foto In het schrijfblok komt telkens een nieuw (reis)verhaal over de belevenissen van bezoekers van de site. Ook jij kunt jouw verhaal insturen voor publicatie.

1988: Frankrijk - Pyreneeën - GR 10 - Hendaye - St.Jean Pied de Port

Pyreneeën (Fr.: Pyrénées; Sp.: Pirineos), bergketen in Zuidwest-Europa, tussen de Golf van Biskaje en de Middellandse Zee, 435 km lang, 60 tot 130 km breed. Ca. 2/3 van het gebergte behoort tot Spanje (provincies Guipúzcoa, Navarra, Zaragoza, Huesca, Lérida, Barcelona en Gerona), ca. 1/3 tot Frankrijk (departementen Pyrénées-Atlantiques, Hautes-Pyrénées, Garonne, Ariège, Aude en Pyrénées-Orientales). Ingesloten in het hoogland ligt het onafhankelijke staatje Andorra. Op grond van structuur, klimaat en vegetatie kan men het gebergte in drie natuurlijke streken verdelen: de Atlantische, de Centrale en de Oostelijke of Mediterrane Pyreneeën.

Het is 12 september, negen uur in de avond als we midden in Hendaye staan en ik me realiseer dat het weer goed mis is.

De thuis uitgezochte camping vlakbij het station bestaat niet meer of we kunnen die niet vinden en we lopen zweetbadend wegens de drukkende hitte in een enorme boog te zoeken. Orian heeft in de trein geslapen dus die houdt het wel even vol.
Eindelijk na vele kilometers en een paar uur zoeken –alles is uitgestorven hier op wat hotel toeristen na die niet veel verder hebben gekeken dan kamer, strand, bediening en bar en ons dus ook niet kunnen helpen stopt een vrouw met kindje op de achterbank en vraagt wat we zoeken. Ze rijdt ons in een scheurend tempo naar een camping. Een goede les voor de volgende keer?
Misschien een stop in Parijs? Dan kan ik ook gelijk uitzoeken hoe het nou eigenlijk werkt met die metro want deze keer was er niet zo'n beste ervaring. Van eerder reizen wist ik dat er geen treinen door Parijs rijden en dat je vanuit het noorden aankomt op station Du Nord en weer verder kan naar het zuiden via station Austerlitz. Het tussenliggende stuk moet je per bus of metro afleggen. Je hebt daar zo'n anderhalf uur de tijd voor. Dat lijkt genoeg en is het ook als je weet hoe het werkt.
Ik sta voor een enorme wand met kaartautomaten. Geen loket te zien in de wirwar van ondergrondse gangen. Losse munten voor de automaat heb je natuurlijk niet, je weet niet eens hoe die krengen werken. Dan duikt een behulpzame man op die me, snel en handig wat knoppen indrukkend, laat zien hoe het werkt en wat de kosten zijn. Zonder dat ik het in de gaten heb heeft hij de verste en dus duurste route ingetoetst. Ik geef hem het bankbiljet en hij heeft 'toevallig' een heleboel klein geld bij zich wat hij in de gleuf stopt. De kaartjes komen tevoorschijn en nog eens haalt hij de truc uit om te laten zien dat het klopt zodat je niet op het idee komt naar de prijs op het kaartje te kijken. Met mijn ogen nog verblind door alle knipperende lichtjes en displays geef ik een fooi voor de moeite.
Dan verschijnt er na wat gangen, die zich zodanig kronkelen dat je alle gevoel voor richting kwijt bent, een soort ijzeren gordijn met stalen poorten en klaphekken. Kaarten in de gleuf en zoevend worden ze tussen je vingers uit getrokken om zoevend uit een andere gleuf tevoorschijn te komen.
Verder gebeurd er niets, tot je ziet dat anderen hun kaartje uit die gleuf trekken waarna het hek open klapt en je snel moet zijn om niet met rugzak en/of kind klem te zitten. Als ik in de overvol, benauwende metro heen en weer sta te zwiepen realiseer ik me dat zo'n relatief korte rit wel erg duur is. Ik loer op het kaartje en zie dat ik vijfhonderd procent teveel heb betaald aan de hulpverlener.
Volgende keer ga ik dus als een echte Parijs inwoner, zonder rugzak, maar met alpinopet en een oudbakken stokbrood kijken hoe het werkt. De eerste die aanbied te helpen geef ik een dreun op z'n kop met het keiharde brood.

