Pyreneeën in Irun/Hendaye uitkomt.

Het eerste stuk was weer even klimmen en tijdens de afdaling zien we ineens uit het niets, midden in deze 'wildernis' een Spaans restaurant opdoemen. Op de kaart zien we dat hier de route met een klein puntje Spanje in duikt. De koffie smaakt prima, evenals de sneetjes stokbrood –lekker vers, zelf gebakken? en de uitsmijter van de rond scharrelende kippen.
Een stukje verder lopen we langs een grenspaal en komen in een bos waar we pauzeren. De grillige en knoestig gegroeide bomen blijken stuk voor stuk stervende.
Als we op de Col d'Ibardin aankomen lijkt het hele toeristencircus groter als toen ik hier in 1988 was. Op deze grensstreek met z'n belastingvrije zone, de zwaar onderbetaalde Spaanse gastarbeiders en dik betalende toeristen valt veel geld te verdienen.
Gelukkig gaan we er op ruime afstand langs, via de weg Spanje in met een klein stukje verder richting Verra de Bidassoa een terrasje in de zon met koffie voor de helft van de prijs voor die boven op de top, waar we ruim zicht op hebben. We vergapen ons aan de oneindige stroom auto's die de berg optuffen en afdalen.
Na een poosje lopen we bergafwaarts langs een kronkelige weg en vinden een geschikte overnachtingsplek achter een overwoekert hek.

Als we vroeg in de ochtend verder lopen langs de bochtige asfaltweg gelukkig is het niet druk blijken we al veel dichter bij Verra de Bidassoa te zijn dan we dachten. In de vroege acht uur zondagrust lopen we de stad in en vinden een pinautomaat voor Spaans geld.
Terug naar de waterpomp die we aan het begin zagen en weer lopen we langs alle gesloten winkels. Dan ratelt er een rolluik omhoog en een vrouw op sloffen maakt de deuren open van een soort snack kroeg.
Ze schenkt een tot nu toe alles overtreffende 'sterke' soepkom koffie en gelijk zijn we er weer helemaal klaar voor om ons Spaanse avontuur voort te zetten.
Het is nog een flink stuk door de stad voor we een bord zien met uitleg van een aantal lange afstand paden. Er is een geel*wit gemarkeerde route en we ontdekken ook onze wit*rood gemarkeerde GR11. Na goed speuren op de kaart en een paar keer verkeerd lopen ontdekken we de eerste markering en beginnen aan de steile klim van 300 meter. Het belooft bloedheet te worden en onze poriën hijgen al weer waterdamp naar buiten.
Al snel komen we er achter dat de markeringen erg slecht zijn aangebracht, we moeten continu opletten, heel veel op de kaart kijken. Op een vijfsprong van paden komen we er niet meer uit. Een paar richtingen vallen af (terug), maar er blijven drie paden over. We zetten de rugzak neer en nemen ieder een pad. Na honderden meters hoor ik het signaal van Bertie dat ze een markering heeft gezien. Terug naar de rugzakken en weer verder. Dat gaat meermalen op deze manier. Een padvinder zou hier uit zijn dak gaan.
De temperatuur neemt Spaanse waarden aan (35 °C) en we vinden het genoeg voor vandaag. Toch kost het nog menige zweetdruppel voor we een vlak stuk op een breed pad vinden. We zetten de tent op en de rest van de dag liggen we te sudderen in de schaduw.
Voor ons ligt het dal met nog net zichtbaar een stukje van de rivier Bidassoa met daarnaast de autoweg. Als het tegen de avond wat afkoelt komt een Spaans boertje, zwaar leunend op zijn lange wandelstok, aan gewandeld. Een golden retriever, bij uitzondering heeft deze zijn zwierige staart nog, vergezelt hem. De man knikt tevreden als duidelijk wordt dat we Nederlanders zijn, verder is de conversatie door de taalblokkade uitgesloten en de hond die zichzelf lekker had genesteld tot de baas was uitgekletst kijkt verrast omdat ze dit keer zo snel verder gaan.
Even later horen we de bekende schaap geluiden en ze staan wat dommig naar ons te kijken. Blijkt dat we precies op hun route staan met de tent. Er is ruimte genoeg om te passeren, maar ja, wie gaat er als eerste over de dam langs die enge mensen. We besluiten om lekker in de slaapzakken te kruipen en als we in de tent zijn horen we ze langs lopen.

