foto In het schrijfblok komt telkens een nieuw (reis)verhaal over de belevenissen van bezoekers van de site. Ook jij kunt jouw verhaal insturen voor publicatie.

Cauterets (FR) - Torla (ES)

De aanleiding voor deze tocht ligt een heel stuk terug in het verleden. Als jonge kerels van 20 jaar hadden wij in het begin van de jaren ’80 een typische strand-en-discotheek-vakantie gepland aan de Costa Brava. Voor het transport hadden we een lift versierd met een vrachtwagen tot in Zuid-Frankrijk., en stelde zich nog enkel de vraag hoe we in Spanje moesten geraken. Het antwoord daarop leek even eenvoudig als idioot : te voet !

We schaften ons een wandelkaart aan en besloten de Pyreneeën over te steken via de beroemde “Brèche de Roland”, een gigantische spleet in de muur van steen die Frankrijk van Spanje scheidt.
Ondanks onze schamele uitrusting – op baskets en met een veel te zware bepakking – stonden we vrij vlug aan de voet van de Vignemale nabij Gavarnie. We stelden onze tent op en doken vrij snel onze slaapzakken in om het aanstormende onweer te ontvluchten. De wind rukte als een gek aan onze tent, zodanig zelfs dat we midden in de nacht verplicht waren om te verhuizen. Dit laatste tot groot afgrijzen van mijn reisgenoot, die verder in zijn slaap nog een aantal keer begon te krijsen dat de tent ging vliegen. Toch was het een goede zaak geweest : een bende Nederlanders die naast ons bivakkeerde was de volgende morgen de resten van hun tent aan het verzamelen.

Terug bepakt en bezakt begaven we ons verder op weg, maar al vlug viel het ons op dat iedereen in de andere richting trok. Een Fransman gebaarde ons dat we gek waren en vroeg ons of we niet wisten dat er een sneeuwstorm woedde daarboven. Een sneeuwstorm in juli – dat was het laatste dat wij leken hadden verwacht. Met tegenzin zag ik het onverantwoorde van de situatie in en maakten wij rechtsomkeer – maar niet vooraleer plechtig gezworen te hebben het later terug te proberen.

foto: Peter De Clercq

Pas in 2002 was het zover : de lang vergeten plannen en dure eed waren terug in mijn hoofd beginnen spelen. Ik wist mijn vriend Luc zo gek te krijgen om een concrete datum af te spreken en had alles deze keer netjes voorbereid. We kochtten fatsoenlijk materiaal – bergschoenen, lichtgewicht tent, e.a. – en namen de nachttrein naar Lourdes einde juni.
Aangekomen met de nodige vertraging te Lourdes tegen 9 h ’s morgens kregen we onze eerste teleurstelling te verwerken : de bus naar Cauterets was al vertrokken en de volgende was pas na de middag. Het openbaar vervoer in Frankrijk is werkelijk bedroevend. Dit was toch vrij ernstig gezien het reeds van bij het begin ons zorgvuldig uitgestippelde programma in gevaar bracht. We besloten met de moed der wanhoop dan maar te liften, al achtten we de kans gering dat twee ongure mannen met volledige bepakking zouden meegenomen worden. Maar zie, na amper 10 minuten kregen we onze eerste lift ! Tegen de middag naderden we reeds Cauterets, en de chauffeur bood zelfs aan ons tot Pont d’Espagne te voeren – halverwege onze eerste etappe. Ik bedankte hem vriendelijk maar vroeg om te stoppen in Cauterets, dit tot onzetting van Luc. Na een korte lunch in het stadje begaven we ons eindelijk op weg voor de eerste etappe.

