foto In het schrijfblok komt telkens een nieuw (reis)verhaal over de belevenissen van bezoekers van de site. Ook jij kunt jouw verhaal insturen voor publicatie.

1993: Schotland – West Highland Way - Milnga-vie - Fort William

Schotland (Eng.: Scotland; Duits: Schottland; Fr.: L'Écosse), het noordelijk deel van het eiland Groot-Brittannië, ten noorden van de lijn Solway Firth–Tweedmonding, 77213 km2 (incl. binnenwateren 78764 km2), met 5,1 miljoen inw.; hoofdstad: Edinburgh. Het ge-bied omvat het voormalige koninkrijk Schotland en maakt deel uit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Tot Schotland behoren 186 bewoonde eilanden (o.a. Hebriden, Or-kney Islands, Shetland Islands) en een aantal onbewoonde. Hoewel Schotland sinds 1707 staatkundig met Engeland en Wales is vere-nigd, zijn de Schotten toch een afzonderlijk volk blijven vormen. Het sterke historische besef, de eigen organisatie van Kerk, rechtspraak en onderwijssysteem, de eigen taal en letterkunde hebben hiertoe sterk bijgedragen.

In voorgaande jaren is er niet veel gekomen van lange afstands-wandelingen. Een verslechterende relatie en andere persoonlijke omstandigheden veroorzaken zelfs een crisis in mijn leven in de jaren 1991-1992 die ik maar met moeite te boven kwam.
Na het overlijden van Marja kreeg ik een samenleefrelatie met een vriendin van vroeger die ook twee kinderen had. We besloten te ondervinden of zij lange afstand wandelen ook zo leuk vonden.
Omdat de kinderen al wat groter zijn –Orian is zeven geworden, Rosan een jaar jonger en Iris een paar jaar ouder kunnen ze heel veel zelf dragen, maar alles bij elkaar was een berg bagage te ver-wachten. Ik kocht een Bergans rugzak met een enorme ruimte van 90 liter, met binnenframe voor de lichtere tochten en (verwijder-baar) buitenframe voor het echte sjouwwerk.
Met regenjassen en extra sokken lopen we dan op 11 augustus om zes uur in de avond naar het Centraal Station in Den Haag. Deze keer weer eens een busreis, dat is sinds Griekenland niet meer voorgekomen.
De bus die om kwart over zeven vertrekt komt om kwart voor acht, het mag dan misschien geen Magic Bus meer heten maar Eurolines, de organisatie is er niet beter op geworden en de prijzen ook niet. Er volgt een vlotte reis naar Oostende. De kinderen gaan slaapdronken de boot op, net uit het begin van opkomend geeuwen.
Op de boot vinden in een zaal met lange banken al gauw een plekje tussen wat anderen en Orian slaapt meteen. Rosan en Iris vinden het allemaal nog te spannend. Ik ga op de grond in de slaapzak, Anna en Rosan na een tijdje ook en Iris gaat op een bank liggen.
Zo dommelen we stukjes verder, maar uitgeslapen zijn we niet echt als we vijf uur later aanleggen in Dover.
De Engelse grens doet me denken aan de Duitse van een paar jaar terug. Botte lui, camera's, doorkijkspiegels, wat een machtsterreur. Wij mogen weliswaar doorlopen, maar velen niet.
Stille boevenzoekers schuifelen óngedwongen tussen de toeristen –ik snap niet dat ze nog steeds niet door hebben dat uitstraling net zoiets is als een uniform, ik haal ze er tenminste feilloos tussenuit en stralen als James Bond zelf als ze weer een langharige gevonden hebben. Die komt van de Dam en heeft vast verboden kruid bij zich. De echte boeven lopen op glimmend gepoetste schoenen en in krijt-pak gewoon door en ook onze drie boefjes mogen verder. Gelukkig komen ze nog niet op het idee dat er wel eens iets zeer verslavends zou kunnen zijn aan het in bezit hebben van een knuffelbeest.

Om zes uur zijn we in Londen en moeten drie uur wachten op de bus naar Glasgow. Ook hier worden we een half uur zoet gehouden met mededelingen dat de bus over 'ten minutes' komt.
Tekort zorgt ervoor dat we alle vijf steeds in slaap vallen, maar erg interessant is dit eerste stuk toch nog niet merk ik in de momenten dat het me lukt om naar buiten te gluren.

Om kwart over zes zijn we in Glasgow en een half uur later zitten we in de bus voor het laatste stukje naar Milngavie waar de West High-land Way begint en moe maar blij dat het nu gaat gebeuren starten we de honderd tweeënvijftig kilometer lange voettocht.
Gelukkig vinden we snel een plekje en tegelijkertijd wordt het wind-stil, vochtig benauwd. Kortom Midget Time!
Ik had er tevoren over gelezen in Op Lemen Voeten, maar je weet hoe dat gaat. Schorpioenen heb ik ook wel eens gezien en volgens velen moet je daarom nooit op het Griekse strand slapen, maar nog nooit ben ik door zo'n beest gestoken. Dus je denkt dat die paniek-berichten wel mee zullen vallen. Het valt dus niet mee!
Midgets zijn zeer kleine mugjes die je in zeer korte tijd van boven tot onder lek steken. Anna, Iris, Orian en Rosan met al veel te veel steken snel achter het knuttengaas van de tent en ik ga sjekkies rokend en een gelukkig meegenomen muskietennet over mijn kop, met handschoenen aan, broek in mijn sokken en jas tot boven dichtgeknoopt proberen een warm hapje te maken. Het lukt, alleen zit ik toch nog op de meest onwaarschijnlijke plaatsen onder de bulten, die minibeesten maken maxibulten.
De rijst met linzen, gedroogde groenten en wat kruiden smaakt prima en we slapen redelijk door de jeuk heen nadat elke kier van de tent is gecontroleerd.

Vanmorgen weer vroeg op weg, het is al weer aardig warm, bijna 25°C en droog. We moeten nog een beetje inlopen, het gaat wat moeizaam. Na een paar uur lopen komen bij het Graigallian Loch, een meer op vier kilometer van Strathblane. Daar ga ik inkopen doen en laat de opbouw van het bivak aan de anderen over.
Een klein winkeltje heeft alleen wat blikvoer, maar als ik terugkom met sinassap en Hobnobs is het feest. Ik heb eten voor twee dagen meegenomen dus even lekker acclimatiseren op dit mooie stille plekje. De kinderen spelen in het water en slijpen alvast hun zak-messen op een steen, klaar voor het 'grote avontuur'.

