foto In het schrijfblok komt telkens een nieuw (reis)verhaal over de belevenissen van bezoekers van de site. Ook jij kunt jouw verhaal insturen voor publicatie.

Pico d'Aneto

Deze zomer voerde de vakantiedrift mij voor het eerst naar de Spaanse kust en de PyreneeŽn, een gebied dat ik nog nooit eerder heb bezocht.
Na een paar dagen aan de Middenstandse Zee was ik het massatoerisme weer meer dan beu, en heb ik mijn boeltje ingepakt voor de trip richting de bergen.
Zodra we de drukke kust achter ons lieten werd de sfeer in dit schitterende land totaal anders, de mensen vriendelijker, het eten beter en de vakantie een vakantie.
Ik wil graag gebieden verkennen die ik nog niet ken, en hier kwam ik volop aan mijn trekken. Na een paar dagen in de buurt van Andorra vertoeft te hebben (Camping La Frontera, aan de Spaans/Andoreese grens beviel prima, vooral het restaurant boven de gebruikelijke snackbar zal ik nooit meer zomaar voorbij kunnen rijden) maar na een paar mooie wandelingen in noord-west Andorra gemaakt te hebben begon het weer te jeuken en besloten we richting Banesque af te reizen.
De rit Andorra - Aragon voerde ons door een afwisselend landschap met eerst een schitterend klovengebied Š la Ardeche en later door een droge hoogvlakte waar het volume van de muziek (Paris, Texas van Ry Cooder) steeds hoger en de snelheid van de auto steeds lager werd. Wat een manier om een landschap te ondergaan.

Op zo'n 45 km van Banesque, vlak bij Pont de Suert een perfecte camping gevonden, vanwaar we onze wandel en klimplannen konden uitvoeren.
Via deze site en gesprekken met Raymond Koome was ik er al achter gekomen dat de Pico de Aneto, met zijn 3404 meter de hoogste top van de PyreneeŽn goed te beklimmen was, evt. zelfs solo.
Na met mijn familie een paar wandelingen in de Vallee de Benasque gemaakt te hebben en de Aneto eens vanaf een afstand gezien te hebben stond mijn besluit vast en wilde ik wel een poging wagen.
Via de campingreceptie werd er een plaatsje in de hut vanwaar de meesten de beklimming starten geserveerd en kon het avontuur beginnen.

Na een goede nachtrust ben ik op mijn gemak naar Benasque gereden en daar mijn auto aan het eind van de doodlopende weg het dal in geparkeerd. Een tip die ik hierbij wel wil geven is het volgende: om eventuele autokrakers duidelijk te maken dat het de moeite niet loont om de auto open te breken maak ik deze helemaal leeg, en laat zoveel mogelijk zien dat er inderdaad niets in zit door o.a. het dashboardkastje open te zetten en de afdekflap van de laadruimte weg te vouwen.
Zo maak je wel duidelijk dat je over het een en ander hebt nagedacht en laten ze de auto meestal wel met rust. Niet dat het gebied een slechte naam heeft qua kriminaliteit, maar je kunt helaas maar nooit weten. De aanpak werkte in ieder geval, want de auto was onaangeroerd toen ik laat de volgende dag terugkeerde bij de auto.