Dag 1 : Cauterets – Refuge des Oulettes de Gaube
Eénmaal buiten Cauterets komen we al vlug aan een parking met het begin van een pad naast het kolkende riviertje. Ik kom al vlug tot de vaststelling dat de tijdsaanduidingen die in de trekkinggidsen vermeld staan vrij letterlijk te nemen zijn. Ondanks het feit dat we goed doorgeven moeten we elke pauze om op adem te komen als straftijd rekenen. Ik heb echter moeite met het juiste ritme te vinden voor mijn ademhaling en moet dan ook regelmatig even uitblazen.

foto: Peter De Clercq

De omgeving is prachtig en maakt alle ongemakken meteen goed. We bereiken Pont d’Espagne, een ware aantrekkingspool voor dagjesmensen, met ruim een halfuur vertraging op de theoretische tijd. Het is inmiddels reeds ruim 16 h geworden. De rest van de dag belooft nog een serieuze inspanning, en ik hoop dat we het avondmaal in de refuge nog halen.

Na een korte pauze starten we de klim naar de Lac de Gaube over een gemakkelijk, breed pad. De helling is echter uitdagend genoeg om onze vermoeide benen parten te spelen. Het is dan ook met enige moeite dat we het meer bereiken en we laten ons het pintje bij de hotellerie goed smaken.
Als we ons weer in beweging zetten, wegen zoals gewoonlijk de laatste loodjes het zwaarst. We zijn wel eindelijk verlost van de dagjesmensen – geen wonder overigens, het loopt ondertussen naar 18 h. Er rest ons nog een o zo makkelijke klim volgens de beschrijving van Ton Joosten, maar de dag is reeds lang geweest en we zijn nog niet voldoende aangepast aan het hoogteverschil. We vorderen erg traag, en het begint langzaam maar zeker te schemeren. Uiteindelijk krijgen we de refuge in het vizier, en Luc krijgt hier duidelijk een fikse energiestoot van. Ik heb echter overal spierpijn en laat hem maar al voorop lopen om onze komst te melden.

Als ik er dan eindelijk kom aangestrompeld, blijkt er hoedanook geen enkel probleem te zijn. Er bivak-keert minstens evenveel volk op de vlakte als er gasten zijn in de refuge, zodat er twee shiften voor het avondmaal zijn. Ik maak van de gelegenheid gebruik om een halfuurtje op mijn bed te gaan liggen, want ik heb echt last van snijdende pijnscheuten in rug en benen. Het doet mij wel het ergste vermoeden, en ik houd er rekening mee dat de tocht misschien al ten einde is.
Eindelijk kunnen we dan proeven van de keuken van een refuge : het blijkt best wel lekker en vooral erg voedzaam, met grote porties. Het is gezellig aan tafel, waar iedereen mekaar bedient en verhalen uitwisselt. Dit smaakt zeker naar meer.

foto: Peter De Clercq

Dag 2 : Refuge des Oulettes de Gaube – Gavarnie
Na een vrij onrustige nacht in een slaapzaal met een twintigtal ronkende trekkers, voel ik me merkwaardig fris en uitgeslapen. Ook de pijn van gisteren is vrijwel volledig weggetrokken : enkel nog wat stijfheid blijft over. De hemel is staalblauw, en na het ontbijt vliegen we er onmiddellijk in. Het defaitisme van de vorige dag is volledig verdwenen. We beginnen met de steile zigzag klim naar de col d’Araillé en het gaat vrij goed, al moet ik af en toe stoppen om terug op adem te komen. Luc schijnt zich sneller aan te passen, en hij lacht mij uit als ik opper dat dit te wijten is aan het feit dat hij saxofoon speelt.
Ondertussen worden we wel ingehaald door een jonge, knappe Nederlandse, die zich vriendelijk voorstelt. Zij doet deze tocht op haar eentje, en lijkt daar geen enkel probleem mee te hebben. Om ons niet te laten kennen, en om het zicht op haar slanke, gebronsde benen niet te verliezen, steken we een tandje bij. We bereiken in een mum van tijd de top, na de eerste sneeuwvelden te zijn overgestoken. Een zeker gevoel van opwinding maakt zich meester van mij : hier was het immers toch allemaal om te doen, nietwaar ?