Het gaat nu duidelijk veel beter na zo'n dagje rust. Vannacht is het trouwens gaan regenen (ik begon al te wanhopen), niet veel maar toch Schotland waar nou eenmaal geldt dat als je de top van de Ben Nevis niet kan zien dat het dan regent en als je hem wel kan zien dan gaat het regenen.
Wel is het nog steeds warm. Je kan aan Orian merken dat hij letter-lijk en figuurlijk op de voetpaden is groot geworden, maar ook de meiden beginnen te wennen. Om halfvijf stoppen we, er is een plek-je vlak langs het pad.
Het is al een tijdje droog, maar lang duurt dat niet meer denk ik en ik wil van de gelegenheid gebruik maken.
Als ik bioburgers met brood ga maken komen de hordes weer in de aanval, maar toch wel wat geleerd van de vorige keer. Beter inge-pakt, een rokerig vuurtje (dan hoef ik ook zelf niet zoveel te roken) en iedereen helemaal afkloppen voordat de tent opengaat. Er slip-pen er natuurlijk nog steeds wel mee, maar die worden onmiddellijk uitgeroeid, verder ben ik wel diervriendelijk hoor, maar er zijn gren-zen.
Als een enorm roofdier me wil opvreten, verdedig ik mezelf en daarmee kun je een zwerm midgets vergelijken.
In ieder geval kan ik vrij ongestoord het eten maken. Dan gaat het regenen –goed gepland, John en we doen maar wat spelletjes. Het is wel krap, maar ook knus in de vierpersoons piramide en het scheelt natuurlijk kilo's voor een tweede tent. Volgend jaar lukt het zo niet meer, nou ja zien we wel weer.

Het is droog als we de tent inpakken. Die is nog wel nat en als we lopen begint het weer te regenen. Als het pad een beetje onderlangs Killearn loopt pas ik op de spullen onder een zeiltje en de rest gaat inkopen doen.
Als ze terugkomen, wat vrij lang duurt omdat het toch een hele klim bleek te zijn, probeer ik te koken op een nat houtvuurtje en het bedoelde middageten wordt daardoor avondeten. Uiteindelijk heb-ben we rijst met rauwe bloemkool, koffie en thee. Het is al laat maar we hebben nog geen plek voor de tent.
We lopen een stuk door een 'regenwoud' volgens de kinderen, een hoog begroeid smal paadje en in de stromende regen lopen ze te lachen. Dan klimmen we ergens over een hek en zetten de tent op, we kunnen even niet verder. Het wordt spontaan droog tot we in de slaapzak liggen, daarna de hele nacht niet meer.

Alles wordt wel steeds natter, maar het regent niet als we inpakken. Orian vindt het prachtig om de diepste modderpoelen te doorwaden en is aan zijn laatste paar sokken bezig. Anna's schoenen vallen uit elkaar omdat ze na drie jaar rusthuis nu constant doorweekt zijn. De doornatte kledinghoop groeit en de rugzakken wegen als lood door al dat opgezogen water.
De wetfold jassen doen het prima en dank zij de rugzakhoezen (bij de kinderen vuilniszakken) zijn ook de slaapzakken nog steeds droog.
Rosan loopt inmiddels in een noodregenjas van een vuilniszak omdat haar jas doorlaat en als je die drie vuilnisukkies zo zingend –drieënveertigste couplet, een potje met vet voor je ziet in de stro-mende regen, kan je natuurlijk niet zelf de moed verliezen en luid-keels brullen we maar mee.
Vlakbij Drymen vinden we een droomplekje. Beekjes, veel ruimte ÉN de zon breekt door. Terwijl ik de tent opzet gaat Anna op jacht naar lijm voor haar schoenen. Die vindt ze ook, maar de verkoper zegt, met een droog gezicht dat de schoenen wel droog moeten zijn, tja.
Tegen de avond is bijna alles droog wat nat was (behalve de schoe-nen natuurlijk), hebben we lekker gegeten en zelfs het risico geno-men wat dingen uit te wassen. We blijven een dag.

Vanmorgen voor eten naar het drop geweest en een grote pan ha-vervlokkenpap gemaakt. Net is de laatste hap naar binnen als een heel vriendelijke man in groen uniform naast ons staat die ons (sor-ry, sorry) vertelt dat we daar niet mogen bivakkeren. Privé-terrein van iemand die dat niet goed vindt. Laat aankomen en weer vroeg vertrekken, daar zegt niemand wat van, maar de hele dag blijven kamperen gaat (sorry, sorry) echt niet.
Al met al om halftwee zijn we gepakt weer op weg. Voor ons ligt een lang stuk Forestry Commission gebied waar je sowieso niet mag overnachten, maar na een paar korte stopjes slaan we een zijweg-getje in en vouwen de tent weer uit.
Het is al vrij laat en de kinderen zijn moe, wij trouwens ook door het gesjouw met de extra kilo's ingeslagen voedsel en drank voor twee dagen. Reden genoeg om de wet even te negeren. We eten of ons leven ervan afhangt, met uitzicht op Conic Hill, met een prachtige wolkentunnel, met aan het eind daarvan een ondergaande zon en met miljoenen midgets waarvan er elke keer honderden de tent mee weten in te glippen ondanks de voorzorgsmaatregelen.
Er is één voordeel in vergelijking met 'onze' muggen. Deze zijn erg traag en laten zich makkelijk wegvegen. Ze beweren hier dat het goed is tegen de reuma, ik zie weinig kromme Schotten, maar dat kan ook de whisky zijn.

