foto In het schrijfblok komt telkens een nieuw (reis)verhaal over de belevenissen van bezoekers van de site. Ook jij kunt jouw verhaal insturen voor publicatie.

1989: Cornwall – Cornwall Coast Path - Penzance - Perranuthnoe

Cornwall and Isles of Scilly, graafschap in Groot-Brittannië, aan de uiterste zuidwestpunt van Engeland, 3564 km2, met 477000 inw.; hoofdstad: Bodmin; bestuurlijk centrum: Truro.
Het schiereiland Cornwall, van Devon gescheiden door de rivier de Tamar, wordt in het oosten ingenomen door Bodmin Moor, een woest, moerassig landschap. De kust is ruig en sterk ingesneden; grote delen zijn als beschermd gebied in handen van de National Trust. Er heerst een zeeklimaat, met relatief zachte winters; Cornwall is daardoor een belangrijk leverancier van vroege groenten, aardappelen en bloemen. Visserij (vooral grote sardines) is economisch belangrijk, maar de belangrijkste bron van inkomsten is het toerisme. Met name de kuststeden Falmouth, Fowey en Penzance, de meest westelijke nederzetting in het gebied, dicht bij Land's End, en voorts het gebied Redruth-Camborne zijn industriële centra. Rond St. Austell wordt kaolien gewonnen, dat – evenals graniet – wordt geëxporteerd. Op het zuidelijk schiereiland The Lizard levert serpentinesteen de basis voor vervaardiging van siervoorwerpen. Cornwall voorzag vroeger in 40% van de wereldbehoefte aan tin; deze industrie en de koperwinning zijn vrijwel verdwenen. Het gebied is bijzonder in trek bij ouderen en mensen die er een tweede huis hebben of zoeken.

Met lekkende balpen en een bloknootje op mijn knieën zit ik te schrijven bij 28°C uitkijkend over de Atlantische Oceaan ergens op een zuidelijk puntje in Cornwall en als recht geaard anarchist met verantwoordelijkheidsgevoel ga ik gewoon door met mijn verhaal.
Dus trekt de hele horde massaal naar Blijdorp. Een paar uur later hoor ik op de radio een oproep van de verkeerspolitie met het verzoek om toch vooral niet meer te proberen naar Blijdorp te gaan. Het blijkt dat hele families radeloos rond rijden op zoek naar een parkeerplek. Rotterdam staat vol files en volgens de politie is het zo dat de auto's die nu vaststaan in de Maastunnel de dierentuin waarschijnlijk niet meer voor sluitingstijd bereiken.

Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking was nog wel gewoon thuisgebleven blijkbaar, want tot overmaat van ramp wordt het in de middag ineens bloedheet, droog weer.
Hup, vlug de strandstoelen, koelboxen, jengelende kinderen die liever blijven ganzenborden, windschermen, ambresolaires, uit bejaardenkooien opgehaalde oma en/of opa op de achterbank richting goor gele strand.
Het gevolg? Overvolle stranden vol cocaïne cola blikken en tegen de avond alweer honderden kilometers file in Nederland die de blanke top der duinen bedekt met een laag uitlaatgassenroet.
Ik telde de achttien grenenhouten keukenkastdeurtjes nog maar eens en keek naar de eekhoorn die van tak naar tak trapeesde. Jammer dat ik niet van ganzenborden houd, maar ook die liepen buiten levend te gakken.
De volgende dag vertelde de weerman wat witjes dat 'de computer er soms flink naast kon zitten' en ging omslachtig uitleggen hoe dat komt. 'Onberekenbare factoren' heet natuurgedrag ineens. Natuurlijk komt het niet in de knappe koppen op dat de enige onberekenbare factoren hun satellieten zijn en ander overbodig productie energievretend tuig. Foto's en kettingformulieren en geen tijd om naar buiten te kijken.
Wat nou genotmiddelen verslaving. De grootste verslaving heet Techniek. Overal wordt het ontkend (kenmerkend voor de verslaafde), maar als ik opwerp dat ik een met oranje rode wolkenslierten getooide hemel in het echt mooier vind dan op de beeldbuis ben ik een natuurfreak. Ik ga er maar even naar kijken tot het donker wordt en er over nadenken hoe ik kan afkicken van mijn techniekverslaving. Want dit verhaal later uittikken op een tekstverwerker is toch wel eindeloos al schijnt een stuk houtskool op een grotwand ook te werken.