Regen, regen, regen. Het lijkt niet meer op te houden. De hele boel is weer nat. Deze oude tent lekt op verschillende plekken en ook de slaapzakken zijn nat. Toch lukt het tussen de buien door de boel weer droog te krijgen.
We besluiten er een rustdag van te maken en slapen veel. Ook eten koken lukt in een droog moment. Regelmatig komen de schapen even langs om te kijken of hun pad al vrij is.

Weer zijn de slaapzakken nat en het is somber weer als we de volgende morgen verder gaan. Met die natte spullen lijkt de bepakking dubbel zo zwaar. Het begint al weer snel te regenen en we schuilen even onder een uitkijktorentje. We kunnen het ons niet veroorloven nog een dag te pauzeren gezien de ons nog restende dagen en bovendien willen we graag lopen. Dus regenjassen aan en verder zoeken naar de wit*rood markeringen die steeds weer ontbreken.
Het duurt dan ook niet lang of we zijn de route weer kwijt. Alleen nog geel*wit markeringen die een regionale rondwandeling aangeven. Stuk terug en een afslag proberen die we eerder voorbij zijn gelopen.
Het leidt in ieder geval naar een waterstroom waar we kunnen pauzeren. Het wordt droog en de zon breekt door. Alles uit de rugzak en drogen. Een lekkere bak koffie, aanvullen van de watervoorraad, een beetje wassen en we kunnen er weer helemaal tegenaan.
We vervolgen het pad en zien in de bocht een schoon gevreten kadaver van een schaap liggen. Dat zijn we al eens eerder tegen gekomen, maar het blijft een lugubere aanblik. Het pad klimt weer flink en wordt eigenlijk steeds minder 'pad' om op de top van een uit stekende rotspartij te eindigen.
Tegenover ons een schitterend ruig landschap met een zeer steile en spits toelopende rotsblokberg. Op de top een gierennest, de hele familie was thuis, het kroost bijna volwassen. Wel mooi, maar we zitten mooi verkeerd.
Terug naar een ander zijpad in de bocht, maar ook dat loopt dood dus het hele eind weer terug. Bij gebrek aan beter gaan we de geel*wit markeringen maar volgen. Het is in ieder geval een gemarkeerde route en komt heus wel ergens uit.
Het brengt ons rond een prachtig ruig dal om aan de andere kant langs een weg (in aanleg?) al bochten draaiend steil naar beneden te gaan. De heupen, knieën en enkels worden weer zwaar op de proef gesteld.
Beneden gekomen staan we plotseling voor de geasfalteerde drukke weg naar Hendaye. Balen! Wat nu?
Een stukje terug, eerst pauze en Beverkaken eten want dat is er tot nu toe een beetje bij ingeschoten door al dat gezoek. De enige mogelijkheid die we nu hebben lijkt langs de weg verder te lopen en dan al weer veel te snel in Hendaye te zijn, of…
Speurend op de slechte kaart –de Franse Pyreneeën zijn uitstekend ingetekend, maar deze is niet gemaakt om in Spanje te gaan lopen zie ik aan de overkant van de weg een dun zwart stippellijntje naar het noorden gaan. Het kronkelt naar boven een berg op en daar loopt weer de vertrouwde GR10. Dat liever dan langs die weg.
Dus hijsen we de rugzakken op en zoeken aan de overzijde van de weg naar het bedoelde paadje. Dan zien we iets wat op een pad lijkt de berg opgaan, eigenlijk al verder dan op de kaart staat maar eerder was er echt niets, dus het zal wel goed zijn.
Het is echt een pad, wel erg smal en we maken grappen over smokkelaars –daarboven ligt tenslotte Frankrijk dus spelend met deze fantasie kijken we ook niet vreemd op als het 'pad' langzaam alleen nog maar een heel smal beekje is waar we van rotsblok tot rotsblok verder klauteren. Als we bij de oorsprong van het watertje zijn aangekomen en voor ons alleen de mogelijkheid overblijft een weg te banen door menshoge stekelstruiken, hadden we wijzer moeten zijn en terug gaan. Fout 1, we gaan verder.
We banen ons een weg omdat we er nog steeds echt van overtuigd zijn dat die GR daarboven loopt. We vervloeken de prikstruiken en overal hebben we al gauw schrammen. Doorzetten, want het kan niet ver meer zijn.
Het begint te regenen, maar dan zijn we boven op de top. Er staan wat bomen en nog steeds heel veel stekelstruiken. We lopen verder naar het noorden. Dan zien we het verschrikkelijke. Het loopt steil naar beneden en geen pad te bekennen.
Tent opzetten? Nee, niet in de regen en tussen al die stekels. Fout 2, we waren al moe, het begon laat te worden en wisten niet meer waar we waren. We hadden moeten stoppen dus.
We beginnen heel voorzichtig aan de supersteile afdaling. Het is nat en glibberig en we zijn blij als we weer een waterstroompje tegenkomen. Als we dat volgen moeten we ergens beneden aankomen. Weer klauteren over rotsblokken, springen en glijden. Uitglijden en je schoenen volscheppen met water in de beek die het langzaam wordt. Het water is overgroeid met (natte) varens en andere planten en opeens krijg ik het gevoel dat alles wat ik aan heb, mijn hele lichaam, de begroeiing, de regen en het beekje één zijn. Het maakt me allemaal niet meer uit. Ik krijg zin om beek te zijn en mezelf naar beneden te laten stromen zonder me druk te maken waar ik uitkom. Ik weet dat dit soort apathie een gevolg is van onderkoelingsverschijnselen. Ik ben moe, koud, nat. Kom op, hier kunnen we niet slapen.