Nadat we in het open veld (wind kunnen midgets niet verdragen) en al heen en weer lopend (ze vliegen heel langzaam en kunnen je zo niet inhalen) ons ontbijt hebben gehad komen we de West Highland Way oppasser weer tegen op de Conic Hill en hij vraagt hoe het gaat. Als ik zeg dat we net zo langzaam, maar ook net zo vasthou-dend als een turtle doorgaan, legt hij mij geduldig het verschil uit tussen een turtle (zeeschildpad) en tortoise (landschildpad).
Dus zijn wij tortoises. Ik zeg dat ik de vergelijking met turtles in Schotland toch passender blijf vinden en hij begint te lachen.
Dan vertelt hij van de voorgenomen reis naar de Galapos eilanden –daar heten de schildpadden dan weer tortuga, maar dat komt omdat de Engelsen dat stukje Spaans sprekend gebied hebben ingepikt en dat komt weer omdat Spanje de oorspronkelijke bevolking heeft uitgemoord en die zaten daar weer omdat ze achtergebleven waren tijdens een bezoek vanuit de kosmos en zijn gezicht straalt omdat een 'good friend' hem heeft uitgenodigd.
Welgemoed gaat hij verder met het oprapen van het toeristenafval om 'zijn' stukje pad een beetje natuur te laten blijven na ons een blik te gunnen in de vuilniszak. Propvol blikjes, kauwgum, plastic tassen en andere zooi. Een zak verrotte appels zijn niet eens ont-daan van de plastic zak zodat de beesten het zouden kunnen opeten.
We sjouwen verder. Het gaat behoorlijk steil omhoog en Anna heeft het zwaar met haar slechte longen, maar als we op driehonderdvijf-tig meter staan is het uitzicht weer magnifiek. Na een kleine pauze –het middageten hadden we al bij een klaterende watervalletjesbeek waar we poedelnaakt 'in bad' sprongen, ijskoud gaat het bijna nog steiler naar beneden.
Uitzicht op Loch Lomond is prachtig en nadat het de hele dag helder blauw is geweest begint het te betrekken. Als we een plekje zoeken begint het te druppelen, maar door de week ervaring en samenwer-king staat het complete bivak voor vijf personen met slaapgelegen-heid en alles regenvrij in nog geen tien minuten.
Alle kleding is weer droog door het dagje zon en de slaapzakdroog-trommel methode. We zijn vlakbij Balmaha, dertig kilometer vanaf het vertrekpunt, wat een gemiddelde oplevert van vijf kilometer. Nee niet per uur, per dag, maar volgens mij haalt een tortoise dat niet.

We beginnen de midgets min of meer te accepteren, het is nou eenmaal zo en we hebben ook geen zin dit grote avontuur te laten vergallen. Vooral Orian ziet eruit als een wrattenzwijn, al lijkt hij er weinig last van te hebben. Hij reageert altijd we fel op dit soort dingen. Ik ben een goede tweede, elke steek wordt een knalrode puist. Op mijn hiel een hele lastige bult van 2 cm.
Dat is niet de reden dat we vandaag maar tot Arrochymore Point zijn gekomen. In Balmaha drink ik een reuzenbeker koffie en de kinde-ren eten ijs terwijl Anna een winkel wil zoeken. Wij zitten voor het grote raam de winkelstraat af te turen tot we haar niet meer zien. Even later komt ze weer voorbij, ze kan niets vinden en schiet in de lach. Aan de andere kant vlak naast waar wij zitten is een grote winkel.


Veel mensen vragen of we de WHW lopen met de kinderen en we krijgen complimentjes. Er is ook een man die vraagt of hij een foto mag maken voor een schilderij als Anna en de kinderen ergens op hun rugzakken zittend op mij wachten.
Na een stevige klim en daling bij Balmaha lopen we een tijdlang langs het Loch Lomond. De zon schijnt, het water en zand lokken verleidelijk naar de kinderen, dus wat doe je. Stoppen.
En dat hadden we misschien niet moeten doen, de eerste druppels druppelen, maar ze trekken hun kleren uit en trekken zich er verder even niets van aan. Orian begint een twee meter hoge zandtoren die morgenvroeg door Iris en Rosan moet worden afgemaakt, tenminste dat is na overleg de afspraak.
Naar het lijkt lopen we dus niet de hele WHW, maar het gaat om de lol. Al lopen de kinderen elke keer een beetje angstig te vragen of we het wel halen.

Het waait vrij hard dus de midgets zijn op de vlucht. Dat samen met het plekje en toch weer een beetje zon laat ons besluiten nog een dag te blijven. Eerst ga ik weer terug naar Balmaha om inkopen te doen.
Dit keer over de 'snelweg', tenminste een weg waar twee auto's elkaar net kunnen passeren. In tien minuten ben ik daar waar we gisteren uren over hebben gedaan.
Als je nu nog steeds niet begrijpt waarom loper*s dat moeilijke pad nemen om te komen waar ze willen zijn moet je daar zelf maar achter zien te komen. Even wilde ik weer beginnen over dikke reten in kindermoordenaars die in drie weken half Europa 'doen', maar dat doe ik niet meer. Mijn moralistisch gezeur helpt toch niet.
Er zijn mensen die het 'weten' en proberen de zuilen omver te trek-ken, de trossen los te gooien en op de woelige baren des levens tegen de klippen op varen.
Er zijn mensen die het 'weten' en hebben opgegeven daar over na te denken. De Tros is voor hen de navelstreng geworden waardoor ze veilig en doorvoed en vooral heel saai zo snel mogelijk oud worden.
Er zijn mensen die het 'weten' en weigeren daar iets mee te doen omdat het hun Yuppen tijd wel zal duren.
Er zijn mensen die het 'niet weten', ook nooit te weten zullen komen en die ik gerust te stom durf te noemen om wat verder te kijken dan de mediaverslaving en dus dit nooit zullen lezen.
Houd het er maar op dat Ik deze manier van natuurbeleving het einde vind en ook de kinderen zie ik met volle teugen genieten van de velden vol paars vingerhoedskruid, de gele tormentil, de zwanen die op bezoek komen, de avonturen die ze beleven als we door het 'tropisch regenwoud' worstelen, beken die we oversteken zitten vol krokodillen, piranha's en boa's en waag het niet te zeggen dat die hier niet leven.
Op dit moment hebben ze wilde avonturen bij het meer, er is een knapperend houtvuur, de donkere stapelwolken die het zonlicht laten uitwaaieren en de midgets blijven weg, kortom een te gekke avond.

Die wittebroodsweken gaan ons nekken. Met z'n vijven vreten we makkelijk anderhalf brood per keer op en hebben eigenlijk nog steeds trek als we ons voornemen vandaag een flink stuk te lopen.
Daarbij ontmoeten we ook nog wat stevige klauterpartijen en al snel maken we maar weer een vuurtje voor een warme maaltijd.
We zijn nu vlakbij Rowardennan (360990NN) en hebben dus iets meer dan een kwart van de route achter ons. De tegemoet komende loper*s beloven ons steeds dat het mooiste nog moet komen, we weten niet of dat echt zo is of cynisch bedoeld. In ieder geval is het nog steeds droog en vaak zelfs zonnig, zoals vandaag.
Naast de tent liggen een paar enorme rotsblokken en de kinderen spelen zeerovertje (Momo en de tijdspaarders, live). Er blijken hier wel echte schatten te liggen. Tussen de rotsen vind ik een aansteker met Grieks opschrift en Anna een paar Engelse munten.
Als we een kop warme koffie/thee zitten te drinken horen we een bromgeluid. Anna zegt 'het lijkt wel een beer, maar gelukkig zijn beren bang voor vuur' en de kinderen kijken, het half gelovend wat griezelend rond.
Als het donker is horen we vlakbij uilen, wat een lawaai kunnen die beesten maken, heerlijk zo warm in je slaapzak met die bosgeluiden om je heen.