Het was een mooie zonsondergang, een goede nachtrust en een leuke wandeling langs een stuk kust. Sinds we in Cornwall zijn is het tussen 24 en 28°C en we hebben nog maar één keer heel vroeg in de ochtend wat regen op het tentdak gehad. De kaas is zowat gesmolten tot boter, dus gebruiken we die als smeerkaas.
We zijn nu ergens halverwege Penzance en Lands End, maar laat ik eerst weer even wat reisverslag inhalen.

Na die caravan ervaring begon ik in mei na te denken over deze Cornwall Coast Path voettocht met de ervaringen van de Pyreneeën. Ik had al eens in Op Lemen Voeten gelezen van een vrouw, man en kind van drie op voettocht door Griekenland. Ze schreven behalve hun verhaal, dat ze een heel licht opvouwbare buggy hadden gekocht en elke keer als het pad dat toe liet ging het kind in de kar en met klauteren eruit en buggy aan de rugzak.
Toen ik hier en daar ging kijken bleek zo'n ding minstens 150 gulden te kosten, een beetje boven onze draagkracht. Toch gaat het niet langer op mijn rug met nog eens twaalf kilo bagage en Marja ook met een veel te zware rugzak. Vooral als je van plan bent wat ruigere streken in te trekken komen we al gauw met water, eten en minimale spullen op zo'n 40 kilo. Met mijn technische verslaving dacht ik daar wel wat op te kunnen vinden.
Uitgaande van een oude rugzak (dat nylon onding) met aluminium frame en een paar koordjes als heup en schouderbanden, een gevonden as en twee autopedwielen en nog wat onderdelen uit mijn technisch laboratorium ging ik aan het werk.

De wielpartij kwam inklapbaar onder aan het frame en ik monteerde goede draagbanden. De zak zelf werd zo gevormd dat Orian er in eenvoudig terrein op kon zitten en ik het geval achter me aan trekken. In ruw gebied moest hij dan lopen en ging de hele constructie op mijn rug.
Het bleef een ongemakkelijk dragend geheel en doordat de as en wielen van staal waren, te zwaar maar het leek te gaan. Mijn bepakking werd daardoor vijfentwintig kilo.
Zo stappen we op 10 juni op de boottrein en komen aan in Londen, Liverpool station. Volgens de dienstregelingen zouden we daar een uur of acht zijn, dus tijd genoeg om een camping te zoeken voor Orian in slaap valt. Dan zien we op een klok dat het negen uur is, natuurlijk zomertijd in Engeland.
Verder is er nergens informatie te bekennen, maar gelukkig heb ik een oud plattegrondje van Londen mee genomen waar ik ooit een camping op heb aangetekend. Dus Orian in de zelf ontworpen kar, het is nog steeds benauwd heet en zwoegzwetend komen we om tien uur op de plaats van bestemming. Een groot kaal veld, de camping bestaat niet meer.
Er lopen zoveel honden met mensen aan een touwtje rond dat we het niet geslaagd vinden gewoon daar de tent op te zetten. Na een uur rondzeulen vinden we een prima, verstopt plekje en ik ben er inmiddels achter gekomen dat mijn uitvinding niet werkt.
Het idee uitgevoerd in sterk, superlicht materiaal zou prima gaan, maar dit is te zwaar en niet stabiel genoeg. Ik moet veel moeite en kracht verspillen om de kar niet bij elk hobbeltje te laten kapseizen. Wat nu?
Eerst water. Aan de overkant van de weg zie ik een neonreclame van een benzinestation. De man, achter een getralied loket zit argwanend naar me te kijken en valt bijna flauw als ik geen benzine vraag maar water. 'No water' is de mededeling. Met de pest en een paar dure blikjes limonade onder mijn arm ga ik terug.

