foto In het schrijfblok komt telkens een nieuw (reis)verhaal over de belevenissen van bezoekers van de site. Ook jij kunt jouw verhaal insturen voor publicatie.

"Zwei mahl?"

'Volgens mij is dat de Höhe Riffler , manne!', probeer ik mijn 6 tochtgenoten voor de gek te houden, als er een hoge en mooi vrijstaande berg opdoemt. Wij zijn nog maar net vertrokken uit de Olpererhut op weg naar het Friesenberghaus; de Olperer ligt achter ons. Het is nog vroeg en al warm. Een snelle stiekeme blik op de kaart leert me dat er geen andere berg in die richting is dus het moet hem wel degelijk zijn. Ik doe net of ik de Höhe Riffler (3220 m.) herken, maar hij is veel mooier dan in mijn herinnering. De vorige keer zag ik hem vanaf een andere kant, vanaf het Friesenberghaus en toen leek het een plompe bult. Bij de hut of moet je in dit geval zeggen Haus worden we opgewacht door de waard die een oranje pet op heeft. Is dat toeval? Wij weten dat vandaag Nederland tegen Mexico voetbalt in de voorronde van het wereldkampioenschap en we vragen of hij soms fan is van Nederland. We doen net of we geen liefhebbers zijn. Hij heeft echter wel een tv in zijn privéruimte en er zijn geen andere gasten dus........of we soms dorst hebben? Maar we zwichten niet, we komen voor de berg.

Langzaam, heel langzaam slingerde het pad zich omhoog, weg van de drukte bij de parkeerplaats. Vol geparkeerd blik en middagdrukte van ijsjeseters en bergenkijkers. Onze auto stond er ook tussen maar toch voelde dat een tikje anders. Hij zou daar blijven staan, vannacht als alles en iedereen weg was. Wij liepen weg van de drukte en het lawaai. In mijn hoofd klonk nog Neil Young, wiens muziek naadloos aansloot bij de sfeer van rustig autorijden met traag om je heen glijdende landschappen. Het pad steeg bijna onmerkbaar, het was een beetje bosachtig met grote open stukken heerlijk groen en wat verdwaalde rotsen. Langs een ruwe houten hut die vlak naast de oude verzakte was neergezet. De geur van gezaagd hout. We liepen heel langzaam en keken eens achterom waar het stuwmeer zich blikkerend uitstrekte. Schleigeis Speiger. Van hieruit leek het of de ongenaakbare ijswand van de Hochfeiler rechtstreeks uit het stuwmeer opsteeg. Met toegeknepen ogen tuurden we tegen de laagstaande zon in. We waren zo laat mogelijk op pad gegaan, Ronald, Gijsbert en ik gingen die dag toch niet verder dan de hut. Het Friesenberghaus op 2470 m. Onze vrouwen en kinderen bleven beneden in het NBV zomerkamp. We hadden dus geen haast en voor Ronald was het een soort test. Een paar weken voor de vakantie brak hij een paar middenvoetbeentjes; in een heel strak verband met stijve bergschoenen bleek hij nu toch alweer goed mee te kunnen. Toen even later het pad stijgend begon te zigzaggen haalde hij z'n skistokken tevoorschijn voor wat extra steun. Geruis van een nog onzichtbare beek zwol aan en even later staken we hem over met behulp van een glibberige boomstambrug die maar net boven water lag. Zo te zien bleef de beek met moeite binnen zijn oevers. Door het bruisende watergeweld heen hoorden we ander, meer kloppend geluid. Het karakteristieke gedreun van een helikopter die over scheerde, met een zwaar zwaaiend materiaalnet onder zich. Hij verdween achter de bergrug in de richting waar wij de hut vermoedden. De heli vloog nog zo vaak heen en weer, duidelijk om de hut te bevoorraden en iedere keer precies over ons heen, dat het irritant werd. De rust werd verstoord, maar uiteindelijk deden ze het natuurlijk ook voor ons. Er kwam bewolking en het werd direct een heel stuk frisser. Maar voor we het koud kregen kwam de hut in zicht. Een markant gebouw, kleine raampjes, niet echt vriendelijk van uitstraling. Daar werkte alles aan mee; het tijdstip van aankomst, de dag was voorbij, de temperatuur daalde en de heli steeg juist voor de laatste maal met veel geraas op.