Dan staat er opeens een miniberggeit vlak voor ons met grote ogen van verbazing, alsof ze denkt 'wat zijn dat voor wezens, die heb ik nog nooit gezien'. Misschien doen berggeiten aan telepathie want nu komt mamma berggeit ook kijken en te zien aan haar verbaasde blik weet ze het ook niet.
We willen ze niet aan het schrikken maken en proberen voorzichtig te passeren, maar ze doen een paar stapjes opzij en blijven kijken. Misschien hebben ze echt nog nooit mensen gezien want we hadden er zo één kunnen grijpen en opeten. Gelukkig zijn de Beverkaken nog niet op.
We zakken nog een stuk en dan zien we in de schemering beneden ons aan de voet van de berg een pad. Ook is het even droog en het lichtstraaltje van de hoop geeft me weer net even dat beetje warmte om door te gaan, maar wordt een ijskoude klomp als we boven een ongeveer zeven meter hoge waterval staan met links noch rechts een zichtbare mogelijkheid om af te dalen.
We kunnen nu echt niet verder, het wordt zo donker en ik stel voor dat we ter plekke –er is een smal plat richeltje naast de beek gaan slapen. Een tent opzetten kan niet, maar misschien met wat plastic. Bertie raakt in paniek en begint zijwaarts als een razende de berg op te klimmen, dwars door alle prikkels en rotspunten op zoek naar een plat stuk voor de tent.
Ik kan niet veel anders dan er achteraan. De grootste fout die we maken natuurlijk, in deze situatie moet je blijven waar je bent.
Want halverwege de helling is het pikdonker. Te gevaarlijk om verder te klimmen, maar ook om terug te gaan. We zitten op een zeer smalle, scheeflopende richel naast een dode boom. Wel erg symbolisch.
We halen de slaapzakken en matjes uit de rugzakken waarbij we ons in allerlei bochten moeten wringen om te zorgen dat er niets naar beneden glijdt. We trekken de kletsnatte jassen, schoenen en sokken uit gelukkig hebben we nog droge sokken en dan wurmen we ons in de slaapzakken.
We eten een paar Beverkaken die we met water naar binnen spoelen. We zijn dood en doodmoe en sukkelen regelmatig half in slaap. Liggen kunnen we hier niet en half zittend voelen we ons steeds wegglijden. Dicht tegen elkaar aan proberen we ons aan elkaar te warmen. Ik probeer een positieve draai aan de ellende te geven door Bertie voor te houden dat dit toch wel erg romantisch is, zo met z'n tweetjes op een bergricheltje kijkend naar de zo goed als volle maan. Ze moet er wel om lachen, maar het gaat niet goed met haar.
Ze is bang in slaap te vallen en de berg af te vallen, ze schudt en beeft over haar hele lichaam van angst, kou, honger, vermoeidheid, ellendig gevoel. Ik ben er niet veel beter aan toe en om de ramp compleet te maken gaat het ook weer regenen. We worstelen wat om het stuk grondzeil als afdak over ons heen te houden, maar dat gaat regelmatig mis en de slaapzakken worden steeds natter.
Weer komt even het gevoel over me dat het me allemaal niet meer uitmaakt, laat maar nat worden die zooi. Ook ik kan niet de hele nacht wakker blijven na die uitputtingslag. Dit gaat fout, ik moet iets bedenken.
Konden we ons maar vastbinden, die dode boom kunnen we daar niets mee? Tussen de rotswand en de dode boom is een scheve ruimte van zo'n 75 cm. Als ik nou eens de rugzakken tegen te boom op elkaar stapel zou het een beetje vlak te maken zijn.
Maar houdt die boom het wel? Duidelijk dat er ooit de bliksem is ingeslagen, het is niet veel meer dan een verkoolde stam. Ik vertel mijn idee aan Bertie en we besluiten het te proberen, we moeten iets proberen. In het pikdonker en met gestaag neervallende regen gaan we weer aan het goochelen. De rugzakken prop ik klem tegen de stam na daar eerst nog even flink aan gesjord te hebben. Het lijkt te houden en ik leg de matjes zo goed dat gaat over deze bulten, dan de binnenin nog redelijk droge slaapzakken en daarover het stuk plastic. De schoenen worden ondersteboven gezet om ze niet vol water te laten lopen en we gaan in de slaapzakken liggen.
Bertie ligt met haar neus tegen de rotswand en ik probeer een stukje slaapzak tussen mijn rug en de boomstam te proppen. Ik heb het gevoel dat die stam dwars door me heen wil, maar we liggen.
Het is een zooitje. We kunnen ons niet meer omdraaien, liggen als vaatdoeken over de bult, de slaapzakken worden steeds natter, maar we zijn zo moe dat we snel in slaap vallen. Ik word nog een paar keer wakker omdat de stam wel erg veel pijn doet en ik droom dat ons gewicht en dat van de rugzakken wat er allemaal tegenaan hangt teveel is en we slapend naar beneden donderen.