Na een paar dagen camping in Hendaye, een wandeling in de omgeving en langs de oceaan om de spieren los te maken gaan we met nog steeds te zware rugzakken op pad. Natuurlijk loopt Orian inmiddels kleine stukjes en dan hebben we de luxe van twee rugzakken die net boven de twintig kilo uitkomen, maar als hij op mijn rug moet is het sjouwen geblazen. Gelukkig hebben we zoals altijd geen haast.
Het gaat in een flinke klim naar boven. De ijle lucht –of zijn het de vele sjekkies doet ons iedere vijfentwintig passen hijgend stilstaan. Na honderden meters klimmen dwingen dreigend donkere onweerswolken en een eerste druppel tot stoppen. Eerst denken we nog, gehuld in de regencape verder te gaan, maar een redelijk vlakke paar vierkante meter en steeds grotere druppels zijn tenslotte niet te verwaarlozen en in recordtijd is ons bivak opgebouwd.
Nog maar net zitten we in onze piramidetent[1]of een vliegende storm met hele harde windstoten steekt op. De enige tentstok in het midden buigt zijn rug naar de wind. Overal om ons heen bliksemt het en vuurschichten boren zich in bomen en bergwanden, hagelstenen ter grote van knikkers teisteren het tentdoek. Een eenzaam tentje in een inferno van natuurgeweld.
Marja is bang dat de tent de lucht in vliegt of de stok knapt. Dat eerste lijkt me wel wat want dat betekent dat we meevliegen en het tweede maakt me niet uit, ik zoek wel een stok. We liggen op onze buik in de slaapzakken te genieten, Orian klapt in zijn handen voor de grootste flitsen en roept drie keer 'boem' bij elke donderslag. Hoewel het natuurlijk wel een beetje gevaarlijk is denk ik dat hij in de stad meer risico loopt in een rolstoel terecht te komen. Hier kun je hooguit dood gaan.
De hele nacht gaat het door, we zullen een paar keer wakker worden van het klapperend tentzeil, aankondiging dat de boel, door de bergtoppen terug gedreven weer overkomt.

De volgende morgen is het droog, heet, superblauw. Steeds verder klimmen en (soms een stukje) dalen. Het uitzicht is overweldigend.
Dan lopen we een dorp binnen in de verwachting iets te eten te vinden. Antiekwinkels, een school, een restaurant en wat huizen, maar geen voedselwinkel. Hierna komen we een aantal dagen niets meer tegen dus daar gaat onze kostbare, in Nederland ingeslagen droogvoer noodvoorraad.
We gaan het hotel restaurant binnen en stoppen ons 'vol' met geroosterd stokbrood met boter en koffie, weten nog twee stokbroden over te kopen met zielig kijken en met twee volle waterzakken begeven we ons weer op weg om te zien wat het lot ons brengt.
Naar verwachting is er tot Sare geen bevoorrading meer en ik heb (optimistisch) uitgerekend dat we daar drie dagen over lopen. Gelukkig zijn er onderweg bergbeken genoeg, dus water is geen probleem en het droogvoer gaat op rantsoen.
Later blijkt dat we er zes dagen over gaan doen om Sare te bereiken. Onze bagage weegt nu (Ukkie meegerekend) vijfentwintig en dertig kilo en het pad wordt steeds steiler. Er is zelfs een stuk bij waarvan ik me later afvraag waarom we niet zijn terug gegaan.
Waarschijnlijk zijn we een stuk van de gemarkeerde route afgedwaald en komen op een schapenspoor met ernaast een honderd meter diepe afgrond. Het pad bestaat uit wat grote keien die een opstap hebben van 30 40 cm wat boven je macht is met dit gewicht. Al snel raken we moe wat bloedlink is omdat je dan makkelijk uit balans raakt. Met maximaal vijftien kilo op je rug zou dit te doen zijn, maar in onze situatie, met een af en toe bewegende Orian op mijn rug is te gek.
Ik bind een touw om zijn middel en laat hem zelf klauteren, neem bagage van Marja over en stukje bij beetje vorderen we tot we de markeringen weer tegenkomen. Die nacht bivakkeren we doodmoe aan een klein meer waar we ons tegen beter weten in de luxe veroorloven een dag te blijven staan. We kunnen gewoon even niet verder.
Dan komen er andere wandelaars langs die vertellen dat er winkels zijn op de Col 'de Ibardin.