Het Friesenberghaus bleek een echte hut toen we binnenstommelden in het schemerdonker. De kachel brandde maar echt behaaglijk was het zeker niet, op de banken lagen grijze paardendekens om nog een beetje lichaamswarmte vast te houden. Door de kleine raampjes viel maar weinig licht naar binnen en veel verlichting was er niet. Er hing een beetje vreemde sfeer in deze ruimte.

We konden kiezen waar we wilden slapen en we namen een kamertje voor 4 personen. Het Lager zat vol met een groep Oost-Europeanen en die gingen volgens Ronald van die grote worsten en dergelijke eten. Onze slaapkamer was knus en bood prachtig uitzicht op de route die wij gelopen hadden. Tijdens het eten, eenvoudig Bergsteigeressen; ravioli waar ik makkelijk nog een bord van op had gekund, was het stil in de hut. In de ronde nis met kleine raampjes zaten twee oudere dames zacht te mompelen, hier en daar aan een tafel zat een man zwijgzaam te eten.

Aan de ronde tafel in die nis passen wij nu precies met z'n, zevenen, het bier schuimt in het rond, verse moppen worden getapt; "Het is groen en het zit vol humor...........?" "Sla-ha-ha-ha-ha!" We zijn net door de waard naar binnen gestuurd. We zaten te kijken naar een snel naderend onweer. Te gevaarlijk volgens de waard om buiten te blijven. Nu komt hij ons steeds vertellen over voetbaluitslagen, welke landen er tegen elkaar moeten spelen in de halve finale; want als Nederland naar de volgende ronde gaat dan is het Heute Abend Feierabend! Zo druk heeft hij het ermee dat we hem op een bepaald moment moeten onderbreken of het ook mogelijk is om alsjeblieft een biertje te bestellen. Nog later die avond heeft de waard opeens geen aandacht meer voor ons. Er is nog een gast aangekomen, een eerbiedwaardige grijsaard die hij verwend met eten, karafjes wijn en apfelstrudel na. Prachtige zelfgemaakte foto's laat hij zien en kruipt bijna op schoot bij deze gast. We raken bij het gesprek betrokken en dan wordt het duidelijk, deze man is de voorzitter van de Berliner Alpen Verrein die alle hutten in dit gebied en de Höhenweg beheert.

De Oost-Europeanen lieten zich niet zien, bleven kennelijk inderdaad op het Lager. Door de stilte zetten wij onze gesprekken op gedempte toon voort. Na het eten gingen we nog even naar buiten om naar onze berg te kijken. Echt mooi was hij niet, een grote brede bult, een berg puin met hier en daar wat sneeuw, de echte top nog niet te zien. Huiverend gingen we weer snel naar binnen waar het nog steeds niet warm was en we nog even op de kaart probeerden te turen . Om in te schatten wat we morgen tegen zouden komen. Dan na een Obstler vroeg naar bed. Gelukkig scheen er wat maanlicht naar binnen, want ik was mijn zaklantaarn vergeten,. Ik draaide me op het stapelbed zo vast mogelijk in drie grijze dekens en zag Ronald met zijn hoofdlamp op in zijn kobaltblauwe zijden lakenzak glijden. Had ik nu toch maar mijn slaapzak meegenomen. De halve nacht was ik in verwoed gevecht met steeds weer wegglijdende dekens; te koud en teveel gedachten om goed in slaap te komen. Dat lukte pas nadat ik bijna op de tast naar de wc was geweest en daarna nog een poos de donkere nacht in had staan staren. Af en toe kwam de maan tevoorschijn en zette de bergwereld in een vreemde sfeer van grijstinten.