Het begint licht te worden als Bertie wakker wordt en een gil slaakt. Meteen ben ik ook wakker. Ze is wakker geworden van iets vochtigs en kouds tegen haar neus en ziet een dikke naaktslak vlak bij haar op de rots. Een slijmspoor verraadt dat hij of zij ook over haar gezicht is gekropen. Ze walgt bij de gedachte.
Ik vind het van ondergeschikt belang na deze nacht, maar ze blijft aandringen en ik verwijder dat beest. We hebben ondanks dat alles echt kleddernat is toch vast geslapen en zelfs een beetje uitgerust gevoel.
Eerst maar een ontbijt van Beverkaken en water en er over nadenken hoe we hier weer naar beneden kunnen. Rationeel gezien ben je naar boven geklommen dus moet je ook de weg terug kunnen gaan. Gek genoeg is dat in de praktijk altijd anders.
Bertie stelt voor om het touw aan de rugzakken te binden en deze een stuk naar beneden te smijten waar de ander ze opvangt. Zo kunnen we zonder rugzak dalen en dat is een stuk veiliger. Het werkt echter niet omdat de eerste rugzak bij het uitproberen al een paar meter lager blijft haken aan de prikstruiken. Dan gaan we glijdend voetje voor voetje naar beneden terwijl we telkens de rugzak aan een hengsel meeslepen en soms een stukje laten zakken.
Het kost heel wat meer tijd en energie dan de verbluffend snelle klim van gisteravond, maar dan staan we weer bij de waterval. De richel die ik had voorgesteld ziet er bij daglicht een stuk beter uit dan die waar we op zaten, maar goed, we hebben er weer van geleerd en moeten ons nu maar op die waterval concentreren. Daarlangs afdalen kunnen we vergeten, te hoog en alleen wat spekgladde uitsteeksels.
We klimmen opzij van het water weer een stukje omhoog en langs de flank van de berg om te kijken of we er omheen kunnen. Niet dus, weer terug. Aan de rechterkant kunnen we wel een beetje opzij komen, maar dat gaat heel erg steil naar beneden. Wel is de helling bezaaid met prikstruiken. We sjorren er stevig aan en het blijkt dat ze stevig geworteld zijn. Aan de onderzijde van de stam is een stukje stekelvrij wat we beet kunnen pakken.
Met één hand de rugzak vasthouden en met de andere een struik, je naar beneden laten glijden, schoenen in een houvast klem zetten, nieuwe struik pakken, rugzak naar je toe slepen, glijden. Het water druipt overal uit en we zitten onder de schrammen, maar het lukt. Zo komen we eindelijk op het pad.
We omhelzen elkaar en genieten van een onbestemd gevoel binnen in ons. Blij om de ellende van het afgelopen etmaal? Nee, het is een intens gevoel van overwinning, het is ons gelukt en we weten dat we deze gebeurtenis, dit 'Spaans avontuur' nooit bewust zullen opzoeken, maar ook dat we het niet willen ruilen voor een appartement aan de Costa. Ik heb nooit erg veel moeite gehad met slapen op de onmogelijkste plekken en in de vreemdste houdingen, maar Bertie, die vorig jaar in de Eifel nog zei dat ze niet wild wilde kamperen zegt dat ze na nu overal slaapt.