De volgende ochtend zoeken we een bus die ons naar Victoria station kan brengen. Daar wat gegeten en uitzoeken hoe we snel weg kunnen komen. We wisten al dat treinen in Engeland verschrikkelijk duur zijn en de bus niet, maar zien een beetje op tegen nog een lange busreis.
We besluiten toch maar met de trein naar Penzance te gaan. Enkele reis zo'n honderdvijfenzestig gulden en retour een paar gulden duurder. Nou ja, een paar ijsjes minder en met de metro gaan we naar Paddington.
Wat me wel als heel positief opvalt is dat je voor 36 cent een draaihekje doorkan en je compleet kan wassen met warm water. Zelfs een douche is mogelijk. Daar kunnen heel wat Europese stations een voorbeeld aan nemen.
Laat in de avond komen we in Penzance aan en laten ons, met de Londense ervaring decadent met een taxi naar de camping rijden.

We gaan maar een dagje Penzance bekijken en vinden een winkeltje helemaal afgeladen met los te koop droogvoer. Soep per gewicht te koop, grote tonnen met gevriesdroogd van alles en nog meer. Noten, granen, een paradijs voor de rugzaksjouwer*.
Met een scheef oog kijken we nog naar lichte, kleine, opvouwbare karretjes en zijn verloren als er één bij staat met vaste wielen, want draaiwielen werkt niet in wat ruwer terrein. Alweer een uitgave boven de begroting, dat moet maar.

Nadat ik de wielen van de rugzak heb gesloopt en het zoontje van de campingbeheerster zichzelf al zag rondtoeren op een zelfgemaakte kar, gaan we met de nieuwe op pad. Het gaat prima al ben ik nog wel sceptisch over hoe dat ding zich houdt in ruwer gebied.
Door de hitte lopen we niet zoveel en vinden een leuke plek langs het water. Als ik aan de jongen, die er al staat vraag of hij bezwaar heeft dat we vlakbij hem staan, is het antwoord dat het plekje niet van hem is en of hij thee zal maken terwijl wij de tent opzetten.
We praten wat en door het geruis van de zee, de warme thee en moe van de hete dag vallen we vroeg in slaap.

De volgende dag klimt Orian er flink op los, steeds roepend dat hij een bergbeklimmer is. Dat moet ook wel zo op hem overkomen, zelfs wij hebben moeite de grote rotsblokken op te klauteren.
De kar houdt zich ook goed ondanks de met grote stenen bezaaide paden en soms is het pad zo smal dat we op twee wielen rijden. Orian is reuze trots op zijn 'crossautokar', hij heeft er zelfs al een handrem en claxon op verzonnen.
Is er nou echt zo'n verschil met de Pyreneeën? Het lijkt lang zo zwaar niet. Natuurlijk een ander tijdvak –toen september nu juni , dorpen liggen dichter bij elkaar zodat we minder eten sjouwen, onze uitrusting is weer wat verbetert en niet onbelangrijk Orian loopt veel meer zelf en wil een kilo of twee in zijn eigen rugzakje.
We komen langs leuke vissersdorpen, af en toe een strandje, imposante rotsformaties en een uitstekend gemarkeerd pad wat bijna zonder kaart te volgen is. De kaarten gebruiken we alleen om te weten waar we zijn en in de omgeving water en voedsel kunnen halen.
Alweer te donker om verder te schrijven, maar ik ben met dit verhaal aangekomen waar we nu al een paar dagen zijn.
Mills Bay, een paradijselijk strandje dat bij vloed helemaal verdwijnt –niet op het strand slapen dus en bij eb kun je zo de grotten en spelonken inlopen, al moet je er wel weer uit wegwezen als het vloed wordt.
Je kan er alleen maar lopend komen en een beekje ruist lieflijk de zee in. Anderhalve kilometer lopen naar Polgiggi is een openbaar toilet met (warm!) water. Nog zo'n pré in Cornwall, overal staat dit soort stenen huisjes die worden onderhouden door de staat. Nog een kilometer verder aan de weg naar Porthcurno is een post/winkeltje. Alles bij de hand dus voor een lange pauze.
Als je de weg verder afloopt (nog een kilometer) is er nog een prachtige baai, alleen een tentplek kon ik daar niet vinden.