Onderweg wil Rosan een 'touwtje' oppakken als we zien dat het touwtje een flitsend tongetje heeft en een slangetje blijkt te zijn. Gebiologeerd bestudeert zij lange tijd het beest.
Naast het pad staan vier berggeiten waarvan er één op haar achter-poten balanceert om bij de malse blaadjes te komen. Het pad is soms moeilijk, glibberig en smal, maar als we voor de keus staan om de 'boven' of 'beneden' route wordt unaniem gekozen voor 'be-neden'. Daar loopt het pad langs het water, het is een blubberzooi met grote rotsblokken, maar veel mooier dan het eenvoudiger pad bovenlangs.
Wel komen we zo maar moeizaam vooruit en lopen bijna twee dagen over dit stuk. We hebben nu al een paar dagen op droogvoer ge-leefd, zijn uitgehongerd en moe. Morgen komen we gelukkig aan in Inversnaid. Volgens de routebeschrijving moet daar iets van voedsel te krijgen zijn. We weten nog niet dat het zo'n dag wordt waarop alles fout schijnt te moeten gaan.

Het waait hard en het is snijdend koud. Over het plein, bestraat met nat glimmende kinderkopjes wappert afval.
Een colablikje tinkelt, een oude krant vouwt zichzelf dubbel om de poten van een van de drie bankjes die samen met de verweerde houten tafels de aankleding vormen.
De westkant van het plein ziet uit over het Loch Lomond, voor zover de mistflarden die over onzichtbare bergen worden aangevoerd het zicht toelaten tenminste. Als vingers in een bord babypap steken pieren het Loch in, wachtend op boten die waarschijnlijk al lang geleden deze plek bezochten. Een onrustig gevoel draait naar de noordkant.
Het vervallen gebouwtje wat eens een druk bezet publiek toilet moet zijn geweest, je kan er nog steeds en het heeft heet(!) drinkwater.
Weer draait de waarneming een kwart slag en komt tot rust in het oosten. Het hotel! Dat is het!
Dat is wat niet is thuis te brengen in deze omgeving, het hoort hier niet. Groot! Luxueus! Duur!
Met de hoed diep over het denken getrokken weet de beschouwende geest op het plein dat daar de oplossing van het geheim moet wor-den gezocht. Wat doet zo'n hotel op dit plein, ofwel wat doet dit plein om zo'n hotel?
Plotseling verstoort een lichte trilling deze filosofische gedachte. Vanuit het zuiden, waar een modderig rotspad het dichte bos in tweeën tracht te splijten en waar weinig mensen zich wagen, ver-schijnen vijf wezens. De lengte en vorm valt moeilijk te onderschei-den. Diep gebogen tegen wind en regen, zwoegend en glibberend in een poging op twee poten te moeten en zullen voortgaan, met wap-perende flarden om zich geslagen die tegen elkaar kletsen als een vaatdoek tegen een natte badkamermuur. Dat kunnen alleen maar mensen zijn!
Nu ze dichterbij komen wordt duidelijk dat twee van de wezens wat langer zijn dan de overige drie. Wankelend van uitputting en honger glijden ze over de beijzelde keien naar het hotel. De twee groten gaan naar binnen terwijl de anderen verkleumd en stijf hun beentjes tussen de bank en de tafel wringen, verheugd naar het moment dat pappa en mamma misschien met iets eetbaars naar buiten komen.
Een moment later is het zover en begerig worden de plastic ingego-ten, platgeslagen meelballen uitgepakt. Een gelig flintertje bedekt nauwelijks de onderlaag en ze weten van tevoren dat het veel te weinig is.
'Vijftien zilverstukken', fluistert de moeder bleek weggetrokken. De anderen weten dat het hierbij moet blijven en huilen zachtjes om de machteloosheid deze uitbuiting te bestrijden.
Dan klinkt vanuit de dichte mist een lang vergeten geluid. De scheepshoorn van een schip vol dappere mannen en vrouwen die de vijf opnemen in hun gemeenschap en samen maken ze van Invers-naid een zelfvoorzienend dorp waar het hotel een herberg wordt met een dorpskeuken en wordt druk bezocht door mensen die de West Highland Way lopen. De hoteldirectie is het bos ingestuurd.