Waarschijnlijk is het onze positief geluksgevoel wat er voor zorgt dat de zon gaat schijnen. We maken koffie en beginnen alles uit de zwaar bemodderde rugzakken te sjorren en uit te spreiden om te drogen.
Dan kom ik erachter dat we natuurlijk twee van die aluminium/goudfolie reddingsdekens bij ons hebben waar we ons in hadden kunnen wikkelen om redelijk warm en droog te blijven. Alweer een fout omdat we door de paniekerige situatie niet meer in staat waren helder na te denken en dat terwijl ik toch zelf een 'Klein(ste) Floppie Overlevingshandboek' heb samengesteld met duidelijke aanwijzingen hoe te handelen in noodsituaties .
We trekken alle natte lappen uit en laten ons opwarmen door de zon. Modder wordt afgeborsteld, ik diep nog wat muesli op uit de rugzak en langzaam komen we weer op krachten. Als alles droog is en we weer onze normale lichaamstemperatuur hebben lopen we het pad verder af om tot de conclusie te komen dat we weer op de autoweg zitten. Een paar honderd meter verderop dan waar we begonnen.
Er zit niets anders op dan langs deze drukke weg naar Irun/Hendaye te lopen. Het is een tweebaansweg met erg veel vrachtvervoer en onze enige uitwijk mogelijkheid is zoveel mogelijk in de betonnen greppel langs de kant lopen. Vervelend en vermoeiend omdat de greppel vol zooi ligt en iedereen hier hard rijdt.
Na een paar kilometer wordt het verkeer op één rijstrook geleid omdat ze de goot aan het leegscheppen zijn. Net als we voorbij lopen is er een bestuurder die te laat ziet dat het verkeer op zijn strook stilstaat. Boven op de rem en met gierende banden draait de auto 90° om vlak voor de afgrond stil te staan. Dat scheelde het beroemde haartje.
Vlak voor Irun kunnen we eindelijk benzine krijgen voor de brander, daar sta je dan met je literflesje tussen alle slurpende vrachtauto's. We komen nu in het grensgebied met alle drukte die erbij schijnt te horen. Bij een benzinepomp annex winkel doen we boodschappen en het grootste deel van het Spaanse geld is ook weer uitgegeven. Nog een kop koffie en we hebben alleen nog wat losse muntjes over.
Dan lopen we naar Hendaye en in een Franse supermarkt vullen we de laatste boodschappen voor vandaag aan. Het handje vol Spaanse muntjes leggen we in het schoteltje van een zwerver die tegen de gevel zit. Hij telt het geld en staat gelijk op waarbij hij ons nog vriendelijk bedankt.
We kiezen natuurlijk weer eens de verkeerde weg die dood loopt in de haven. We komen nog twee andere rugzaktrekkers tegen en worden hartelijk begroet. Waarschijnlijk beginnen ze net aan de tocht, ze zien er nog fris uit.
Dan vinden we een camping vlak bij het station en de kust. Lekker douchen, weer eens 'normaal' eten en een fles wijn. Gewoon in de tent goed, droog en vlak slapen. Dat is het. Je gaat die eenvoudige dingen erg waarderen na zo'n avontuur, je kijkt met andere ogen naar het water uit de kraan, de gebakken aardappeltjes, een warme droge slaapzak.