foto: Peter De Clercq

De afdaling naar Refuge de Bayssellance, die in juni nog gesloten is, verloopt voorspoedig. Verderop stoppen we even voor een zalige picknick in een stralende zon en met onze voeten in het klaterende, ijskoude water van een riviertje. We maken ook voor het eerst kennis met de bergmarmotten, die vrij brutaal langs het pad zitten en ons de hele tijd nafluiten.
Tegen dat we de Barrage d’Ossoue bereiken is het toch al ruim 16 h en Gavarnie is nog ver weg. Toch besluiten we het wandelpad rechts te volgen, en niet de onverharde weg links van de rivier, vermits die er erg saai uitziet. Het is vervolgens helemaal geen moeilijk parcours, maar het voortdurende stijgen en dalen van het pad, alsook de vele kronkels en omwegen, beginnen hun tol te eisen. Volgens mijn schatting is het hele traject van deze etappe overigens niet minder dan 17 km, en dat begint toch ook wel door te wegen. Uiteindelijk bereiken we letterlijk uitgeput de refuge de Grange de Holle zo rond 18 h.

Na een frisse pint volgen we de raad van Ton Joosten op. We nemen afscheid van onze Nederlandse vriendin en overbruggen de laatste twee km naar het dorp om onze tent op te zetten op de camping van Gavarnie. Prima, eenvoudige camping met een prachtig uitzicht, maar het systeem van de douches laat wat te wensen over. Na wat geklungel met de jetons neem ik uiteindelijk maar een koude douche.

Dag 3 : Gavarnie – Refuge des Sarradets
Heerlijk geslapen vannacht, en opnieuw is de ellende van de vorige dag volledig verdwenen. We slaan wat proviand in, taxeren de mistige weersomstandigheden als voldoende stabiel, en begeven ons vervolgens naar het pad dat ons naar het Plateau de Bellevue zal brengen. De tocht verloopt prima over een makkelijk te volgen pad, dat zigzaggend tegen een steile helling omhoog loopt. Het is hier ook vrij druk : vele wandelaars kiezen dit plateau als doel voor een dagtocht. Wij lopen echter door in de Vallée des Pouey Aspé in westelijke richting. We hebben er immers voor gekozen de alternatieve route naar de refuge des Sarradets te volgen, langsheen de Pic des Sarradets. Voor de meer beschreven route langs de Echelle des Sarradets voelen we ons niet zeker genoeg. Spoedig zullen we echter ontdekken dat ook deze route de nodige uitdagingen bevat.

foto: Peter De Clercq

Een eerste hint krijgen we als we in tegenovergestelde richting een Vlaming tegenkomen, met zowaar zijn arm in de plaaster. We stoppen even voor een praatje, en hij vertrouwt ons toe dat hij meestal in de Alpen gaat wandelen op zijn eentje, maar dat hij met een gebroken arm dan maar voor de Pyreneeën had gekozen. Een gek dus. Hij jaagt ons wel de stuipen op het lijf met verhalen over sneeuwvelden daarboven waar je tot aan je borst inzakt, maar we besluiten toch de proef op de som te nemen.

We slaan bij een kruispunt linksaf i.p.v. rechtdoor naar de Port de Boucharo en de route brengt ons al vlug een steile helling op waarbij het steeds onherbergzamer wordt. Spoedig verdwijnt het pad, en moeten we ons richten op steenmannen. Ik probeer zeer aandachtig de weg te volgen, want volgens de kaart moeten we het bergriviertje langs onze linkerkant op een gegeven ogenblik oversteken en de helling een stuk dwarsen. Toch zijn we aanvankelijk aan de andere kant van het riviertje het spoor bijster – gelukkig zijn er de steenmannen om ons spoedig terug op het juiste pad te brengen. Ondertussen is het flink wat frisser geworden, en na de fleece-trui schiet ik ook mijn KW aan. Het systeem van de verschillende lagen werkt prima, en al vlug heb ik het eerder te warm.
Volgende opdracht is het beklimmen van een lange steengruishelling, die echter netjes van een zig-zagpad werd voorzien. Ik wordt bijna gek van het eeuwig heen- en weerlopen en stem dan ook dankbaar in als Luc voorstelt een tasje soep warm te maken.