Het waait echt hard en het is snijdend koud. Volgens een boekje wat ik thuis heb gelezen is er in het hotel soms eten te koop. Dat is ook zo.
Vijftien gulden voor vijf wittebrood sandwiches met een flinter kaas! Normaal hebben voor dat bedrag een hele dag eten.
Terwijl we ons tegoed doen, vertel ik het bovenstaand verhaal. Je moet het positief blijven bekijken nietwaar.
We hebben nog een paar dagen voor de boeg voor we weer iets tegenkomen. Wel hebben we nog wat droogvoer bij ons, maar het is hoog tijd voor iets stevigers.
Mijn gevoel zegt 'doorlopen', maar het gebeurt wel vaker dat ik niet luister. Er zijn nog twee Nederlanders en een groepje Duitsers met dezelfde problemen. De Duitsers hebben zelfs helemaal niets meer te eten. Dan horen we dat er misschien om vijf uur een boot komt die naar de overkant gaat.
Bijna besluiten we om dat niet af te wachten en toch maar verder te lopen, Anna gaat vast heet water tappen, als er een soort rond-vaartboot komt aantuffen die ons wel wil meenemen naar Tarbet, zuidelijk aan de overkant van het meer.
De boot gaat snel weer weg dus ren ik naar het toiletgebouwtje om de anderen te roepen en we springen met armen vol losse spullen aan boord. Deze overhaaste beslissing kost ons alweer vierentwintig gulden.
In Tarbet drinken we koffie en milkshakes, behalve dit café en een paar huizen is er verder niets. 'Arrochar', zeggen de glimlachende, niet van hun stuk te brengen Schotten, 'Vijf kilometer verderop'.
Ze vegen met een brede hand de plassen water van de terrasstoelen en nemen plaats op de, nog altijd kletsnatte zitting. Onwillekeurig bedenk ik me dat ze de midgets hier misschien wel tot de be-schermde diersoort rekenen. Je blijft er rechtop van lopen én het levert je een dikke huid op, of zou dat ook de whisky zijn?
Door de stromende regen zwemmen we naar Arrochar. Een winkel en een snackbar waar we ons verwennen met patat, jacket potatoes (aardappelen met hun jas aan) en groenten. Meer hebben we niet nodig al is de omgeving vergeven van de consumeer mogelijkheden.
We voelen ons een beetje vastzitten in deze, duidelijk een niet bij ons passende toeristenplaats, caravancampings en souvenirs. We vragen naar de bus richting Ardlui om daar de route weer te kunnen oppakken. Die gaat pas om een uur of acht, dan maar teruglopen naar Tarbet voor de trein. Het regent weer heel hard.
We lopen het kleine achteraf stationnetje voorbij zonder het te mer-ken en na een kilometer merken we deze vergissing en draaien om. Eindelijk vinden we het en het blijkt dat de trein om halfacht komt. Veel zijn we er dus niet mee opgeschoten. Maar er is hier een wachthokje, waar we ons droog en uit de wind installeren met bo-terhammen, appels en andere, zojuist ingekochte lekkernijen.
Van de enige andere aanwezige, duidelijk een oude traveler, krijg ik zijn laatste kruimelsjekkie aangeboden. Gravend in het zeildoeken rugzakje krijgt Orian –die nog steeds onder de bulten zit een mug-gennetje en een zakmes. Als ik hem wat later een Winner van mij laat draaien is hij zo gelukkig dat ik hem er nog een laat draaien voor 'onderweg'. Weer heeft hij een cadeautje, een metalen shag-blikje.
Rosan speelt met haar kuikentje, die mister Bean heet met de man en ze liggen steeds dubbel van het lachen in hun kinderlijk spel. Hij vraagt of ze vader Jacob kan zingen en in twee talen klinkt hun duozang.
Zo vliegt de tijd toch voorbij en komt de trein, het blijkt dat de man helemaal niet op de trein zat te wachten en uitbundig nemen we afscheid. Naar Ardlui kost vijftien gulden en naar Grainlarich dertig. Duur, maar dat is de trein nou eenmaal en we kiezen voor Grainla-rich. Dat ligt op de (wandel)route en we zijn gelijk een paar kilome-ter verder, de hele route halen we toch niet en het 'einde' lijkt wel belangrijk te zijn voor de kinderen.
Om tien minuten over acht lopen we het stadje uit en doorleven de volgende tegenslag. Na een paar kilometer lopen wordt het duidelijk dat we voorlopig geen goede bivakplek vinden. Moerassig, bultige grond waartussen enorme plassen water, maar we kunnen gewoon niet verder.
Op een ogenschijnlijk minst ongunstige plek, waar de tent niet meteen centimeters de modder inzakt bouwen het bivak in de stro-mende regen en als het dan droog wordt duiken de lamstraaljager-tjes weer om kraters in onze huid te boren. We krabben onszelf weer in slaap.

Het blijkt dat de tent toch een stukje het 'moeras' is ingezakt en er staat een laag water in de tent. Alles is nat.
Rosan heeft een beetje heimwee en loopt een uur tegen Anna aan te kletsen over school. Als we even stoppen, speelt ze bij een watertje –krijgen ze daar nou nooit genoeg van en weer loopt ze een uur te vertellen. Nu een gedetailleerd verslag van de film Ariël de zee-meermin.
Onderweg wordt er nog een schaap 'gered' dat vastzit in een stuk prikkeldraad. Anna begint moe te worden, ze past zich volgens mij teveel aan bij het tempo van de kinderen. Dat is trouwens een strijdpunt.
Ik weet dat je altijd zoveel mogelijk in eigen tempo moet lopen anders sloop je jezelf. Beter is af en toe te wachten op de anderen en soms een klein stukje samen op te lopen. Anna verwijt Orian en mij dat we zo vaak ver vooruit lopen. Dan verliest ze ook nog eens (symbolisch?) de hak van haar schoen.
Vind je het nog steeds gek dat ik er blijkbaar nooit genoeg van krijg? Van onder tot boven onder de bulten, een uitrusting waar het water uit druipt, maar een paar kilometer voor Tyndrum vinden we een droomplekje langs het water en ook het zonnetje breekt weer een beetje aarzelend door.

Weer heeft het de hele nacht geregend en het lukt niet om droog in te pakken, minstens een emmer water gaat mee de rugzak in. De kinderen zijn sacherijnig en dat mag ook wel eens een keer. Even later hebben ze al weer lol in en om alle plassen. Vooral Orian is niet uit het water te houden.
Het lijkt onwaarschijnlijk om, in een ijskoude, striemende regen –acht graden en windkracht zeven, dus een belevingstemperatuur van min vijf in een ontspannen sfeer tot Tyndrum te komen, maar het gebeurd gewoon.
In Tyndrum, een klein dorp, weten we niet wat we zien. Een groot gebouw met restaurant, winkels en ontzettend druk. Zo loop je in de grote leegte en zo ben je weer in een toeristisch complex, we lachen er maar om.
Anna heeft last van haar enkels door de ontbrekende hakken. Om schommelen te voorkomen heeft ze de andere hak er ook afgetrok-ken en heeft een stok nodig om het nog wat dragelijk te maken. Tevergeefs zoeken we weer een winkel waar ze schoenen hebben.
Wel vullen we de voedseldrankbrandstofvoorraad aan en doen wat aan direct inneembare voeding. Een kilometer of zes verder bouwen we de tent weer op en midden tussen watervalletjes en snel stro-mende beken val ik in slaap, te moe om verder te schrijven, het papier te nat om leesbaar te blijven.

Na een droge nacht zonder midgets staat er veel wind en het is koud, maar dat is op te lossen. In de wind proberen we zoveel mo-gelijk te drogen en we reorganiseren de boel. Alle zakjes zijn nog heel alleen de bioburger heeft gelekt. Natte kleffe poeder is het resultaat en alles zit onder.
De kinderen vinden het reuze spannend dat we voorlopig geen dorp tegenkomen en een beetje moeten proberen door te lopen. We heb-ben drie dagen droogvoer bij ons en ik hoop dat in Bridge of Orchy een beetje te kunnen aanvullen.
Vrolijk fluitend naar een af en toe doorbrekend zjonnetje tussen de bergkammen loop ik weer eens optimistisch te zijn. Mijn filosofie is: Pessimisten lopen altijd in een regenjas, optimisten worden nat. Dat krijg je als massa's langharige, werkschuwe schapen in je blikveld rondlopen en om de honderd meter een klaterende waterval je be-nevelde brein schoonwast.
Om vijf uur zijn we in Bridge of Orchy. Oei, geen winkel, alleen een hotel. Even vragen maar want hierna moeten we een dag of drie in de wildernis ronddolen. De volgende plaats voor bevoorrading is Kinochsleven.
In het hotel is alleen wat snoep te krijgen en een menu van de dag om zes uur. De slechte ervaring doet ons twijfelen, maar wat dan? We moeten in ieder geval, kost wat kost gevuld verder.
De verrassing is groot als blijkt dat dit hotel wel een soort 'herberg' is. Geen vieze blikken naar modderschoenen en natte vuurrook kleding, maar een hokje waar je het spul kunt neerzetten, een 'Wal-kers welcome' stikker op de deur. Je kan er een bed zonder linnen-goed krijgen voor zes gulden per nacht –slaapzakken hebben de wandelaars veel bij zich en anders kun je lakens en dekens los hu-ren en in een wachtruimte staan banken waar je onlosmakelijk mee verbonden raakt, zo diep zak je erin weg. Koffie en thee staan voor het grijpen.
Om even na zessen eten we voor een redelijk bedrag onze buiken vol. We kopen nog wat chocolade voor onderweg en zetten honderd meter verderop langs een rivier de tent neer.