Heerlijk geslapen, nog een keer onder de douche, heerlijk ontbijt. Dat mag allemaal wel een keer. Dan gaan we kijken naar de treintijden. Het is een klein station en de kaartjes moeten we op het hoofdstation kopen. Nu we toch weer in het centrum zijn doen we daar gelijk boodschappen voor vanavond, drinken koffie op een terrasje en likkend aan een ijsje lopen we terug naar de camping.
Daar dumpen we de boodschappen en lopen een stuk van het pad langs de kust. Ja, we kunnen het niet laten! Bertie verbaast zich over de kleur van de Atlantische Oceaan, echt blauw zoals op foto's. Voor haar is het de eerste keer dat ze een andere zee ziet dan de Noordzee en geniet van de kleuren, de rotsblokken in het water, de steile kust en het mooie stuk bospad.
Op dat moment besluiten we om volgend jaar het kustpad in Bretagne te gaan lopen.

We hoeven pas vanmiddag om een uur of één op de trein te stappen dus weer lekker rustig wakker worden. In Bayonne moeten we een paar uur wachten op de doorgaande verbinding naar Parijs. De TGV is een stuk rustiger dan op de heenweg en we kunnen nu fijn languit zitten.
We kijken naar de vele zonnebloemvelden in bloei en zitten een beetje voor ons uit te dromen over de afgelopen weken.
In Parijs gaan we, met de ervaring van de heenreis direct met de metro naar het station du Nord. Als we daar zijn lopen we een klein stukje de stad in –wat een herrie, wat een stank, wat een hectisch gedoe allemaal. Onvoorstelbaar dat je in een paar weken die 'ik wil steeds meer hebben grote mensen wereld' ontwent. Een tijdje zitten we koffie drinkend in een café op een kruispunt de mierenhoop te bekijken.
Dit keer hebben we de onderste bedden in de één na voorste slaapcabine. Dat ligt wel iets beter, maar de voorste blijkt het kantoortje van de conducteur te zijn. Op een bed heeft hij alles paspoorten en tickets –die in de nacht door de douane worden gecontroleerd uitgestald. Hij maakt mensen wakker die er uit moeten en de hele nacht komen mensen die hun slaaptabletten vergeten hebben, langs om een praatje te maken. Op de Spaanse richel hebben we beter geslapen.
Verder staan we om onduidelijke redenen een aantal keer behoorlijk lang stil en deze tijd wordt ook niet meer ingehaald zodat we een uur later dan gepland in Heerenveen zullen aankomen.
Vooral bij Bertie, die tot nu toe alleen van de Pyreneeën had gedroomd, maar natuurlijk ook bij mij staat deze reis weer als een prachtige herinnering in het hoofd geprent en we fantaseren alweer over de volgende.

Dit schrijfblok-verhaal maakt deel uit van de bundel Lopende Levensberichten II van John Vangelis. Kijk op zijn site voor meer verhalen van zijn hand.


Hiking-site.nl op Twitter




Share/Bookmark
homezoeken op deze sitetop van de pagina
Vertel vrienden over deze pagina

Laatste wijziging: 04-11-2017

Hiking-site.nl is een site voor actieve buitensporters, wandelaars en hikers die op zoek zijn naar informatie over materiaal, routes, navigatie, EHBO, tips en tricks, avontuur, wandelen, outdoor en buitensporten. Nieuw op deze site?
Lees dan eerst eens rustig deze pagina met informatie over Hiking-site.nl!
[home] [linken naar Hiking-site.nl] [adverteren op Hiking-site.nl]