Naast het terras maken wij brutaal - met toestemming, er zijn nog dagtoeristen gekomen - zelf koffie, thee en soep en eten brood. Lang zoeken we met de verrekijker of de Schönbichler Horn te zien is. Volgens de kaart moet die hier recht tegenover zijn. Gisteren waren we daar nog op, wilden verder naar de Berliner hut, maar er lag zoveel sneeuw aan de andere kant van de Schönbichler Scharte dat de Berliner Höhenweg niet te doen was. Alle overbodige spullen laten we in het (Oost Europese ) Lager achter en gaan op weg. Het is prachtig weer, volgens de waard loopt er door de sneeuwvelden op de Höhe Riffler al een spoor maar komt er 's avonds wel Gewitter. Eerst leiden de markeringen ons schijnbaar van de berg weg, de voorsten aarzelen maar dan herinner ik onze twijfel van de vorige keer. Eerst moet je helemaal naar rechts over een merkwaardig langgerekt rotsplateau.

Gijsbert smeet de dekens op bed; opvouwen kan die waard vast beter dan ik en wassen daar begin ik hier niet aan! Op onze tafel van gisteren stonden drie mokken klaar en onmiddellijk werd de bestelde 2 liter heet water bezorgd. We propten ons zo vol mogelijk met het meegenomen brood, bleek ik ook nog mijn mes vergeten! Dan vlug er vandoor, in een hoger tempo dan gisteren.

We waren vroeg, maar haalden een groep mensen in die kennelijk nog eerder vertrokken waren dan wij. Het waren de Oost Europeanen, al op respectabele leeftijd, met kleding en uitrusting die aan vervlogen tijden deed denken. Die lange houten pickel die we gisteren in de hal bewonderden was vast van hun. We wisselden wat vriendelijkheden uit en snelden verder. Zo voelde het tenminste, want met Ronalds voet konden we niet al te snel gaan. Drie aardige Polen, althans wij dachten dat ze dat waren, vroegen ons de weg naar de Friesenbergscharte. Met veel wijzen en de kaart erbij begrepen ze het. Zelf hadden ze geeneens een kaart bij zich! Al gauw keken we op de hut terug als een stipje in de diepte en werd het pad interessanter. De verfmarkeringen werden vervangen door steenmannen. Ze waren niet gestapeld maar bestonden uit rechtopgezette smalle puntige stenen en soms stonden er zoveel dat als je er langs keek er een vreemd buitenaards landschap ontstond. De nog laagstaande zon zette alles in een mooi licht met lange schaduwen van de steenmannen. Het leek steeds of de top al te zien was. Langzaam hoger klauterend van rots naar rots doemde daarachter steeds weer een volgende top op. Ieder nam zijn eigen route, het was hier nog heel breed, alles kon. Bij een knik wachtte ik op de anderen, even een Dextrootje en rondkijken. Eindelijk begon de helling wat smaller te worden, hoewel het nog lang geen graat was. Een sneeuwveld lag voor ons. Het was hard bevroren, door de zon bestrooid met zacht strijklicht. Er liep een voetspoor door schuin naar links en de treden dieper trappend volgden we dit. Opeens werd het steiler en we staken schuin over terug naar de zijkant en stapten over de randspleet terug op rots. Even kijken en nu zagen we het Spannagelhaus onder ons, de nog stilliggende kabelbaantjes en de kleiner geworden gletschers. Als niet skiër vond ik zo'n zomer skigebied maar een beetje zielig klein. Dan weer naar boven kijken, hoever moesten we nog. We overlegden, wat was de beste route? Niet teveel naar links, allemaal losse troep, steenslaggevaar, kijk maar, klein spul, kapotgeslagen. Dan volgde weer een sneeuwveld, we konden er gelukkig links of rechts omheen, het was te steil. Gijsbert ging links, Ronald bleef rechts, volgens mij makkelijker en ik volgde hem.