Vandaag begint dan echt de beproeving, de barre tocht naar het hoge noorden. Een expeditie door kale woeste hooglanden.
Dus beginnen we rustig aan, gooien bij het hotel nog wat overbodige verpakking weg en zetten onze turbo aandrijving op vol. We eten zoveel mogelijk vroeg in de middag warm, alles wat we opeten hoe-ven we niet te sjouwen is het motto.
Daarom weer een stop bij de rivier Abhainn Shira die uitmondt in het Loch Tulla. Na de dubbele witte boterham in de ochtend is de couscous met gedroogde peen en uien en chili con soja een vijf sterren menu. Koffie en thee toe, de boel een beetje laten zakken en we zijn weer klaar voor het volgende stuk.
Het blijft droog. Bergen en wolkenpartijen stoeien met de goudkleu-rige zonnestralen. Met zelfverzonnen teksten op bekende kinderlied-jes bereiken we de rivier Bá en die doet haar naam eer aan. Het water ziet vies bruin en stinkt, het is de enige rivier in Schotland waar we niet van drinken.
Na een bord havervlokkenpap en een paar beverkaken –Orian's uitdrukking voor Hartkeks van Bever proberen we vroeg te gaan slapen. We hebben vandaag twaalf kilometer afgelegd dus Kinochs-leven in drie dagen lijkt te gaan lukken.

Vandaag krijgen we te maken met een paar stevige klimmetjes, het wordt kaler, beektalrijker, schoennatter –Anna heeft plukken scha-penwol bij de hiel in haar schoenen gestopt als een soort hakken en dat loopt iets beter , midgetminder, padmodderiger en maaghonge-riger.
Even over dat laatste. In diverse trektocht en overlevingshandboe-ken worden altijd porties droogvoer aangegeven die je inderdaad niet laten dood gaan van de honger, maar het moet niet te lang duren. Je blijft een honger gevoel houden.
Doodbeesteter*s teren waarschijnlijk tijdens deze tochten op hun vet wat wij niet zoveel hebben. Wel is het zo dat als je je vet ver-bruikt het daarin opgeslagen (landbouw)gif vrijkomt en misschien is het daarom dat veel mensen dan maagkrampen krijgen en aan de schijterij gaan. Ze snappen het niet want het beekwater hebben ze toch zo zorgvuldig gezuiverd met de aquamicropurpillen.
Ik moet in ieder geval mijn lijst maar aanpassen aan onze gezonde biologische honger en blijf 'ongezond' beekwater drinken of loop ik dan misschien kans te overlijden aan een botulismevirus en moet ik tegen mezelf beschermd worden met gedwongen injecties? Tenslotte kook ik mijn zondagse eitje ook maar vier minuten.
Orian is onze tekenlokker. Ik heb er de laatste dagen al een paar bij hem verwijderd en eergisteren zat er een al vrij diep in zijn hoofd-huid. Hij voelde zo'n raar balletje onder zijn haar. Het lijf was al een halve centimeter groot en liet natuurlijk los toen ik probeerde het eruit te trekken. De kop bleef zitten en er moest geopereerd wor-den. Na een brandende peuk methode liet het beest los en met wat hypercal (hypericum-calendula tinctuur) op het wondje was alles weer goed. De zwelling op zijn hoofd is een stuk minder en het ziet er rustig uit.
Je vraagt je dan af waarom hij elke keer, totdat je ziet dat hij zijn pet overal in het gras laat vallen. Als ik zeg dat hij dat niet moet doen omdat de teken daarin kruipen is het over.
De wolken gedragen zich hier wel vreemd, ze komen en gaan alle kanten op. Er is veel heide en soms hipt een klein vogeltje voor ons uit. Zo bereiken we River Coupalt, ongeveer negen kilometer voor Kinochsleven.

Het begon al met stortregen tijdens het inpakken. Anna en de kinde-ren gaan alvast vuilniszak ingepakt vooruit als ik probeer de klets-natte tent uit te wringen om zo weinig mogelijk water mee te sjou-wen. Het lukt nauwelijks en bij het uitwringen loopt het water alweer via mijn mouwen de tent in. Ik prop hem maar in een vuilniszak in de hoop hem ergens onderweg te kunnen drogen.
Dan komen we bij de Devils Staircase een soort traptreden die in de berg zijn uitgehakt. Het gaat eindeloos naar boven lijkt het. De ijs-koude regen geselt schuin van voren onze kromgebogen lichamen.
Ik vond al dat gamaches –een soort regenpijpen met elastiek boven je kuiten die van je schoenen een soort laarzen maken wel handig waren geweest, maar hier kom ik er achter dat ze onmisbaar zijn.
De ijsregen druipt van mijn kletsnatte broek naar beneden regel-recht mijn schoenen in, verzadigt mijn sokken en ik loop op een heerlijk verend waterbed. Jammer genoeg voel ik het niet omdat mijn voeten veranderen in ijsklompjes. Bij de anderen in het net zo.
De rugzakhoezen worden via de zijkanten vol gedoucht en elke keer als ik een beetje schommel loopt er minstens een liter water uit, langs mijn broek in mijn schoenen.
Het pad langs de bergtop is één grote bergbeek waar we glibberend doorheen waden. Ik merk dat het teveel gaat worden voor iedereen, Iris is op weg naar onderkoeling. Ze loopt constant te bibberen en begint warrig te praten.
Ik zeg tegen Anna dat we moeten stoppen, we bouwen de tent hier maar midden op het pad op en kruipen in de slaapzakken in de hoop dat we elkaar warm kunnen krijgen.
Maar ook de Devil is maar een mens al woont hij op de Staircase. Blijkbaar hebben we laten merken het niet zo gauw op te geven en hij accepteert zijn verlies. Het wordt droog!
Snel stoppen we om een beetje uit te rusten. Tot nu toe hebben we stevig doorgestapt om een beetje warm te blijven. De schoenen worden leeg gegoten, sokken uitgewrongen en voeten warm gewre-ven. We eten nog een lekkere koek, de iets minder natte sokken gaan weer aan –we hebben geen droge meer en gaan weer door om lopend warm te worden.
Het was precies het moment wat we nodig hadden. Iedereen loopt weer moedig te stappen. Nog steeds komen af en toe bakken water naar beneden, maar door het snelle lopen zien we onverwacht snel diep beneden ons Kinochsleven liggen.
Dat doet de moed naar de capuchon drijven. Weliswaar is het nog vier kilometer lopen over de bergpaadjes naar beneden, maar het lijkt dichtbij en dan is dat ook zo.
Verkleumd strompelen we om halfvier een snackbar binnen voor een 'big chips'. Dan kom ik met het afschuwelijk toeristische voorstel om op de camping te gaan staan. Lekker heet douchen, met de kinderen de beroemde watervallen hier vlakbij gaan bekijken en een dagje niksen.
De reactie is 'moet dat nou?' en ik lok ze nogmaals met de hete douche. Dat geeft de doorslag en gelukkig is ook de camping anders dan in onze griezelige voorstelling. Een terreintje naast de rivier met een paar tentjes en caravans, een toilet en een hokje met de douche waar we alle vijf genietend lang gebruik van maken en je realiseert je weer eens dat zoiets, wat je thuis normaal vindt eigenlijk een ongekende luxe is waar je bewuster mee omgaat na deze ervarin-gen.