foto: Peter De Clercq

Boven aan deze helling staan we plots oog in oog met een zeer groot sneeuwveld. Dit blijkt de uitloper van de Glacier du Taillon te zijn. Ik weifel even aan de rand, en ook Luc herinnert zich duidelijk de woorden van de Vlaming. Er staan echter sporen in de sneeuw, en ik vat vooral moed als ik ergens halverwege de sneeuwhelling een diep, horizontaal spoor bemerk, dat ongetwijfeld de route is die de refuge des Sarradets met de Port de Boucharo verbindt. Ik schat de afstand op zo’n 200 m, en begin voorzichtig de sneeuw uit te proberen. Hij lijkt voldoende vast, en als ik dan ook een riviertje heb overbrugd via de sneeuw, groeit mijn vertrouwen. Luc is nog niet zeker van de zaak, en volgt brommend en zuchtend. We volgen de schaarse voetsporen die door de sneeuw recht omhoog lopen, en bespeuren al vlug mensen die de helling dwarsen via het eerder ontdekte spoor. Na nog een korte, voorzichtige inspanning, waarbij we hoogstens tot aan de schenen in de sneeuw zakken, bereiken we eindelijk het andere pad. Vanaf hier is het kinderspel, want de sneeuw is diep uitgesleten, en al vlug bereiken we de top van de route. De refuge wordt nu zichtbaar en is vlakbij – maar vooral de Brèche de Roland domineert het zichtsveld nu in al zijn grootsheid.

foto: Peter De Clercq

We bereiken de refuge des Sarradets met zijn prachtige ligging en adembenemende panorama’s klokslag 16 h. Binnen ontmoeten we vooral mensen die de Vignemale willen bedwingen, maar ook Spanjaarden die de tocht van de andere kant hebben volbracht.
Voor het avondmaal bestudeer ik buiten nog zeker een halfuur de route naar de Brèche. De afstand bedraagt amper 300 m, maar zal toch nog voor de nodige kopbrekens zorgen.

Dag 4 : Refuge des Sarradets – Torla
De volgende morgen staan we reeds rond 8 h klaar om de tocht aan te vatten. Het heeft flink gevroren vannacht : er komt geen water meer uit de kranen, die gevoed worden met smeltwater. Ik vul mijn fles dan maar met natte sneeuw, en voeg voor de zekerheid een ontsmettingstabletje toe. Behoedzaam beginnen we onze klim naar de Brèche de Roland, vooral ook omdat sommige wandelgidsen vermelden dat hier stijgijzers en ijshouwelen vereist zijn. Dit blijkt echter sterk overdreven, en de beklimming blijkt uiteindelijk minder moeilijk dan de Glacier du Taillon van gisteren. Een gletsjer kan dit niet echt worden genoemd – meer een uit de kluiten gewassen sneeuwveld. Wij zijn beide erg geconcentreerd bezig, en ik bemerk op een gegeven ogenblik dat Luc een andere route heeft gekozen. Mijn doel is een puinhelling verderop die boven de sneeuw uitsteekt, vermits ik me daar toch zekerder van mijn stuk voel. Ik verpruts uiteindelijk zoveel tijd met daar te geraken, dat mijn voordeel volledig verdwijnt en we uiteindelijk samen op een zwak hellend plateau op ongeveer 100 m van de top aankomen. Het vervolg van de route is eenvoudig, en spoedig staan we tussen de twee rotsige muren aan weerskanten van de Brèche.

foto: Peter De Clercq

Deze rotswanden vormen de grens tussen Frankrijk en Spanje, en reiken nog zover het oog kan zien. Op de plaats van de Brèche zijn ze merkwaardig dun en tarten de zwaartekracht door nog ruim 70 m omhoog te priemen. Dit is waarlijk een groots moment, met een duizelingwekkend panorama aan beide kanten. Het contrast tussen het barre maanlandschap aan Spaanse zijde en de mistige, besneeuwde Franse vergezichten is verbluffend.