Op het moment dat het echt steil en klauteren wordt besluiten 4 van ons niet verder te gaan. Bij een vreemd T-vormig kruis op ongeveer 2800 meter vinden ze het hoog genoeg en ook een beetje te moeilijk worden. Enigszins opgelucht ga ik verder met de andere twee. Ieder gaat heerlijk zelf zoekend naar boven. Haast vanzelf komen we steeds verder aan de buitenkant van de flank. De diepte laat zich voelen. Het wordt spannend en even later zelfs bijna eng. "Wat doen we jongens, gaan we verder ?",vraag ik. "We gaan door!", zegt Rienk. "Ik heb een geweldige hartslag en niet alleen van de inspanning!", verwoordt Aad zijn en ook onze gevoelens. Goed ,verder dus. Ik denk precies te weten waar we zijn en wat er nog komt. Bijna gehaast klauteren we door. Van het ene grote blok op het andere. Tot er een los ligt en Plok! vertraagd omkantelt. Razendsnel doorspringen. Ondertussen moeten de 4 achterblijvers uren wachten in de brandende zon tot wij terug zijn. Ze zetten hun uitzicht op video, vertellen elkaar een mop en het wachten duurt lang. Dan begint in Frankrijk de voetbalwedstrijd tegen Mexico. Raymond valt op zijn knieën voor het T-vormige kruis:" Help onze jongens, geef ze de overwinning, help hen, help haar, en hem, help ons..........." Opeens zien wij het het kruis op de top, veel meer naar links dan ik verwacht. We staan voor een smal sneeuwgraatje en als ik daarover een eindje ben gevorderd draai ik me om en wil een foto maken. "Doe maar niet", roept Rienk:" Die kan ik beter niet laten zien thuis!".

Nu ging je de hoogte goed merken, vrij uitzicht naar alle kanten, als je voor je keek, keek je zo de ruimte in, zo rond liep hier de helling. Volgens mij waren we vlak onder de top. Even later bleek mijn gevoel goed te zijn, maar het zag er heel anders uit dan ik had gedacht. Via een soort zadel, een kleine inzinking konden we de top bereiken. Maar dat zadel lag vol sneeuw en het liep aan beide kanten mooi rond en glad af de diepte in. Gijsbert en Ronald liepen rustig en zonder aarzeling door. Ik moest even slikken en mezelf toespreken. Behoedzaam daalde ik de paar meter af maar voelde dat de sneeuw precies lekker onder mijn schoenzolen knoerpte.

Dat geluid gaf me vertrouwen en ook ik nam nu de laatste meters naar boven. Dit stukje was spannender dan de top; een grote vrij vlakke bult stenen met een enorm kruis.

Het laatste stuk van de afdaling; eigenlijk meer gewoon de terugweg, via een omweg naar de hut, snij ik stiekem af. Ik ga rechtdoor naar beneden in de richting van waar ik de hut vermoed. Het valt nog tegen want af en toe moet ik stukjes afklimmen of omlopen en soms verdacht ruisende sneeuwveldjes oversteken. Maar met grote voorsprong storm ik de hut in. De waard komt tevoorschijn, bekijkt me verbaasd van top tot teen - ik draag een akelig witte knieband - en vraagt bezorgd:" Alles gut?". "Jawohl", zeg ik:"Aber wieviel ist es?" Niet begrijpend kijkt hij me aan. "Holland - Mexico?" Een brede lach breekt door. "Zwei - zwei!"

Nog niet echt wakker staar ik naar buiten. Het raam kadert een vierkant stukje bergkam uit. Ik knipper eens met mijn ogen, probeer ze scherp te stellen en ben dan opeens klaar wakker. Ik realiseer me plotseling; dat stukje daar in de verte, dat ken ik, dat is altijd in mijn herinnering gebleven. Dat ik nu juist dit uitzicht heb, vanuit mijn bed op de keurige slaapzaal van de iets te nette Edelhut. Ik zie dat iedereen nog slaapt. Ik kijk achterom, mijn broer Rienk steunend op één arm kijkt me recht aan. Tegelijk kijken we op ons horloge. "Jongens, wakker worden, tijd!"

De eerste berg van deze tocht waar ik naar uitkeek was natuurlijk de Ahornspitze. Dat was mijn eerste echte top, jaren geleden. Nieuwsgierig als ik was hem weer eens te zien, wetende dat we er niet aan zouden komen om hem te beklimmen. Onze huttentocht begon aan de andere kant van de Zillertaler Hauptkam en we hadden net een dag te kort voor deze berg. Heel jammer, want het leuk me zo leuk hem 'te laten zien 'aan de anderen. Ik wist vanaf de camping war we de bus achterlieten kon je hem niet zien en toch keek ik; daarachter, daar ligt hij. Pas later, toen we in 'Dorferbus' aten, door Mayrhofen rede en opeens in zo'n straatje hoog boven ons het bekende profiel opdoemde, sloeg mijn hart een slag over. Ogenschijnlijk onverschillig wee ik mijn buurman er op; kijk daar links de Ahornspitze. Even later passeerden we de weg naar het kabelbaanstation en weemoedig keek ik achterom.