AnetoVia een aantal schitterende paden ben ik naar het einde van de vallei gewandeld. Je kunt er ook een bus pakken die je in 15 minuten of zo naar dit punt brengt, maar dan mis je bijvoorbeeld wel de rotswand waar een kant en klare beek zo uit een gat in rots naar buiten raast, en aantal weides met kleine meertjes die schitterend zijn.
Op het eindpunt van de busroute staat een klein snackbarretje waar ik nog een koud blikje sportdrank gedronken heb, zodat ik fris aan de volgens het informatiebord 45 minuten durende klim naar de Refugio de la Renclusa (2140m) begon. Het feit dat ik 30 minuten later bij de hut stond gaf me in ieder geval het zelfvertrouwen dat het met de conditie wel goed zat.
Omdat het nog lekker vroeg in de middag was heb ik daar een paar heerlijke luie uurtjes in de zon doorgebracht. Een minder fris detail, maar wel een realiteit bij het klimmen via hutten waren de toiletten bij de hut. Vanwege een verbouwing die nog wel even zal duren staat er een noodgebouwtje met verrote deuren dat ook nog eens druk door de vele dagjesmensen bezocht wordt. Een blik op de met stront besmeurde muren was voor mij voldoende om dit gebouwtje verder te mijden, maar omdat moeder natuur toch riep besloot ik om een mooi pad langs een beek te volgen richting een stukje bos.
Na een meter of 50 van het pad afgedwaald te zijn vond ik een prima plekje voor het doen van mijn behoeftes en na me ook even wat gewassen te hebben in de beek kwam ik helemaal opgefrist en toch wel hongerig terug bij de hut.
De rest van de middag ben ik lekker bezig geweest met een prima maaltijd van Globetrotter, die als je de tijd er voor hebt prima te bereiden zijn, en ook nog eens behoorlijk goed smaken. Verder me zelf volgepropt met chocolade, noten en 's avonds ook nog een redelijke maaltijd in de hut genuttigd. Omdat de meeste bezoekers daar Spaans- of Franstalig zijn en ook nog eens in hun eigen groepjes zitten had ik er weinig contact met andere mensen, maar voor een dag of 2 is dat voor mij wel vol te houden, al zit je soms toch wel wat jaloers naar de gezellige tafels om je heen te kijken.
Voor het eten was er overigens nog "wat te beleven" in de hut omdat er een klimmer naar beneden werd gebracht met een gebroken enkel. Het feit dat er daarna al snel een helicopter van de Guardia Civil met een reddingsteam aan kwam vliegen die de man oppikte gaf wel een goed gevoel over hoe een en ander geregeld is in dit gebied.
Wandelen in de bergen brengt nu eenmaal meer risico met zich mee dan een rondje door de duinen, en persoonlijk neem ik mijn voorzorgsmaatregelen altijd bijzonder serieus. Ik draag altijd minimaal een EHBO setje, reddingsdeken, noodbivakzak en een fluitje met me mee. Dit gecombineerd met een extra rantsoen eten en drinken maakt dat ik in ieder geval redelijk comfortabel een onverwachtse overnachting in de buitenlucht kan doorstaan. Uiteraard zit het met mijn kleding en overige uitrusting ook wel goed, maar ik blijf me nog steeds verbazen hoe makkelijk vooral veel dagjesmensen er over denken.
Voor deze beklimming had ik ook nog de beschikking over een paar goede stijgijzers, iets wat gezien de oversteek van de Glaciar de Aneto geen overbodige luxe was. Een pickel had ik echter niet, en eerlijk gezegd niet gemist ook. Wel stom was het feit dat ik geen petje of muts, handschoenen en een zonnebril bij me had. Deze artikelen heb ik wel behoorlijk gemist.