Het is echter vrij winderig en uiteindelijk besluiten we verder te gaan. Op dit ogenblik maak ik een fout. De Franse kaart van IGN laat geen enkele route zien aan de Spaanse kant, de Spaanse kaart van ICC is niet erg duidelijk. Feit is dat aan de zuidkant van de Brèche er een kleine kom is, maar er geen aanduiding van een pad te bekennen is. De oostkant van de kom lijkt mij nogal gevaarlijk, rechtdoor afdalen in de kom is geen optie wegens te steil : blijft enkel de westkant op het eerste zicht. We menen trouwens enkele steenmannen aan deze zijde te herkennen en kiezen dan ook voor deze route. De afdaling verloopt makkelijk en zeer geleidelijk, maar we komen al vlug tot de vaststelling dat het hoogteverschil met de bodem van de kom eerder lijkt toe te nemen dan te verkleinen. Steenmannen zijn nergens meer te bekennen. Vaststaat dat we op één of andere manier aan de andere kant van de kom moeten zien te geraken, want daar moet het pad ergens liggen. Het wordt opeens duidelijk : bijna terzelfdertijd krijgen we het pad in het vizier, en de enig mogelijke weg ernaar toe. Deze weg loopt wel vrij steil naar beneden tot waar de kom overgaat in het grote plateau met de naam Plano de San Ferius. Daar gekomen is het slechts een klein stukje terug naar boven om dan de Collado de Millaris te bereiken, waar we het pad terug kunnen oppikken.

foto: Peter De Clercq

Ik probeer zo schuin mogelijk op en naast de rotsen naar beneden te klauteren, en gebruik daarbij meer intuitie dan overleg. Op een gegeven ogenblik sta ik veilig en wel beneden, maar moet wel vaststellen dat Luc een heel stuk hoger nog tegen de rotsen hangt. Hij is duidelijk niet zo zeker van zijn stuk, en roept me toe hem aan te duiden hoe ik naar beneden ben geraakt. Ik moet bekennen dat ik het niet meer weet, maar geef hem toch wat algemene richtlijnen. Vervolgens kom ik tot het besluit dat ik hem rustig zijn weg moet laten zoeken en hem zeker niet opjagen. Eindelijk beneden gekomen krijg ik wel het verwijt hem enigzins aan zijn lot overgelaten te hebben – en daar heeft hij wel een punt.
Maar goed, we zijn er geraakt, en dat doet alle muizenissen meteen verdwijnen. We vervolgen onze route over een gemakkelijk en duidelijk te volgen pad, en bevinden ons al vlug in een met gras begroeid landschap. Het is erg warm, en controleer of de sneeuw in mijn fles voldoende gesmolten is. Dat blijkt het geval, en ik neem een flinke slok, die ik meteen met een vloek terug uitspuw. Dit water is absoluut ondrinkbaar en heeft een sterke chloorsmaak. Ik neem de tabletjes uit mijn rugzak, en kom tot de vaststelling dat ik ontsmettingstabletjes voor het zwembad heb megenomen in plaats van voor drinkwater. Briljant ! Luc biedt mij zijn fles aan, maar ik vind dat ik voor mijn stommiteiten moet boeten en vervolg mijn weg met een droge, pijnlijke keel.
Al bij al loopt het toch al tegen 14 h als we de refugio de Goriz bereiken. Eindelijk kunnen we onze flessen terug bijvullen met fris bergwater, en ik drink gulzig van de kraan. Hier nemen we een uitgebreide middagpauze, waarbij we ons laten overweldigen door het natuurschoon. We worden zelfs toeschouwers van een waar luchtgevecht om een prooi tussen twee roofvogels, waarvan één van de twee een arend, denken we.