Terwijl we afdalen van het Friesenberghaus en even pauzeren speur ik de gekartelde horizon af in de richting van Mayrhofen. Ik weet waar het langgerekte Dornau Bergtal zich bevindt, kijk iets meer naar rechts en nu me iets meer enthousiasme attendeer ik de rest erop; "Daar, die twee-toppige berg, de Ahorn!" De geplande tocht; de Berliner Höhenweg bleek door teveel sneeuw nog ondoenlijk. We hadden een prima alternatief gevonden aan de andere kant van het dal en nu hebben we nog een dag over. De afdaling duurt lang en het is gruwelijk heet. Stom genoeg heb ik mijn veldfles niet meer bijgevuld. De anderen hebben er een stevig tempo in wat ik vandaag niet kan volgen. Ik loop als laatste en de achterstand wordt groter. Mijn energie is op, ik zwalk en zwik op het kronkelige gruispaadje, glijd uit en ben mijn controle kwijt. Haastig zoek ik in het rommelige klepvak van mijn rugzak naar m'n laatste zacht gesmolten Mars. Pas beneden op de tolweg verzamelt de groep van 7 weer en als ik de verbaasde gezichten zie over mijn late arriveren roep ik ze toe: "Jezelf tegenkomen, kent u die uitdrukking? " We dachten bij de bushalte uit te komen maar blijkbaar hebben we weer niet goed op de kaart gekeken. We moeten nog een heel eind via een prachtig pad langs een diepe kloof, die de bus vermijdt door allerlei tunnels aan de overkant. Nog 20 minuten om die bus te halen, volgens de kaart maar anderhalve kilometer. "Moet kunnen". Dat kan dan in Nederland, maar volgens mij niet op dit soort paadjes. Volgt een speedmars over dit soms bijna dichtgegroeide pad, met rechts de diepte van de kloof. Opeens is er een opstopping, er ligt en slang, weliswaar een kleintje, maar wel precies midden op het pad. Voorzichtig passeren we en half hollend gaan we verder. In een flits zie ik door een gat in de bossen de achterkant van de bus verdwijnen.

Dat is makkelijk, daar hoef ik niet meer voor te hollen. De voorsten zijn niet meer aan te roepen, die rennen door. Bij Ginzling, de bushalte aangekomen blijkt Raymond nog steeds zijn gele fleece an te hebben. Hij is altijd al een geweldige 'zweter', maar nu is hij zo doornat dat zijn broek bijna doorzichtig is geworden van het zweet en de kleur van zijn T-shirt heeft aangenomen. We hebben bijna twee uur om op te drogen voor de volgende bus komt. Terwijl ik lig te soezen maakt Raymond - zo hoor ik later - van de gelegenheid gebruik om in slechts een schone spierwitte onderbroek gekleed bij in het nabijgelegen restaurant te vragen of hij daar zijn videoaccu op mag laden. We krijgen korting van de buschauffeur, hij herkent ons, een paar dagen geleden kwamen we hem tegen in Olpererhut. Gelukkig staan alle raampjes open want we verspreiden een nogal kwalijke geur. Om milieuredenen wordt er tol geheven op dit soort wegen, maar dan moeten er toch niet teveel van dit soort walmende bussen voorbij komen. Bij Ginzling ook nog steeds niets gedronken. In Mayrhofen moet iedereen dringend naar huis bellen dat alles goed gaat. Ik heb met Ada - thuis - afgesproken niet te bellen, als het niet goed gaat dan hoort ze dat toch wel. Op weg naar de Ahornbahn wordt weer haast gemaakt. Maar Raymond, Marc en ik sloffen op ons gemak door het stadje. We kijken eens bij een winkeltje, naar een plaatselijke schone en hebben veel zin in bier. We stoppen even bij het kantoortje van Peter Habeler, nemen een foldertje mee en worden vanuit de verte tot spoed gemaand. De gondel gaat vertrekken. Onderweg in de gondel natuurlijk weer de gebruikelijke zenuwachtige grappen, nu over vliegtuigen die onder kabelbanen door vliegen. Ook boven bij het kabelbaanstation nergens een waterkraan te vinden om de veldfles te vullen. Met broer Marc heb ik afspraak dat we bij iedere aankomst in een hut ons trakteren op een grote bier. Dat vooruitzicht werkt nu dermate inspirerend dat ik de kop neem (hoe kan dat, zonder eten of drinken) en zo'n tempo aan de dag leg dat iedereen moet afhaken behalve mijn andere broer Rienk, die in dit soort gevallen liever neervalt dan opgeeft. Halverwege wachten we op de rest en nu heeft Peter last van een 'hongerklop'. Hij zoekt met trillende handen in zijn rugzak naar calorieën. Wat verder bij het kruisen van een beek probeert iedereen een creatieve variant van afkoelen want het is hier zinderend heet. Zelf schep ik met pet vol water en zet hem weer op.