Als we weer op weg gaan is de stijging een stuk minder zwaar met de wetenschap dat voedsel op ons wacht.
Boven op de Col blijken er een stuk of twintig restaurants, bars en winkels te zijn. Wat een kermis. Dit ligt op de Spaans Franse grens en vooral massa's Fransen komen hier goedkoop drank en sigaretten inslaan.
In de Franse bedrijven werken dik onderbetaalde Spaanse mensen en er rijden auto's af en aan. Ook zijn er nog een draaimolen en wat broodjestenten.
Nergens vinden we luiers behalve hele kleine, maar wel weer wat brood en een paar pakjes soep. We gaan maar uit eten.
De vriendelijke Spaanse bediening begrijpt onmiddellijk onze vegetarische behoefte en buiten de menukaart om krijgen we een enorme berg patat, rijst en salade. Zoveel dat we het ondanks ons uitgehongerd gevoel niet op krijgen. Met een flesje wijn, koffie en ijs voor Orian krijgen we de rekening.
Totaal twintig gulden. Verwonderd kijken we op de kaart naar de menu's die allemaal boven de twintig gulden per stuk liggen, maar die gaat ook uit van een lap vlees met wat toebehoren. Toch heb ik het gevoel dat we een beetje gematst worden.
Een stukje verder in een rustiger omgeving laten we de calorieën even hun weg in onze lichamen vinden.
Er komt nu zo'n steil stuk dat ik eerst met de rugzak van Marja naar boven klim en dan weer naar beneden ga om de mijne op te halen. Orian klimt vast gebonden aan de twee meter touw zelf naar boven. Er komen verder geen enge, maar wel nog een paar zware stukken.

Na een overnachting langs een hek bij de grens en een beekje, gaat de route via een piepklein stukje Spanje. Een rust op een mooie bergweide met uitzicht naar alle kanten, zodat je weet waarom je dit doet en eindelijk eens een stuk omlaag.
Bijna lopen we verkeerd, maar komen toch op een plek waar we een paar dagen willen blijven. Kampvuur mogelijkheid, beek en een dorp vijf kilometer naar het noorden. Wel een eind lopen, maar terwijl Marja alle was doet en Orian zich in de beek vermaakt, ben ik een dag bezig met heen en weer lopen, kom terug met een rugzak vol eten en drinken en we zitten bij het vuur nog lang te genieten. Het zijn deze tegengestelde extremen die je laten voelen dat je leeft.

Uitgerust gaan we weer verder. Helemaal fit voelen we ons nog niet want door de grote temperatuurschommelingen zijn we een beetje hoesterig en verkouden, maar overal groeit braamblad, weegbree, pepermunt en citroenmelisse voor T tjes.
We stijgen weer flink en hebben, als we op zo'n zevenhonderd meter hoog zijn, jammer genoeg niet veel lol van het uitzicht door een dikke mistdeken. Alleen aan onze linkerkant een steil oprijzende rotswand en vaag vooruit door de slierten mist heen zien we de meer dan negenhonderd meter hoge top van de La Rhune.
Het wordt nu snel donkerder en even vrees ik dat we hier op dit smalle bergpad zullen wegspoelen, maar het blijft droog tot we in een, door zure regen aangevreten bos komen een kilometer of zes voor Sare.
Nauwelijks staat de tent of er komt weer een heftige storm opsteken begeleid door onweer. Het ziet er allemaal een beetje spookachtig uit. De kale boomstammen, de vele omgevallen bomen, de afgerotte takken, de zwiepende wind, de fundering van wat ooit een huis moet zijn geweest, de bellen van hier overal rondzwervende paarden die beschutting zoeken, de regenvlagen die kletterend op het tentdak neerplenzen. Dat is natuurlijk ook best spookachtig, maar eenmaal vroeg in de warme slaapzakken klinkt het allemaal als een prachtig gecomponeerd slaaplied.