Nadat we verschillende zandkastelen hebben zien wegspoelen en het weer omslaat naar mist, motregen en storm wordt het tijd om verder te trekken.
De hele ochtend lopen we door een heftige storm, we hebben het koud en trek in koffie of soep. Dan komen we aan op Cape Cornwall, het meest westelijke puntje Engeland, Lands End.

Het kustpad loopt gewoon door langs een hek, maar in de verte liggen wat gebouwen die er als restaurant of zo uitzien. Dus klimmen we over de afrastering.
Steeds meer gaan onze wenkbrauwen omhoog. We komen in een soort overdekt toeristisch winkelcentrum. Het blijkt dat je eigenlijk moet betalen om dit pretpark in te mogen. De vertrouwde busladingen verdringen zich bij de kassa. Centraal op het terrein staat een hotel met daar omheen winkels met heel veel prullaria.
Mensen lopen jachtig heen en weer om het hebbenkopen van zooi die ik in Londen voor een derde van de prijs heb gezien, maar daar stond geen 'Lands End' op.

Verder een kinderspeelplaats, een 'Last Labyrinth' (wat dat ook mag zijn), een toilet met een enorme rij wachtenden voor u en een aantal ruimtes met het motto 'neem elke vijf minuten een consumptie tot u of we gooien u naar buiten'. Constant lopen diensters, die de lege kopjes ophalen mensen die aan de tafels staan te verzoeken hun plaats vrij te maken voor de volgende. Je kan in één uur je volgeschoten filmpje laten afdrukken, dat haal je net tussen pleebezoek en busvertrek en hup daar gaan ze weer. De lege plek wordt onmiddellijk ingenomen door de volgende bus.
We doen ons best om niet sacherijnig te worden –eigenlijk moeten we hier erg hard om lachen , drinken in de ons toegestane vijf minuten de veel te dure koffie en gaan er snel vandoor. We klimmen nooit meer over een hekje.

Iets voorbij deze kermis komen we op een piepkleine, redelijk vlakke inham van het pad, uitkijkend over de Atlantische Oceaan met schuimkoppen en klapperend tentdoek. De Bever Zwerfsport noodmaaltijd (rijst met kerriesaus) smaakt lekker en moe na tien kilometer rots op rots af vallen we snel in slaap.

Afgelopen donderdag zijn we na een fikse wandeling door een oud tinmijn gebied terechtgekomen op een leuke, rommelige camping met paard en geiten, vlakbij Pendeen. We hadden behoefte aan een warme douche, vandaar.

En gisteren wilden we eigenlijk verder, maar was het luiheid, nog steeds storm, het gegeven dat er een nog werkende tinmijn met museum is –dus goed voor de algemene ontwikkeling van Orian (en mezelf)?
Misschien alles bij elkaar en ook omdat we niet zo goed weten wat verder. Het kustpad verder volgen, zover als het gaat en de tijd rest om in Hayle de trein terug te nemen, is gezien het stormachtige weer en nog meer en hogere rotswanden wel spannend en waarschijnlijk mooi, maar Orian heeft ook speelruimte nodig. We denken eraan 'binnendoor' terug te lopen naar Penzance en dan zuid oostwaarts nog een stuk van het kustpad te lopen tot volgende week. Het schijnt dat daar ook nog een paar mooie stukken zijn en we zijn dan steeds dicht bij de retourtrein. Nog maar een dag over nadenken.

Toch binnendoor dus. Vanaf Pendeen gaan we 'crosscountry' (dwars door weilanden enzo) naar Newbridge. Het is weer flink heet onder een strakblauwe hemel. Het is niet meer zover naar Penzance.

Vandaag hebben we eerst maar weer eens een berg van die handige poeders en droogwaren ingeslagen in Penzance. Daarna een enorme sorbet omdat ik vandaag 2x23 ben geworden. We lopen een stukje verder langs de kust en we houden halt op een klein strookje tussen de spoorlijn Penzance Londen en het strand. Het waait weer flink en er komt mist opzetten.