Zeer vroeg wordt ik wakker en heb vanuit mijn bed precies uitzicht op de Popschneide. Ik lig te woelen en te draaien en de beelden van toen komen terug……………..

Aan de nadere kant van de graat begon het al flink te dampen. Vochtige ochtendmist ontstond en kroop langzaam, transparant nog, langs de wand omhoog. Toen opeens was er een moeilijk stuk. De graat was als het ware wat ingestort, de aarde rond de rotsen die schots en scheef lagen was weg. We moesten even vier meter afdalen, achteruit hangend aan de rots. Eronder was een soort balkon waar Gijsbert snel en beheerst naar toe klauterde. Hier besefte ik voor het eerst dat het toch nog wel moeilijk werd. Ik keek wat verder weg en zag de diepte, de wand onder ons was wel niet loodrecht, maar glooiend en steil en pas een stuk verder weg nam die steilte af. Ik voelde de angst naar boven golven en merkte dat mijn gezicht vertrok en mijn ogen waren wijd opengesperd. Toch wilde ik ontspannen lijken en niets laten merken aan de anderen. Aarzelend stapte ik met één been over de rand, pakte een uitstekende punt en zocht met m'n andere been naar een steunpunt. Achteruit hangend zag ik in flits Gijsbert naar me kijken en begreep dat ik niets kon verbergen.Onhandiger dan normaal klauterde ik verkrampt langs de grote rotsblokken omlaag. Vaag hoorde ik Gijsbert zeggen waar ik een voet moest zetten en dan weer een houvast pakken maar luisterde helemaal niet. Toen ik een paar seconden later, langer had het niet geduurd, naast hem stond trilden m'n knieën en hijgde ik. Nog hield ik me groot en zie dat dit voor mij wel maximaal was, moeilijker moest het niet worden.

Verder nu weer, meer klauterend, steeds heen en weer over de rug van de brokkelige graat. Ik kwam een beetje tot rust maar vroeg me wel af wat we nog tegen zouden komen. Tot het even later nog moeilijk werd. De graat was hier heel dun, links noch rechts een route, bovenover ging ook niet, messcherpe puntrotsen.