De volgende morgen is het weer droog alleen de tent niet dus die weegt weer wat zwaarder. Op naar Sare, er blijken grotten in de buurt dus…
Busladingen mensen, de tafels in de reisorganisatie bevriende restaurants staan al klaar. Uitstappen, koffie, maaltijd, kaartje kopen en een snelwandeling langs de prehistorische grotten met zoemende en klikkende camera's en thuis vertellen dat de reis 'zo keurig verzorgd was' waarbij je hoopt dat je toehoorder niet in de ploeg van kwart over twaalf zat want dan kennen ze je dia's al.
Nou ja, het is weer eens wat anders dan met z'n allen naar dezelfde Tv-omroep kijken die je het gevoel geeft deel uit te maken van de grootste familie van Nederland.
Wij hebben behoefte aan een warme douche en gaan naar een camping, twee kilometer zuidelijker. Die avond staat er één caravan en één kampeerauto. De volgende dag gaan ze weg en is de camping van ons.
In het hotel in de buurt, waar een bordje ons naar verwijst, vertellen ze dat we maar langs moeten komen als we weg gaan. Eigenlijk is de camping gesloten, maar no problem. Voor een klein bedrag wordt er een douche en wc voor ons schoon gehouden, er is warm water en uiteindelijk staan we hier vijf nachten.
Wandelen in de omgeving, koffie in dorp of het hotel, lekker uitrusten. Bestudering van de kaart laat ons besluiten om tot Ainhoa de GR 10 te volgen om daarna een alternatief te kiezen via Itxassou, Bidarray, St.Etienne, Irouléguy naar St.Jean Pied de Port waar we een trein terug kunnen nemen naar Nederland.
De GR 10 wordt te zwaar met toppen van meer van 1000 meter en grote afstanden zonder kans op eten. Dan moet Orian eerst zelf meer kunnen lopen (hij gaat met 'sprongen' vooruit) zodat we voor meer dagen voedsel mee kunnen sjouwen. Het water lijkt in de Pyreneeën geen probleem, overal zijn stromen en beken en tot op heden nemen we alleen (kraan)water mee voor Orian.

Zoals altijd eigenlijk weer te laat op weg gegaan. Voordat alles is ingepakt, we zijn gewassen en hebben ontbeten is het alweer negen uur en wordt de hitte merkbaar. Het is inmiddels 28 september maar dat neemt niet weg dat het als de zon schijnt 25-30 graden wordt. Wel is de temperatuur als het bewolkt is of regent een flink stuk lager en komt met moeite boven de 10°C, vandaar die verkoudheden.
Snel een kop koffie in Sare en boodschappen doen voor onderweg. Het wordt inderdaad tegen de 30°C en menig zweetdruppel verdampt op weg van lichaam naar aarde.
Wel schieten we flink op en tegen een uur of zes bereiken we een bos met riviertje vlak voor Ainhoa. Ik zet de tent op en Marja gaat op jacht naar eten. Dan valt de eerste druppel alweer en het wordt niet meer droog voor de volgende ochtend.

Wakker worden in een dampende tent, de zon staat al te branden en het is twintig graden. De natte spullen stomen droog, we hebben genoeg eten, dus morgen verder al zal het dan wel weer regenen (zei de optimist).
Orian gebruikt me als trampoline bij gebrek aan de huiskamerbank. Zijn twee meegenomen Playmobile poppetjes John en Alexander (ik en zijn halfbroer) slapen in een bedje van een leeg Gitanes sigarettendoosje, hij legt de meest ingewikkelde knopen in veters en scheerlijnen, speelt met stenen en water en in elk gaatje woont een muis.
Als ik vraag of hij er al een heeft gezien krijg ik als antwoord dat je ze niet ziet omdat ze slapen of eten aan het zoeken zijn. Hij vertelt ons elke avond voor het slapen gaan een verhaaltje en vindt Frankrijk maar niks omdat ze geen appeldiksap hebben.