Marja heeft met Orian een bezoek gebracht aan het kasteel op het eiland St.Michaelhount. Bij eb kun je ernaar toe lopen of kiezen voor het bootje bij vloed. Een stuk verder mogen we van de rondlopende boer best in het weiland staan, hij zal er morgen met jagen rekening mee houden en ik vraag me af hoe hij dat bedoelt.
Na het eten ga ik water halen in Perranuthnoe (hoe?) wat uiteindelijk nog een flink eind lopen blijkt te zijn, maar onderweg zie ik een ideaal plekje op een vlak stuk rotsen, uitkijkend over de zee en met een strandje voor de deur. Vlakbij water en eten in het dorp en ik weet dat dit de plaats is waar we de laatste dagen zullen doorbrengen.
De trein in Penzance moeten we met een dag lopen kunnen halen en Orian kan spelen zoveel hij wil.

De volgende dag breken we dus op en verhuizen naar ons paradijsje. In de middag begint het echter al, mist, regenvlagen, storm en koud. In de nacht worden we wakker op een ijskoud waterbed onder de tent, het water kan niet weg door de rotsen.

Het regent nog steeds en de tent dobbert heen en weer op het water, onze droge kleding raakt op. Verder horen we van een loper dat er openbaar vervoerstakingen dreigen op maandag en dinsdag. Tijd voor actie dus, we nemen de bus naar Penzance.
Ons treinkaartje blijkt niet geldig voor vrijdag en zaterdag – er zijn verschillende soorten retour, bepaalde dagen, weekend en nog veel meer, wisten wij veel en we moeten 80 gulden bijbetalen. Veel keus hebben we niet.
De trein vertrekt pas om 20:45 uur en hangen maar een beetje rond. Wat doen al die mensen die hun hele vakantie op één plek doorbrengen toch de hele dag?
Orian valt om halftien in de trein in slaap en wij dommelen ook wat in. Om vier uur is hij klaarwakker en wij dus ook. Een half uur later zijn we in Londen en tot mijn verbazing (alweer zo'n service) kunnen we in de trein blijven zitten tot de rest van het openbaar vervoer zich in beweging zet.
Altijd en overal ben ik in gelijksoortige situaties nog op straat gezet, al was het midden in de nacht. Nu kiezen we er zelf voor om op ons gemak door de nog slapende stad naar het andere station te lopen omdat we al zo wakker zijn.
Nu is het wel leuk in de stad. Nog schemerig en stil, uitgestorven straten als we door een beruchte misdaadwijk, via een rondje hippie mekka van de jaren zestig –Carnabystreet (met peperdure boetieks) en Hyde Park (zowaar er staat iemand op een kist iets voor te dragen en er staat ook nog een toehoorster) zijn we om negen uur op het station Liverpoolstreet en een half uur later op weg naar Harwich.
Op het station is Orian al in slaap gevallen ondanks een verbouwing met oorverdovend lawaai makende betonhamers, hij slaapt er gewoon doorheen en door tot we bijna in Harwich zijn. Aan alles is te merken dat de reguliere vakantietijd aanbreekt, het wordt vervelend druk overal.
Op de boot ontbreekt de spanning van de heenreis, je weet dat het weer even voorbij is, maar ook omdat we weinig hebben geslapen.
We zijn wel blij weer thuis te zijn. Even!

Dit schrijfblok-verhaal maakt deel uit van de bundel Lopende Levensberichten I van John Vangelis. Kijk op zijn site voor meer verhalen van zijn hand.


Hiking-site.nl op Twitter




Share/Bookmark
homezoeken op deze sitetop van de pagina
Vertel vrienden over deze pagina

Laatste wijziging: 04-11-2017

Hiking-site.nl is een site voor actieve buitensporters, wandelaars en hikers die op zoek zijn naar informatie over materiaal, routes, navigatie, EHBO, tips en tricks, avontuur, wandelen, outdoor en buitensporten. Nieuw op deze site?
Lees dan eerst eens rustig deze pagina met informatie over Hiking-site.nl!
[home] [linken naar Hiking-site.nl] [adverteren op Hiking-site.nl]