Gletsjer AnetoDag 2, 05:00
Na een onrustige nacht in de hut waar ik, zoals gebruikelijk in dit soort situaties, weer eens amper geslapen had ben ik eerst eens op mijn gemak om 5 uur wat gaan ontbijten, iets wat mij heel wat relaxter afging dan eens in de Gouter hut, omdat daar om 3 uur 's nachts het een drukte van belang was. Tegen 6 uur in het eerste glimpje licht ben ik maar van start gegaan, mede omdat vanuit het dal een grote stroom petzl lampjes op mij afkwam. Deze club wilde ik voorlopig even voor blijven.
Al vrij snel na de hut begon het pad behoorlijk steil te klimmen, waarbij het pad langzaam maar zeker overging in klauterpartijen over rotsblokken. Met behulp van de vele steenmannetjes was het pad echter goed te volgen, en na een uurtje bevond ik mij ergens waar volgens de (niet al te gedetailleerde) kaart een splitsing in de route moest zijn. Uiteraard bleek ik op de verkeerde route te zitten, maar met hulp van de beschrijving van deze tocht in het boekje van Ton Joosten zag ik al snel wat wel mijn route moest worden: een loeisteile puinhelling in een nog steilere wand waarbij je goed moest uitkijken dat je niet bij elke stap er weer 2 terugzakt. Dit was toch een punt waar ik liever even een helm op had gehad, mede door de drukte kwam er nog wel eens wat naar beneden rollen.
Eenmaal boven op deze puinhelling kon ik weer een pad volgen dat mij langs de Cresta de los Portillones verder voerde naar de doorgang vanwaar je als eerste de Aneto zelf krijgt te zien. Na een korte afdaling stond ik dan aan de rand van de laatste ettappe: de Glaciar de Aneto, een niet al te grote gletscher waar je in de lengte overheen moet.
Puente de MahomeHier heb ik maar eens een wat serieuzere rustpauze ingelast, met wat te eten erbij. Van een paar Spaanse klimmers bietste ik nog maar een handje zonnebrandcreme los, ook al een item dat niet in de bagage zat. Ik moet zeggen dat de contacten die ik tijdens de tocht met diverse klimmers had vaak moeizaan waren door het taalprobleem, maar wel vriendelijk en behulpzaam. Vooral mijn: "En Hollanda esta nada montagnas" gaf menige enthiousiaste reactie van Spaanse klimmers. Na mijn crampones (stijgijzers) te hebben ondergebonden ben ik begonnen met het eerste deel van de oversteek van de gletscher. Hier is de helling vrij steil, maar je steekt hem horizontaal over, via een duidelijk begaanbaar spoor. Iets verderop kwam ik wat rotspartijen tegen die overgestoken moesten worden, waarna het tweede, en zwaardere deel van de oversteek begon. Hier begon ik duidelijk weer te klimmen, en na verloop van tijd zag ik mijn schaduwen paars worden. Duidelijk een gemis, geen zonnebril op dit soort stukken. Ik wijt de paarse kleuren maar aan het hoge gehalte aan UV licht, maar kenners zullen dit vast weerleggen.
Na de Collado de Coronas te zijn gepasseerd begint het pad aan de laatste, zeer steile klim naar de Punta Arenas, een subtop van de Aneto. Hier moest ik echt even mijn verstand op nul zetten en doorbijten. Gelukkig kon ik aanklampen bij een groepje met een tempo wat mij wel lag, zodat ook deze fase wel door te komen was. Aan het einde van de gletscher konden de stijgijzers weer af voor de laatste klim, via een rotsblokken veld naar de Punta Arenas. Hier laten de meeste klimmers hun bagage achter voor het laatste stukje naar de enige echte top, via de in dit gebied beruchte Puente de Mahoma. (Mohammed's brug) Deze naam slaat op het feit dat hier de klimmers op handen en voeten een passage in een klauterpartij moeten passeren. Dit ging mij echter zonder problemen af, dankzij de scramble ervaring uit Wales, en om 11:00 precies stond ik in de ijzige wind op de Pico de Aneto, met zijn 3404 meter de hoogste top in de PyreneeŽn.
Rob op de topHet schitterende uitzicht werd echter enigszins bedorven door vele dreigende donkere wolken, zodat ik al snel weer vertrok. Ik wilde in ieder geval zo snel mogelijk weer via de Portillon de Inferieur terug naar het dal waar de refugio staat, zodat ik in ieder geval altijd daar weer uit zou komen.
Tijdens de zware afdaling naar de hut sloeg echter de vermoeidheid echt toe, wat resulteerde in wat kleine valpartijen over de rotsen waar ik 's ochtend nog zo fris tegenop was geklommen. Tijd voor een pauze dus. Gelukkig was het weer in het dal van de hut nog steeds goed, zodat ik daadwerkelijk kon genieten van de rust.
Na zo'n 20 minuten ben ik maar weer verder gegaan, en om ongeveer 14:00 was ik weer terug bij La Renclusa.
De aankomst hier was echter een afknapper door de vele dagjesmensen die de weg naar de bar versperden, mij liepen te filmen met videocamera's en de verstoring van de sfeer die ze simpel door hun aanwezigheid veroorzaakten. Vooral de mensen die daar met een smoel alsof ze het klimmen hebben uitgevonden rondlopen op gympies stoorden mij danig. Na een paar bakjes Cafe Solo en wat te eten heb ik alles afgerekend in de hut en ben ik weer snel verder gegaan naar de snackbar met de bushalte. Helaas was het hier ook weer zo druk met het verkeerde soort lui zodat ik de rest van de tocht naar de auto ook maar in een sneltreinvaart heb gelopen.
In totaal ben ik van auto tot auto zo'n 14 uur in beweging geweest, maar het is mij weer heel goed bevallen, beter dan de Alpen eigenlijk. Ik vond de PyreneeŽn beter geschikt om alleen op pad te gaan, het weer was er beter dan de gebieden die ik ken in de Alpen en uiteindelijk is het ook nog eens veel en veel goedkoper. Ook was de sfeer wat relaxter dan op bijvoorbeeld de Mont Blanc in de zomer, en hoewel de Aneto lang niet zo hoog is als de witte dame, is het toch een serieuze beklimming, waarbij ik vooral de afdaling zwaarder vond dan die van de Mont Blanc.
Zoals ik al in een eerder verhaal, over die Mont Blanc, heb geschreven: ik ben geen echt ervaren klimmer, noch schrijver, maar ik hoop toch dat U dit met plezier gelezen heeft. Ik sta altijd open voor (opbouwende) kritiek, zeker als ik er iets van kan leren, en verder ben ik ook altijd bereid om mensen te helpen door mijn ervaringen te delen.
U kunt mij hiervoor bereiken via mijn e-mail adres: rob@twenot.nl