In Ainhoa hebben we de gebruikelijke koffie/boodschappen pauze en dan vinden we de regionale route in noordelijke richting. Als snel beginnen we te twijfelen omdat de route ontzettend slecht is gemarkeerd en de kaart van 1:50.000 aardig nauwkeurig is maar niet goed genoeg om precies te bepalen waar je bent.
Een kilometer of vier na Ainhoa slaan we voor de eerste keer een verkeerd pad in. Na twee kilometer zegt mijn gevoel 'nee' en wat oriëntatie met bergtoppen en kompas bewijst inderdaad dat we fout zitten. Terug!
Hierna gaat het wat beter al komt dat door nauwgezet met je neus op de kaart lopen, de markeringen zijn minimaal. We hadden ingeschat een uur of vier, vijf bij een stuk bos aan te komen voor het bivak. Om halfzes blijkt dat we alweer een kilometer op de verkeerde weg zitten.
Dat is niet zo erg maar nergens een klein vlak stukje voor de tent behalve op deze geasfalteerde weg, dat kan niet zonder gevarendriehoek. Een kilometer terug dan maar. Ja hoor, dit weggetje en dan…
Tot onze verbazing staan we weer op de autoweg. Dan die maar volgen, rechts en links prikkeldraad, nergens een afslag. Om halfzeven komen we in Espelette. Over een uur is het donker. In een café waar we bijna besluiten een hotelkamer te nemen horen we dat drie kilometer verderop in Souraide een camping is en acht uur zijn we daar.
In het halfdonker de tent opzetten lukt ons inmiddels wel en al zijn we kilometers uit de koers, we slapen heerlijk.

Een paar honderd meter vanaf de camping gaan we vandaag koffie drinken in het dorp. Een big mamma met brede glimlach vraagt of we grote of kleine koppen koffie willen. Na gisteren hebben we wel trek in grote. Twee enorme soepkommen uit haar privé voorraad –hoewel haar huiskamer en keuken gewoon deel uitmaken van de uitspanning zijn het gevolg en –het smaakt wel erg lekker we zijn zo dom om er nog twee te bestellen op onze nuchtere magen.
We vragen of we bij haar vegetarisch kunnen eten. Raar toch, ik heb in vele eetgelegenheden die een nette menukaart en ober hebben vaak problemen met het feit dat ik geen dode beesten wil eten. Ofwel ze begrijpen het nooit, vragen of kip wel 'mag' of het 'kan niet omdat het niet op de menukaart staat' maar ook deze topkokkin vraagt of we patat lusten en boontjes, ze kan er ook wel salade bijmaken en eten we wel eieren?
Zo wordt gezamenlijk een maaltijd samengesteld en krijgen te horen dat na halféén haar keuken opengaat. Misschien kost het wel al onze spaarcenten, maar daar maken we ons op dit moment niet druk meer om. We gaan een wandeling maken en een beetje misselijk van de plas koffie (die we straks maar gelijk moeten betalen, hè, misschien komen we niet meer terug, gratis koffie toch Hollanders, natuurlijk komen we straks terug!) staan we op. De laatste tijd drinken we hooguit twee kleine kopjes en niet eens elke dag.
Om halfeen staan we uitgehongerd voor de deur. Ze heeft de tafel zo leuk voor ons gedekt alsof we worden onthaald als lang weggebleven reiziger*s. Eigenlijk is dat natuurlijk ook zo en ik bedenk me dat ik dit soort gastvrijheid elke keer weer tegenkom in Baskenland, Sicilië en de Griekse eilanden.
Er staat een fles wijn, broodjes met boter. Het wordt niet opgedrongen, maar als je wilt, ga je gang. Al snel komt er een berg friet, een schaal boontjes, erwtjes, peentjes, salade en een enorme omelet bij te staan.
We schransen er op los tot we ploffen en na een kopje koffie (nee, geen grote dit keer) en een stuk van de plaatselijke Baskiese koek kunnen we bijna niet meer bewegen.
We herinneren haar aan de koffie en limonade in de ochtend en ze knikt dat ze dat wel weet. Voorzichtig vraagt ze of we tien gulden per persoon kunnen betalen.
De rest van de dag brengen we door met luieren en een beetje rondwandelen, tot meer zijn we niet in staat en dat hoeft ook niet. Eigenlijk waren we van plan morgen weer verder te gaan, maar we blijven nog maar een dag.