Ik ga met de kinderen naar de watervallen. Imponerend maar we hebben bij elkaar veel meer water gezien, dus hebben we er snel genoeg van. Ook het vooruitzicht op warme chocolademelk in het dorp is oorzaak van de matige belangstelling.
Anna is achtergebleven om zichzelf terug te vinden en daarna bood-schappen te doen. Als wij vieren achter de dampende mokken zitten in de Harlequin en ze ons daar ziet zitten, bezwijkt ze ook voor de verleiding en ik voor een tweede mok koffie.
De kinderen willen wat snoep kopen en liggen een dikke tien minu-ten op de vloer voor de uitstalkast om een keuze te maken. Drie kauwgomballen, vijf sleutels, drie toffees, o nee, toch maar zes sleutels, één toffee… Elke keer moeten ze opnieuw berekenen of hun wensen vervuld kunnen worden met het beschikbare zakgeld.
Omdat we ongeveer een week uittrekken voor het laatste stuk tot Fort William kopen we voor vijf dagen, zoveel mogelijk droogvoer in. We eten voor de tweede keer patat. Met rauwkost, fruit en yoghurt toe gaan we, met goed doorvoede lijven naar de camping terug.
Zelfs de natte kleding is tussen de buien door bijna allemaal droog. Met een flesje Schotse whisky en chocolade kruipen we lekker vroeg tussen het dons. Het 'moest' dus even.

Geen regen, dus midgets. Zwermen belagen me weer als ik probeer wat ochtendpap te maken. Dik ingepakt, net over mijn kop, hand-schoenen aan –tot mijn verrassing bleek ik onder in de rugzak nog een paar heel lichte zijden handschoenen te hebben meegenomen, voorgevoel? en ik krijg het vloekend voor elkaar, net voor ik afge-voerd moet worden. Die beesten maken je echt gek.
Ik kook gelijk de rijst een paar minuten en de hete pan verdwijnt in een stuk krant, in de slaapzak, in de rugzak. Nog een reden om van die stomme Hollandse gewoonte af te stappen. Behalve je eigen betere energieverbruik is na die paar minuten koken de rijst om een uur of één gaar en nog steeds warm is. Zo kun je gelijk aan 'tafel'.
Na het ontbijt volgt een enorm steile klim driehonderd meter hoger, op die hoogte gaat het een beetje op en neer tussen de bergen door. We genieten van de droogte en de zon. Op een mooi plekje langs een beek stoppen we weer en maken een vuur.
Koffie met whisky, thee, brood met kaas, een zon die geweldig on-der gaat tussen zware donkere wolken die de stralen als schijnwer-perbundels op de berghellingen werpen, hoezo ellende?
Ik weet niet goed wat ik van dit stukje heelal moet vinden, de te-genstellingen zijn zo enorm. De schoonheid van het landschap, vriendelijke mensen, de kou en ik kan geen water meer zien, de midget kwellingen, ik wil naar huis, ik wil hier altijd blijven.

Toch waren er weer midgets mee naar binnen geslopen, mijn enkels zijn alleen nog bult. Gelukkig hebben we geen haast, dus kunnen we de slechte nachtrust een beetje inhalen. Het regent trouwens nog.
Een tijdje later maak ik van een droog moment gebruik door alvast de scheerlijnen weg te halen. Anna, die nog in de tent zit denkt dat ik vuur aan het maken ben om vandaag hier te blijven. Omdat alle haringen al uit de grond zijn toch maar een stukje lopen.
We komen langs twee oude half vergane huizen met daarachter een stromende beek en fantaseren over het beginnen van een herberg op deze plek. Tegelijkertijd weet je dat zoiets misschien wel de on-dernemingsgeest aanwakkert, maar dan moet je niet drie kinderen te verzorgen hebben.
Net voor het weer gaat druppelen vinden we een plekje, vlakbij een bos met veel dood hout en een beek.
Ik wordt tijdens het vuur maken wel nat, maar dat compenseer ik met het laatste restje whisky in mijn koffie. Regenjas en natte broek uit, de warme slaapzak in. Iris zit te knopen, Orian slaapt al en Ro-san bekijkt met Anna de route voor morgen. Nog twaalf kilometer, we zullen langzamer moeten.

De volgende dag zitten we al vroeg bij een groot kampvuur met een warme maaltijd en een warme kruik voor Rosan met een beetje buikpijn.
Vandaag zijn we blijven staan en dat blijkt een goed idee. Een dikke mistdeken daalde vanmiddag over 'ons' dal, jammer genoeg duurde het maar even. Wollige wolken gleden langs de berghellingen als stroop langs een schuin gehouden pannenkoek en onttrokken elke spleet aan het oog.
Ook nu het avond wordt zit ik lang bij het vuur terwijl Anna een paar sokken aan een tak boven de vlammen probeert droog te krijgen. Het houtvuur sterft en ik rook mijn laatste sjekkie (voor vandaag).
Anna vindt dit een triest dal, kale bergen, grijze wolken, mist. Ik merk wel meer een groot verschil in beleven tussen ons. We zijn nog niet zolang samen al kennen we elkaar al wel lang. Soms vraag ik me af of het daar niet bij had moeten blijven.