Tot besluit nog wat informatie over de tocht op een rijtje:
Startplaats: Benasque in de Spaanse PyreneeŽn
Kaart: Editorial Alpina, Maladeto/Aneto 1/25.000 vrijwel overal te koop in dit gebied voor ca 9 gulden. Er zit ook nog een handig boekje met routebeschrijvingen bij, helaas in het Spaans.
Hut: Refugio La Renclusa, kosten voor logies 1600 pts, incl avondeten 4100 pts, totaal was ik er zo'n 75 gulden kwijt.
In het hoogseizoen is reserveren noodzakelijk, als je zeker van een plekje wilt zijn. Achter de hut wordt echter ook druk gekampeerd. Deze klimmers laten dan hun tentje staan, en pikken na de topbeklimming de boel weer op.
In de hut is eten en drinken te verkrijgen, van koffie tot bier. Eten wordt er niet los verkocht, maar de maaltijden zijn redelijk goed te noemen.
Literatuur: Ton Joosten: Spaanse PyreneeŽn in 50 wandelingen: Aragon (Dl. 3 uit een serie van 4.) Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 2000, ISBN 90-389-0977-2

Noodzakelijke materialen:
Goede bergschoenen, kleding en stijgijzers. Een pickel vond ik persoonlijk niet echt nodig, maar een zonnebril weer wel.
Het pad over de gletscher is goed begaanbaar, en er zijn daar geen gevaarlijke scheuren. Houdt rekening met alle weersomstandigheden, van bloedheet in de dalen tot snijdend koude wind op de toppen. Ook slaat het weer nogal eens om, de Aneto ligt net achter de bergrug die het slechte weer uit Frankrijk tegenhoudt.
Ikzelf droeg een windstopper fleece, een klimbroek van Trango die ik daar net gekocht had. (Prima pantalonnetje, meneer!) en net na de top heb ik zelfs mijn Nothface jack aangehad. Ook nieuw voor mij was het gebruik van een Platyplus waterzak met 3 liter inhoud, hier heb ik 2 dagen mee gedaan, al moet ik wel zeggen dat het koken op de eerste middag gebeurde met water uit de hut. Het voordeel van zo'n waterzak vind ik dat je heel makkelijk veel kleine slokjes neemt, in plaats van zo nu en dan een flinke teug.
Als laatste dus het water: veel mensen zweren bij waterfilters, maar ik drink al jaren het water zo in de bergen, of gebruik het in ieder geval om te koken. Vooral waar het water zo uit de rots komt sijpelen kan je het ongestraft drinken. Ironisch vind ik het wel dat je mensen van alles ziet doen voor een veilig water gebruik, terwijl in de meeste lager gelegen hutten het water 9 van de 10 keer uit de dichtstbijzijnde beek wordt getapt. Daar drinken deze mensen er vaak liters van, zonder last te hebben van het dode schaap syndroom.

Rob Plas


Hiking-site.nl op Twitter




Share/Bookmark
homezoeken op deze sitetop van de pagina
Vertel vrienden over deze pagina

Laatste wijziging: 04-11-2017

Hiking-site.nl is een site voor actieve buitensporters, wandelaars en hikers die op zoek zijn naar informatie over materiaal, routes, navigatie, EHBO, tips en tricks, avontuur, wandelen, outdoor en buitensporten. Nieuw op deze site?
Lees dan eerst eens rustig deze pagina met informatie over Hiking-site.nl!
[home] [linken naar Hiking-site.nl] [adverteren op Hiking-site.nl]