Twee dagen later om halfvier zitten we weer aan het tafeltje van hetzelfde café. Zelfverzekerd hebben we vanmorgen de veters strak aangetrokken om via dit dorp en een stukje weg richting Itxassou de route weer terug te vinden en bij een klein schooltje linksaf de bergen in te gaan.
Volgens de kaart was enkele kilometers verder een bos en water dus werd dat het doel. Orian wilde zelf lopen en we daalden het paadje naast de school af dat bestrooid was met steengruis. Hij gleed onderuit met zijn achterhoofd over het gruis.
Het zag er erg eng uit, een gapende spleet vol steengruis. We renden terug naar het schooltje en er werd een arts gebeld. Orian stond met zijn wond in het middelpunt van de belangstelling bij de schoolkinderen en hij onderging alles heel rustig. Of dat een fout of een goed teken was durfde ik op dat moment niet te zeggen, zijn wond bleef maar bloeden.
Er was maar één lokaal met een juf die alle kinderen van een jaar of vijf tot twaalf begeleide, hoewel ze elkaar ook hielpen. Het kwam op me over als een gezellige boel met overal tekeningen en speelgoed en een juf die alle vragen op het juiste niveau beantwoorde over wat er was gebeurd.
Als de arts er is en de wond schoonmaakt stelt hij hechtingen voor omdat het een grote barst is. Kijk dat is praktijkonderwijs, de dokter vertelt aan de kinderen van groot tot klein wat hij gaat doen en waarom. We rijden met hem mee en tot onze opluchting eens een keer een huisarts die niet in lachen uitbarst bij het woord 'klassieke homeopathie', maar zegt dat hij een verdoving ook niet aan zal raden, omdat de prikken daarvan net zo pijnlijk zijn als de hechting zelf en geen chemische stoffen gaat inspuiten als dat niet strikt noodzakelijk is.
Dan durven we te vragen of Orian zo rustig is vanwege de schok of door het homeopathisch middel wat we hem direct na het vallen hebben gegeven. Hij bekijkt het buisje en mompelt goedkeurend. Het blijkt dat er hier heel normaal over de, in Nederland volgens velen, 'kwakzalverij' wordt gedacht.
De hechtingen gaan erin en Orian zegt 'au, dat prikt'. We moeten erom lachen omdat hij nog niets heeft gezegd. De arts zegt dat hij door het middel straks wel in slaap zal vallen, wat prompt gebeurt en we zitten nu bij big mamma te wachten tot hij wakker wordt.
Wel een beetje eng, hij ademt heel stilletjes en is duidelijk ver weg. Als hij nog maar wel wakker wordt, flitst dan door je heen. Een uur later is het zover en hij kletst gelijk honderduit over zijn belevenis. Alles goed dus en we gaan terug naar de camping.
In principe voor één nacht als er geen rottige dingen gebeuren met hem. Als vergoeding voor de schrik gaan we maar weer uit eten en met het grote witte verband rond zijn hoofd trekt hij alle aandacht.
Als hij bij een ijsje toe zegt dat het lekker is, vraag ik of hij nu morgen weer gaat vallen. Met een verontwaardigd gezicht zegt hij 'ikke ben al evalle' en even later trekt hij met zijn vinger een spoor in het ijsje en zegt 'paadje, kan je afglije'.
Dát heeft hij weer geleerd, en ik ook trouwens.

Zonder problemen lopen we het eerste stuk weer, maar dat is het dan. Weer komen we er met onze te grove kaart (in Espelette wilden we een 1:25.000 kaart kopen, maar die waren uitverkocht) en de ontbrekende markeringen niet uit.
Om een uur of vier zetten we de tent op, na de grond vrij gemaakt te hebben van overal rondslingerende kastanjes.
Bij een vuurtje proberen we de natte kleding te drogen en poffen de kastanjes. Volgens Orian heten die dingen sjittepitte en dat ben ik volledig met hem eens als later blijkt dat het grondzeil is geperforeerd door een paar van die, tussen het gras verborgen krengen die ik ook nog naar bedorven marsepein vindt smaken.