Lekker lang uitslapen zonder bloedvacuumzuigertjes, een stuk lopen en pannenkoeken bakken. Alweer zo'n misvatting dat dit handig droogvoer is. Meel, kaas , melk en eipoeder en je kunt heerlijke pannenkoeken bakken. Dat klopt wel alleen niet met vijf personen. Dat is uren werken en hopen dat het vuur een beetje onder controle blijft. Nou ja, het lukte weer.
Tijdens het eten hangen de natte onderbroeken en sokken aan een takkenpiramide boven het vuur te stomen.

Het is drie uur als we Fort William naderen en de Ben Nevis –hoogste berg van Schotland niet zo imposant blijkt te zijn als we dachten. Veel mensen doen blijkbaar of ze dat wel vinden, want beneden ons, aan de voet van de berg ligt een enorme camping en de langslopende weg staat vol met auto's.
Het effect van het auto imperialisme is duidelijk te zien. Bulldozers en vrachtwagens maken dit laatste stuk WHW kapot door met hun graafklauwen de bomen plat te walsen en het begin van een weg aan te leggen, compleet met 'bijzonder uitzicht' parkeerhavens. Het is (nog) niet geasfalteerd, maar het ziet ernaar uit dat het niet lang meer duurt.
Rosan's mister Bean moet uit de rugzak om de Ben Nevis te zien, de pop van Iris zit al boven op de rugzak en ook Scottie en Beertje van Orian kijken hun ogen uit naar de hoogste berg.
Nog een ijsje en een Schotse button voor de kinderen, brood en lekkers voor onderweg en wegwezen uit deze heksenketel, of zijn we ineens zo aan rust gewend?
Tja, wat nu. De bus naar Glasgow? Dan komen we daar om negen uur in de avond aan en moeten daar nog een dag wachten. Dan maar een stuk terug met de bus naar Bridge of Orchy.
In ieder geval een leuke plek om nog een dag te staan denken we en om kwart voor zeven lopen we het hotel in voor een lekker maal. Deze keer is het iets duurder, maar tenslotte is het ons galgenmaal.

Het weerbericht had toch echt wat zon beloofd, maar de hele dag regent het flink. De kinderen spelen onvoorstelbaar lief in de tent. We doen spelletjes en als ze zich echt moeten aankleden om een uur of vijf zijn ze verbaasd dat de dag al voorbij is. Orian kan zijn on-derbroek niet vinden en zegt dan ineens lachend 'oh, ik heb hem al aan'.
Om halfzeven staan we ingepakt weer bij de bushalte, het regent maar door. De halte bestaat uit een parkeerstrookje tegenover het hotel en tegen de muur geplakt om een beetje uit de ijskoude wind en regen te staan kijken Anna en ik om beurten de weg af of er iets komt.
Je moet de bus hier aanhouden anders rijdt hij gewoon door. Einde-lijk komt er om halfacht in de verte een bus aan. We zwaaien of ons leven ervan afhangt, maar de bus rijdt door. Wel maakt de chauffeur een gebaar naar achteren. We snappen er niets van en blijven erg depri nog natter staan te worden. In het hotel weten ze te vertellen dat de bus waarschijnlijk vol zat en dat er dan nog één komt.
Dat betekent toch weer in de regen gaan staan en om acht uur klimmen we druipend in een bus waarvan de verwarming kapot is. Rillend komen we om tien uur in Glasgow aan.
De hoop om hier op dit tijdstip nog een bus naar Londen te vinden verdwijnt al snel. Er wordt veel voor ons geprobeerd, maar de bus-sen die nog vertrekken zitten allemaal vol en om elf uur horen we definitief dat het (sorry, sorry) niet lukt. De wachtruimte gaat dicht en er zit niets anders op dan ergens een slaapplek zoeken.
Tegen mijn gewoonte in kruipen we, een beetje uit het zicht in een donker hoekje uit de wind en worden urenlang lastig gevallen door allerlei mensen die, zoals gewoonlijk in een nachtelijke stad, rond-hangen op zoek naar het bevredigen van hun verslaving.
Niet dat ze gevaarlijk zijn, als je blaast vallen ze om, maar we doen geen oog dicht. Zelfs mijn opmerking ons met rust te laten helpt niet en om halfdrie hebben we er genoeg van en slepen de slapende kinderen naar een plek in het volle licht tegen de gevel van de stati-on. Gelukkig is het droog en niet zo koud meer. Anna kan helemaal niet slapen en ik dommel af en toe wat weg.

Het is halfzeven als we het veld moeten ruimen voor een boenwa-gen, maar gelukkig gaat dan ook de hal weer open en kunnen we koffie en chocolademelk drinken. Zo wordt het tien uur en kunnen we eindelijk in een warme bus naar Londen stappen.
Sinds busondernemingen geprivatiseerd zijn proppen ze bussen zo vol mogelijk en rijden acht uur door zonder dat je de benen kunt strekken. Halverwege springt er een nieuwe chauffeur in. De rit duurt zo een kwartier korter, maar we zijn wel gebroken.
In Londen nemen we als troost een ijsje. Op de boot is het lawaaie-rig en we slapen slecht. Anna gaat het dek op en praat een tijdje met een Turks meisje uit Engeland die naar de bruiloft van haar broer in Nederland gaat. In de bus naar Den Haag kletst ze nog verder met de moeder van het meisje terwijl wij elke keer in slaap dommelen.
Thuis hebben we heel wat slaap in te halen en veel om over te dro-men, moe en heel veel ervaringen rijker.


Dit schrijfblok-verhaal maakt deel uit van de bundel Lopende Levensberichten I van John Vangelis. Kijk op zijn site voor meer verhalen van zijn hand.


Hiking-site.nl op Twitter




Share/Bookmark
homezoeken op deze sitetop van de pagina
Vertel vrienden over deze pagina

Laatste wijziging: 04-11-2017

Hiking-site.nl is een site voor actieve buitensporters, wandelaars en hikers die op zoek zijn naar informatie over materiaal, routes, navigatie, EHBO, tips en tricks, avontuur, wandelen, outdoor en buitensporten. Nieuw op deze site?
Lees dan eerst eens rustig deze pagina met informatie over Hiking-site.nl!
[home] [linken naar Hiking-site.nl] [adverteren op Hiking-site.nl]