Toch liep Gijsbert gewoon verder, buitenlangs, rechts over hele kleine richels, vastpakkend aan soortgelijke richels. Ik volgde niet, ik stond verstijfd en keek hoe hij zich een meter of zeven verder ontspannen omdraaide. "Gewoon daar je voeten zetten, je daar vasthouden, kom op, niet naar beneden kijken". Ik deed een paar passen, me goed vasthoudend, m'n hart kloppend in de keel. De afgrond was naar mijn gevoel loodrecht. Hoe diep? Ik heb niet gekeken, honderd meter of maar dertig? Ik dacht, ik ga terug, dit wordt me te link. Maar omkeren ging daar niet. Nog een paar stappen en ik was weer op de bredere graat. "Ho, stop even', zei Gijsbert, hij zag dat dit een mooie foto kon worden. Met wat gehannes van elkaars toestellen door geven werden de foto's gemaakt. Ik kwam weer een beetje bij terwijl ik daar zat op een uitstekend richeltje boven de afgrond. En ik bekende; "Jongens, ik moet eerlijk zijn, maar dit gaat me eigenlijk te ver".Volgens hen hadden we het ergste wel gehad als je verder langs de graat keek. Inderdaad werd het nu weer iets breder en wat makkelijker. Het gaf me tijd om na te denken en realiseerde me plotseling dat dit nu iets was wat ik altijd las en zelf ook wilde. En plots veranderde er iets, er klikte iets in me om. Als ik levend van deze berg wilde komen moest ik daarvoor knokken. potverdorie een beetje fanatiek worden, geconcentreerd, vastpakken, met een andere mentaliteit, 'vechten voor je leven'. En toen werd ik echt verbeten en vreemd genoeg ook ontspannen. Nu werd het pas echt leuk, ik was mijn angst kwijt en toch juist meer op m'n hoede. Relaxed en genietend klom ik verder.

Halverwege de Popbergschneide zijn we, maar nog voor de passages die ik toen zo moeilijk vond, als we de veranderende lucht achter ons opmerken. Die ziet er zo donker en dreigend uit dat ik voorstel terug te keren. Heel vervelend, we aarzelen lang en zien dat het langzaam onze kant opkomt. We gaan terug en troosten ons met de gedachte dat we nu eens een keer verstandig zijn, met het weer in de bergen moet je niet spotten. Met de verrekijker zoeken we de andere drie die liever via de normaalroute gingen. Dankzij Raymonds gele fleece vinden we ze, al een heel eind gevorderd op de flank. Voor hen is het makkelijk ons te zien, wij op de graat steken af tegen de lucht. Met schreeuwen en naar de lucht wijzen proberen we ze te waarschuwen. Het gele stipje, de anderen blijven onzichtbaar, begint inderdaad af te dalen. Wij gaan ook terug en tijdens het afdalen van de graat langs de straalkabels en pinnen naar de puinkom ontstaat een kleine file bij een lastige passage. De vier Duitsers die we gisteravond in de hut ontmoetten en vandaag de Siebenschneidensteig wilden doen, gaan ook terug. Er lag teveel sneeuw in de ravijnen en ook zij zagen de lucht veranderen. Op het terras van de hut kijken we hoe het weer zich ontwikkelt. Het wordt steeds donkerder, maar er komt geen regen! Er komt een jong stel het terras op, neemt een slok uit de veldfles en loopt door. Even later passeert een oudere man met een soort staf vriendelijk groetend en ook hij verdwijnt bergop. Wij kijken eens naar elkaar en weer naar de lucht. Er wordt geen woord gezegd.Ik kan de gedachten van de anderen wel raden, zelf verlang ik intens naar regen. Pas als er nog meer mensen voorbij zijn gekomen begint het zachtjes te regenen. Dan maar koffie in de hut! Binnen de kortste keren stortregent het en de hut loopt snel vol met mensen. Het uitzicht verdwijnt volledig in grijze regenwolken. Gelukkig, we hadden toch gelijk, hoewel het verwachte onweer uitblijft. Na een tweede bakkie begint het wat lichter te worden en steeds vaker wordt de lucht geïnspecteerd. De gelagkamer wordt langzaam steeds voller maar het weer knapt nu echt op. Bernard bromt een 'Domburggevoel'te krijgen, wil actie! Drie van ons houden het voor gezien, dalen vast af om ons busje op te halen. De andere drie gaan nog een keer de Ahorn op. Wel via de normaalroute, die is korter. Als we buiten staan aarzel,ik nog, ik baal nog na van de onvrijwillige terugkeer. Veel liever was ik weer via de Popbergschneide gegaan, maar we zijn een beetje voorzichtiger geworden, nu alles nog eens lekker glad is geregend. Ik sta niet meer echt te popelen maar ga toch maar mee naar boven.