De volgende dag is er geen spoor van de route te bekennen. Een paar keer fout lopen, van aardige Basken druiven krijgen, weer fout lopen. We besluiten af te wijken en een stukje grote weg te nemen naar Ixtassan.
De enige winkel daar is gesloten wegens vakantie en dus door naar Kambo, een paar kilometer verder naar het noorden. We willen een week eerder terug dan gepland. Inmiddels zijn we zover van de GR 10 en Kambo is een plaats die op onze treinroute ligt, dus verder gaan is niet zinvol.
Verder moeten de hechtingen van Orian er over een week uit en dat is ook praktischer in Nederland. En, ook niet onbelangrijk is dat het ons weer eens gelukt is ruim boven het begrote geld uit te stijgen, zodat er eigenlijk niet nog een week vanaf kan.
Dan komen we toevallig(?) op de goede plek terecht. Camping 'Ur Hegia', ongeveer één kilometer ten noorden van het station in de wijk Bas-Kambo (noteren mensen).
Als we de receptie/winkeltje/kantine –wie weet waar deze ruimte nog meer voor dient binnengaan blijkt er niemand te zijn en we gaan een plekje zoeken voor de tent. Leuke, rommelige camping, een beek, verschillende vuurplekken, veel begroeiing en vooral lekker rustig.
Als we een poosje later weer naar de receptie gaan en aan een tafeltje gaan zitten om wat te drinken gebeurd er lange tijd niets. We kletsen de tijd voorbij en een half uur later komt een man binnen, die hallo zegt en zich verontschuldigd omdat hij boodschappen moest halen. Het vertrouwen dat niemand tussentijds de kas of winkel plundert is dus groot en dat bevalt me wel.
Na een praatje, waarbij we ons steeds meer op ons gemak voelen, ook al omdat hij vraagt waarom we nog niets te drinken hebben gepakt –zo werkt dat hier, je schrijft op wat je pakt en het betalen komt wel goed vertelt hij over een gezamenlijk maaltijd op zaterdagavond als afsluiting van dit seizoen. Iedereen die mee wil doen lapt twintig gulden (Orian eet gratis mee) en daarvoor wordt eten en drinken gekocht voor een feestelijke avond.
Het lijkt ons een leuk idee, maar als ik alles op een rijtje zet zie ik dat we echt nog maar voor drie dagen geld hebben en ook de camping nog moeten betalen. Hij accepteert dit gegeven direct en vindt het wel jammer.

In de middag staat Marja met Orian in de wasruimte als hij aan komt lopen met een in Frankrijk getrouwde Nederlander, die ook op deze camping staat. Die vertelt ons dat wij zijn uitgenodigd op kosten van de andere kampeerder*s. Soms geloof je echt niet dat zulke dingen nog bestaan.
De avond zelf is moeilijk te beschrijven voor een inwoner van calvinistisch Nederland, de warme gezelligheid druipt er vanaf.
Als ik in de saus voor de couscous halve kippen zie drijven, bedank ik hiervoor en vertel dat ik vegetariër ben. De kip wordt er onmiddellijk uit gevist met de mededeling dat de hond me daar dankbaar voor is, geen probleem. Dat de saus nog wel naar kip smaakt, neem ik deze keer maar voor lief.
Zijn vrouw is er niet bij omdat ze zich niet zo lekker voelt en die is volgens hem de enige ingewijde van de plaats van het sla bestek, dus sorry zeggend begint hij met zijn grote kolenschophanden de salade te mixen en verdelen.
We moeten goed opletten dat onze glazen niet te leeg worden want naar goed Baskies gebruik wordt er meteen bijgevuld.
Een beetje aangeschoten en propvol heerlijk eten kruipen we naast de slapende Orian die we eerder al in de tent hebben gelegd onder het wakend oog van een paar mensen die wel mee gegeten hebben maar daarna naar hun tent zijn gegaan.