foto: Peter De Clercq

Oorspronkelijk was het de bedoeling hier te blijven overnachten, maar de refugio is gesloten voor de dag en wachten tot 18 h zint ons niet echt. Het begint bovendien terug te kriebelen, en we vervolgen onze weg. Spoedig staan we aan de rand van de Valle de Ordesa – het pad duikt hier zigzaggend langs een quasi verticale wand naar beneden. De afdaling lijkt eindeloos te duren en ik begin te beseffen dat er een waarheid in zit dat afdalen erger is dan stijgen. Mijn voeten en knieën beginnen pijn te doen, en mijn billen raspen als schuurpapier over elkaar. Eindelijk beneden gekomen ben ik geradbraakt. Het is al een lange tocht geweest en het is al ruim 16 h. Na onze voeten te hebben verfrist vervoegen we de schijnbaar eindeloze rij dagtoeristen en schoolgroepen op weg naar de uitgang van het Nationaal Park. De omgeving is prachtig, maar de borden laten geen ruimte voor twijfel : vrij kamperen is hier zeker uit den boze. We besluiten dan maar meteen naar de eerste de beste camping door te wandelen, en beseffen dat dit waarschijnlijk pas in Torla zal zijn.

foto: Peter De Clercq

Tegen dat we aan de uitgang van het Park zijn, heb ik uitgerekend dat we die dag reeds 300 m gestegen, 1600 m gedaald en 19 km hebben afgelegd. De dichtsbijzijnde camping ligt nog wat lager, en nog eens 4 km verder. Dicht bij de parking halen we een Fransman in met wandelstokken en, die zien we voor het eerst, een soort harde, plastic bergschoenen. Hij legt uit dat ze de Monte Perdido hebben beklommen, maar dat dit soort materiaal en marteling is om op vlakke weg te lopen. Als hij hoort dat we nog helemaal naar Torla moeten lopen, strompelt hij vloekend verder : “Putain, putain, encore 4 km, putain ...”. We houden ons echter stoer en vervolgen onze weg. Spoedig slaat de uitputting toe en verlies ik alle besef van tijd en afstand. We zeggen vrijwel niets meer tegen elkaar en gaan maar door. Enkel de frustrerende afdaling en extra klimpartij aan de Puente de los Navarros kan ik mij nog levendig voor de geest halen.

Uiteindelijk bereiken we meer dood dan levend de camping San Anton bij Torla – de expeditie is ten einde. Morgen nemen we de bus naar Barcelona, waar we een goedkope vlucht terug naar huis hebben geboekt.

foto: Peter De Clercq

Transport
Met de nachttrein Lourdes – opgelet voor de slechte busverbindingen in Frankrijk. Van Torla naar Barcelona met diverse busverbindingen, meestal met Alinsa Graells. Eénmaal in Barbastro merdere goede verbindingen per dag. Goedkope vlucht vanuit Barcelona met Virgin.

Uitrusting
Bergwandelschoenen voor zwaar terrein en lichtgewicht tentje. Warme fleece-trui met hoge kraag in combinatie met KW. Broek met afneembare pijpen.

Kaarten
Frans : La Carte de Randonnée nr 1748 OT Gavarnie van het Institut Geographique National (IGN)
Spaans : Mapa Excusionista Pirineos nr 24 Gavarnie – Ordesa van het Institut Catrografic de Catalunya.

Peter De Clercq


Hiking-site.nl op Twitter




Share/Bookmark
homezoeken op deze sitetop van de pagina
Vertel vrienden over deze pagina

Laatste wijziging: 04-11-2017

Hiking-site.nl is een site voor actieve buitensporters, wandelaars en hikers die op zoek zijn naar informatie over materiaal, routes, navigatie, EHBO, tips en tricks, avontuur, wandelen, outdoor en buitensporten. Nieuw op deze site?
Lees dan eerst eens rustig deze pagina met informatie over Hiking-site.nl!
[home] [linken naar Hiking-site.nl] [adverteren op Hiking-site.nl]