De top torende nog zo'n driehonderd meter boven ons uit en zag er donker, dreigend en onneembaar uit. Rechts was het nu volledig dichtgetrokken met razendsnel opstijgende mist, recht voor je uitkijkend gaf dat een merkwaardig effect. Ik voelde me meer zelfverzekerd en kon weer volop genieten. Lekker lichamelijk bezig zijn in de schitterende natuur.

We waren nu op de toppiramide en stegen snel. Af en toe één of twee handjes nodig, hier en daar een steen met rijp bedekt. Omkijkend zagen we de hele graat nu achter ons liggen. Zorgvuldig kozen we onze route, zochten soms even naar een markering hogerop. Hoewel het uitzicht maar naar één kant weidser werd vanwege de potdichte bewolking aan de andere kant kreeg ik nu toch weer een beetje de kriebels, het werd nu allemaal steeds smaller. Een gevoel van hoogte, van op een echte punt te zitten. Opeens nog een paar stappen en daar hield de eindeloze stapeling van stenen op. We waren op de top. Een prachtig panorama met een achterwand van mist. De wolken vlogen werkelijk omhoog vlak achter ons langs, alsof je hand onzichtbaar zou worden als je erin prikte.

Ik sta in grote tweestrijd. Rienk verdwijnt langzaam hoger klimmend uit het zicht. Bernard en Aad zijn glibberend alweer verdwenen, terug naar beneden. Er kwam wat twijfel maar wij gingen verder. We kregen een paar stukjes, ooit beveiligd met een kabel, die hier en daar los zat. Toen kwam dit sneeuwveld, waar ik nu nog onder sta. Ik schopte wel treden maar kon niet diep, de sneeuw was te dun. Stond eigenlijk op ijsgladde rots. Rotsneeuw, papperig door de regen, maar vijftien meter hoog, wel erg steil. Aarzelend klom ik terug. Ondertussen was Rienk dwars overgestoken door de natte rommelgoot onder het sneeuwveld, steenlawines veroorzakend. Maar dan, hoe moest hij verder, terug ging haast niet. Dan maar omhoog, onderlangs een groot rotsblok, zo'n drie meter eigenlijk te steil door nog meer glijtroep. De andere twee vonden dat te gek en zouden lager op ons wachten. Weer ga ik het sneeuwveld op, toch te riskant. Volgens mij kan van dit onderste stuk zo een laag afschuiven en dan ik mee de goot in, tot waar? "Ga maar, ik wacht hier op je!"roep ik naar Rienk. Het is echt het laatste stukje naar de top, misschien nog vijftig meter. Ik wil ook door en probeer links van het sneeuwveld via de grote rotsen te gaan, durf dat ook niet. Te lang geaarzeld. Ben niet meer honderd procent gemotiveerd meegegaan en dan kijk teveel. Rienk is al een tijdje uit mijn gezichtsveld verdwenen. Ik trek een trui aan, probeer weer treden te schoppen naast de andere. En weer zoek ik naar mogelijkheden via de rotsen. Het wachten duurt lang, zover kan die top nooit meer zijn. Lichte paniek sluipt bij me binnen. Voorzichtig loop ik wat verder op dit steile stukje om beter zicht te hebben naar boven. Diep adem halend probeer ik me geen zorgen te maken, ik kijk verder weg het diepe dal in. Dan hoor ik een zacht gefluit. Ik kijk om en zie Rienk staan, alweer een stukje afgedaald in de wand boven me. Lachend, handen in de zij. "Heee, én?", brul ik quasi onverschillig. "Yes!", schreeuwt hij terug, duim omhoog

Gerard den Toonder


Hiking-site.nl op Twitter




Share/Bookmark
homezoeken op deze sitetop van de pagina
Vertel vrienden over deze pagina

Laatste wijziging: 04-11-2017

Hiking-site.nl is een site voor actieve buitensporters, wandelaars en hikers die op zoek zijn naar informatie over materiaal, routes, navigatie, EHBO, tips en tricks, avontuur, wandelen, outdoor en buitensporten. Nieuw op deze site?
Lees dan eerst eens rustig deze pagina met informatie over Hiking-site.nl!
[home] [linken naar Hiking-site.nl] [adverteren op Hiking-site.nl]