De laatste dag gebruiken we om uit te slapen, een beetje te wandelen en alles voor te bereiden voor de terugreis. Om zeven uur staat er alweer iemand bij de tent te vragen of we meegaan naar het wekelijks aperitief. Officieel een gratis glaasje om het sociale contact te vergroten, maar het glaasje betekent eigenlijk een onbestemde hoeveelheid.
Van de Nederlander horen we dat dit allemaal gebeurt omdat de eigenaar geen gewone camping wil zijn. Hij zag graag dat zijn gasten betrokken bij elkaar en het terrein waren en niet als van elkaar vervreemde wezens, waar nauwelijks een schuchter good morning vanaf kan, langs elkaar heen leven. Niet opdringerig, vrijheid blijheid, maar hij zorgde voor de gelegenheid waar je gebruik van kon maken als je dat wilde.
Dat had tot gevolg dat veel mensen elke keer terugkwamen, de camping goedkoop was omdat alles werd opgeruimd door de kampeerder*s en dat wij bijvoorbeeld van mensen die weg gingen en spullen over hadden van alles kregen.
Vandaag nog een zak vol eten en een ander zegt dat hij ons wel met de auto naar het station zal brengen. Zes uur opstaan? Geen probleem, mijn vrouw houdt het bed wel warm, zegt hij lachend.

Om kwart voor zeven staan we klaar op het station van Kambo voor een reis die volgens het schema tot vannacht een uur of twaalf gaat duren. Iets over zevenen komt de elektrische trein die via St.Jean Pied de Port –waar we gedacht hadden naar toe te lopen naar Baritz gaat.
Een wat latere trein was er niet zodat we nu van acht tot halftien moeten wachten op de trein naar Parijs. De reis verloopt spoedig en door ons één uur wisselsysteem als oppas voor Orian kunnen we door tukjes iets van ons slaaptekort inhalen. Hij vermaakt zich met een paar boekjes, de poppetjes, lege koffiebekertjes en een dosis fantasie.
Een uur of drie zijn we in Parijs en we bedenken wat we moeten doen in de vier uur die we nu moeten wachten. Eerst maar met de metro, bij de ingang staan weer de kaartjes verkopende afleggers –het valt me nu op dat er veel meer actief zijn maar mijn onheilsspellende blik is dit keer waarschijnlijk veelzeggend.
We kopen zelf kaartjes, nadat we toch loketten vinden in een van de ondergrondse gangen en zijn nu in totaal nog geen vijf gulden kwijt. Weer de enge hekjes door, we weten nu de weg.
Gelukkig zijn we zo slim om op Du Nord te kijken naar de treinen en zien dat, behalve de aan ons aangegeven trein om zeven uur, nu ook een trein gaat. Over een paar minuten! Rennen!
We halen het en zo lopen we al om halfelf door Den Haag naar huis. Orian heeft nog steeds geen slaap, zegt hij. Alles is natuurlijk veel te spannend, maar eenmaal in zijn eigen bed vallen zijn ogen dicht. Wij zitten nog een tijd na te kletsen en plannen maken voor de volgende reis.

Dit schrijfblok-verhaal maakt deel uit van de bundel Lopende Levensberichten I van John Vangelis. Kijk op zijn site voor meer verhalen van zijn hand.

Voetnoten
  1. Onze zelf gemaakte bivakhut (zie het vorige deel) is helaas verloren gegaan. Per abuis is die verkocht in het woonwerkgroepwelvaartsrestenwinkelpand waar we inmiddels woonden. De schuldige is lange tijd kaal geweest omdat hij de haren uit zijn hoofd trok. Gelukkig waren we voor deze voettocht in staat een Fjällräven tent te kopen. Een prachtige piramide van ongeveer 3 kilo met een vloeroppervlakte van 2 x 2 meter. We kunnen alles binnen kwijt en dat ding zal heel wat stormen doorstaan.

Hiking-site.nl op Twitter




Share/Bookmark
homezoeken op deze sitetop van de pagina
Vertel vrienden over deze pagina

Laatste wijziging: 04-11-2017

Hiking-site.nl is een site voor actieve buitensporters, wandelaars en hikers die op zoek zijn naar informatie over materiaal, routes, navigatie, EHBO, tips en tricks, avontuur, wandelen, outdoor en buitensporten. Nieuw op deze site?
Lees dan eerst eens rustig deze pagina met informatie over Hiking-site.nl!
[home] [linken naar Hiking-site.nl] [adverteren op Hiking-site.nl]